Citadelpark Gent

Buskruitfabriek Cooppal Wetteren

Vliegvelden WO I Regio Gent

WO I Munitiepark Kwatrecht

De Dodendraad

De Hollandstellung - Duitse WO I bunkerlinie

Reichsschüle Flandern - SS-School Kwatrecht

Duitse Atlantic Wall Radarpost - Goldammer

WOI en II Munitiedepot De Ghellinck Zwijnaarde

Duitse gangen onder centrum Gent WOII

Schuilplaatsen voor havenarbeiders Gentse kanaalzone uit de koude oorlog

Het Fort van Eben Emael

KW-linie

WO I - Kwatrecht - Melle

18 daagse veldtocht gekoppeld aan TPG

Neergestorte B17 te Kwatrecht 19-09-1944

De bevrijding WO II van de regio rond TPG

Toestand Belgisch leger ten tijde van mei 1940

Gesneuveldenlijsten:

Contact en onbeantwoorde vragen

Media-aandacht

Copyright

Links

Beschrijving van bruggenhoofd Gent.

Bouwproject B: De bouw van 27 bunkers op het grondgebied van Eke en Nazareth.

Aannemer: "Verhelst"

De bouwfirma was een zekere firma "Verhelst". De definitieve overeenkomst voor de bouw van project B, werd op 23 december 1934 getekend door een zekere C. Verhelst. De toenmalige bouwfirma zou in elk geval niets te zien hebben met de heden gekende grote "Group Verhelst" uit "Oudenburg" omdat deze in die jaren geen eigen constructie-afdeling hadden maar enkel bouwmaterialen verkochten. Alle nadere info over de werkelijke herkomst van deze firma Verhelst, blijft dan ook meer dan welkom.

Enkele bedenkingen bij het bouwproject B.

Men vindt bij de bunkers gebouwd door de firma Verhelst vrij veel met baksteen ommuurde of gecementeerde bunkers. De gecementeerde bunkers zijn vaak nog eens extra voorzien van een steenmotief in de cementering.

Wat de gecementeerde bunkers betreft, is de afwerking van de valse ramen rondom de schietgaten bij deze firma wel minder gedetailleerd. Meestal ging men de achterkant die verborgen zat achter de luiken, gewoon glad cementeren. De ramen (schietgaten) waren ook niet dieper ingewerkt in de voorkant. Er waren geen dorpels voorzien. Daarnaast bevatten deze gecementeerde exemplaren nauwelijks extra valse ramen buiten deze die de schietgaten dienden te verbergen. Vergeleken bij de rest van de linie behoren deze gecementeerde exemplaren in elk geval bij de minder fraaie exemplaren op de linie.

De met baksteen ommuurde exemplaren die heden nog bestaan daarentegen zijn weer vrij ruim voorzien van deze valse ramen. Daarnaast zijn ze ook op hun beurt wel weer vrij fraai afgewerkt. Bij deze waren in het algemeen de lintelen boven de ramen uitgewerkt met in boogvorm gemetste bakstenen, een praktijk die dezer dagen toch niet zo goedkoop is om te laten uitvoeren.

De onteigeningen voor bouwproject B zijn kort na de eerste onteigeningen voor bouwproject A van start gegaan. Voor dit bouwproject vindt men de eerste officiele akte terug op 29 september 1934. Dit betrof de onteigening voor de bouw van de bunker D4, aansluitend als bijgebouw bij een hoeve, op de noorderrand van de dorpskern van de gemeente Eke.

Ook de terreinen voor de bouw van de bunker E8 en E9 (beiden gesloopt in de buurt van het centrum van Eke) werden op dezelfde dag onteigend. Een vrij grote onteigeningsgolf in deze regio zou aanslepen tot 8 januari 1935.

Daarna volgen nog enkel op 5 februari 1934 de bunker A12 (randje Eke- Nazareth), op 15 februari 1934 de bunker A13 (naast spoorlijn te Eke) en als afsluiter E2 (aansluitend bij centrum Eke) op 5 maart 1934.

Daarna viel allicht om geldkwesties de ganse onteigeningsgolf voor dit bouwproject stil. De respectievelijke bouwfirma die zoals eerder gemeld reeds eind december 1934 zijn contract tekende met de militaire overheid kwam hierdoor wel in de problemen om zijn bouwproject binnen de voorziene periode van 8 maanden af te werken (na het tekenen van het contract).

Pas in april 1936 zouden de nog ontbrekende aktes voor deze bouwfirma afgehandeld geraken. Enerzijds was er een grote akte op 22 april 1936. Deze akte omvatte de terreinen nodig voor de bouw van de bunkers A7, A8, A9, A10 en A11, origineel allen eigendom van de Commissie Openbare Onderstand te Gent. Hier kwam nog de akte voor de bouw van de bunker B13 (langs steenweg te Eke) bij op 24 april 1936. Dit terrein was toen eigendom van de kerkfabriek van Eke.

Ook de onteigeningen voor de bunker D3 (Stationsstraat te Eke) en B12 (langs Oude Steenweg te Eke) zullen niet van een leien dakje gelopen hebben. Beiden zijn namelijk zo goed als zeker via een gerechtelijk akkoort van de hand gegaan (lees via een door het gerecht geregelde verplichte onteigening aan de adelijke familie De Kerkhove - D'Anseghem ). Men vindt namelijk geen aktes terug van deze onteigeningen wat zo goed als zeker op deze weg van afhandeling duidt.

Het valt dan ook niet te verbazen dat dit bouwproject sterk achteruit is geraakt ten opzichte van zijn in clausules in het contract voorziene einddatum. Gezien de oorzaak van de problemen bij het onteigenen van de terreinen zal gelegen hebben, valt het sterk te betwijfelen of de bouwfirma hier uiteindelijk veel schuld heeft aan gehad en is voor aangerekend.

Wel valt dus zeer zeker de einddatum van juli 1935, te vinden in andere literatuur over dit onderwerp 100% zeker als onjuist te bestempelen.

Overzicht van de gebouwde projecten met bijhorende prijzen.

Hoe deze prijzen gaan interpreteren.

Het lijkt niet zo evident een degelijke omrekening te vinden tussen de waarde van 1 BEF in 1934 en 1 BEF anno 2013 (verhouding 1€ = 40.3399 BEF). Dank aan enkele professoren van de Unief Gent die hielpen aan een vlotte omrekening te komen, met name Mr Eric Vanhaute en Mr Wouter Ronsijn. Hierdoor kan ik u toch een gefundeerde omrekening geven om een vlotte beoordeling en interpretatie mogelijk te maken.

Als we zuiver op basis van de consumptieprijsindexcijfers 1934 met 2013 gaan vergelijken moet men vaststellen dat door de inflatie van de Belgische Frank in de periode tussen 1934 en 2013, deze ene BEF in 1934 reeds moet aanzien worden als 35 BEF in 2013. Om deze reden zou men dus alle prijzen die u in de volgende tekst vindt, moeten vermenigvuldigen met een "factor 35" om in 2013 over dezelfde som geld te spreken.

Daarnaast zit men nog met de parameter dat heden de lonen wel gekoppeld zitten aan de consumptieprijsindex maar dat dit zeker vroeger niet altijd het geval is geweest. Zo diende in 1934 een ongeschoolde arbeider (loon +/- 4.10 BEF/uur) ongeveer dubbel zo lang te werken om die ene BEF te verdienen vergeleken met deze zelfde ongeschoolde arbeider in 2013 (loon +/- 305 BEF/uur of 7.56 €/uur) diende te werken voor deze eerder gemelde 35 BEF te verdienen. De werkelijke verhouding is ongeveer 0.47.

Dit maakt dat als men wil de prijzen gaan vergelijken met prijzen die evenveel doorwegen op het loon van een arbeider heden in 2013, we de eerder gevonden 35 BEF nog eens dienen te delen door 0.47. Op die wijze komt men dus rekening houdend met de levensduurte uit dat:

1 BEF in 1934 ongeveer overeenkomt met een bedrag van 74 BEF (1.84€) in 2013, een "factor 74" dus.

Telling Nr Oud Totaal Toevoeging Toevoeging
    Nr prijs niet verdeelde niet meegerekende
      (eff gerekend beplantingen zaken
      incl misrekenen)    
           
1 A13 BE1      
61.163,52 61.355,52 61.655,52
2 A14 BE2      
53.688,12 53.897,12 54.197,12
3 E2 BE3      
63.508,52 63.717,52 94.017,52
4 E3 BE4      
52.553,88 52.846,88 52.996,88
5 E4 BE5      
57.470,47 57.679,47 57.979,47
6 E5 BE6      
69.804,18 70.013,18 100.313,18
7 E6 BE7      
73.556,24 73.765,24 75.915,24
8 E7 BE8      
48.649,21 48.858,21 49.008,21
9 E8 BE9      
40.367,00 40.475,00 40.625,00
10 E9 BE10      
56.014,73 56.038,73 56.188,73
11 D3 BE11      
36.590,24 36.715,24 36.865,24
12 E1 BE12      
41.476,43 41.601,43 41.751,43
13 E10 BE13      
39.300,22 39.324,22 39.474,22
14 D4 BE14      
53.145,39 53.354,39 53.654,39
15 C6 BE15      
51.426,70 51.635,70 51.935,70
16 D5 BE16      
54.978,57 55.103,57 55.403,57
17 B11 BE17      
39.583,49 39.691,49 39.841,49
18 B12 BE18      
57.906,83 58.115,83 58.415,83
19 B13 BE19      
57.850,08 58.059,08 58.359,08
20 B14 BE20      
40.265,03 40.390,03 40.540,03
21 A7 BN1      
54.352,91 54.561,91 54.861,91
22 A8 BN2      
54.904,02 55.185,02 55.485,02
23 A9 BN3      
63.612,56 63.821,56 94.121,56
24 A10 BN4      
40.026,25 40.151,25 40.301,25
25 A11 BN5      
62.130,56 62.339,56 62.489,56
26 A12 BN6      
65.860,25 66.069,25 66.219,25
27 C5 BN7      
53.630,77 53.839,77 54.139,77
           
  Tot. 1.443.816,17 1.448.606,17 1.546.756,17
      Bef Bef Bef
Volgens Toevoeging Toevoeging 
bestek beplantingen bepaalde gekende
aannemer (verdeeld via niet meegerekende
(incl. misrekeningen) schatting) zaken

Merkwaardig genoeg moeten we dus net zoals bij bouwproject A vaststellen dat ondanks de gekende militaire precisie een zware meetstaat als deze toch nog wel wat foutjes bevat. Het originele project is na de bouw van het aandeel van de bouwfirma B goedgekeurd voor 1.448.607,28 Bef (wat op zich ook al een misrekening is want alle daarboven staande getallen geven een totaal van 1.448.606.17 Bef). Had men echter alle berekeningen van hoeveelheden en overeenkomstige eenheidsprijzen correct gedaan, had men tot een totaalprijs gekomen van 1.449.495,83 Bef, een verschil van 889.66 Bef in het nadeel van de aannemer.Men mag wel niet vergeten dat dit in die tijd, nog allemaal manueel diende te gebeuren en er in die tijd nog geen programma's gekend waren zoals Excel waarmee hier het bestek gecontroleerd werd.

De kostprijzen van de individuele bunkers vindt u op deze wijze terug in de eerste kolom met prijzen.

Binnen het bestek werd niet gedetailleerd per bunker een totaal gegeven van hoeveelheden en eenheidsprijzen van beplantingen aan te brengen per bunkertje maar een totaal voor het ganse project. Er werd daarom in de tweede kolom met prijzen een schatting gemaakt per bunkertje waarbij deze extra kosten proportioneel werden verdeeld per bunkertje.

Bij aannemer B vindt men toch ook nog vrij veel kleinere posten die nooit aangerekend zijn terug die men dan wel terugvindt bij aannemer A. Zo vindt men nergens aparte posten voor het uitwerken en camoufleren van de koepels, alsook het afwerken van extra valse ramen.

In de laatste kolom met prijzen werden nog eens een aantal zaken mee in rekening gebracht die ook niet in de originele aanbesteding terug te vinden zijn. Telkenmale toegevoegd zijn de aankopen van de koepels, chardomes voor opstelling van de mitrailleurs, ... Dit zijn de zaken aangekocht voor de bouw van de bunkers, door de militaire overheid zelf. Er werden geen correcties gemaakt voor zaken die foutief werden berekend door de aannemer. Om een voorbeeld te geven is de bunker A12 in het bestek berekend alsof hij volledig werd gecementeerd terwijl hij in praktijk volledig ommuurd is geweest met baksteen. De linie heeft echter ook nooit meer gekost door deze fout daar de aannemer ook de prijs van ommuren met baksteen nooit heeft aangerekend naar de overheid toe.

Zaken die in de bovenstaande kostprijzen niet begrepen zitten zijn:

  1. Het eigenlijke onteigenen van de gronden.
  2. Vast opgestelde wapens zoals de vast opgestelde 47mm kanonnen. (eigenlijke aankoop ervan.)
  3. Bijkomende kosten om nog andere types van wapens te kunnen opstellen dan de standaard voorziene Maximmitrailleur. (aanpassingen om Hotchkiss- en Coltmitrailleur, als mogelijks ook de Browning FM30)