Citadelpark Gent

Buskruitfabriek Cooppal Wetteren

Vliegvelden WO I Regio Gent

WO I Munitiepark Kwatrecht

De Dodendraad

De Hollandstellung - Duitse WO I bunkerlinie

Reichsschüle Flandern - SS-School Kwatrecht

Duitse Atlantic Wall Radarpost - Goldammer

WOI en II Munitiedepot De Ghellinck Zwijnaarde

Duitse gangen onder centrum Gent WOII

Schuilplaatsen voor havenarbeiders Gentse kanaalzone uit de koude oorlog

Het Fort van Eben Emael

KW-linie

WO I - Kwatrecht - Melle

18 daagse veldtocht gekoppeld aan TPG

Neergestorte B17 te Kwatrecht 19-09-1944

De bevrijding WO II van de regio rond TPG

Toestand Belgisch leger ten tijde van mei 1940

Gesneuveldenlijsten:

Contact en onbeantwoorde vragen

Media-aandacht

Copyright

Links

Beschrijving van bruggenhoofd Gent.

Bouwproject F: De bouw van 43 bunkers op het grondgebied van Munte, Baaigem, Schelderode, Scheldewindeke, Bottelare en Moortsele.

Aannemer: "Travaux Hydrauliques et Entreprises Generales SA" uit Antwerpen. .

De bouwfirma was "Travaux Hydrauliques et Entreprises Générales". Zelf kortte de firma op briefwisseling zijn naam af als "TRAVHYDRO". Het originele adres voor de briefwisseling was toen gevestigd in Brussel. Toch werd de firma origineel in september 1928 door de Luikse firma "Usines à tubes de la Meuse (Tubermeuse)" opgericht. De kernactiviteit lag origineel op het plaatsen van leidingen in stalen buizen voor de kanalisatie van water.

Gezien de firma pas in 1928 werd opgericht, moet dit voor dit bedrijf toch wel een aanzienlijk bouwproject geweest zijn voor die tijd.

Dergelijke bouwprojecten moeten de firma ook geen windeieren gelegd hebben, gezien de firma direct na de oorlog sterk is beginnen groeien. Dit wijst er toch ook op dat de firma zich allicht niet verbrand heeft door tijdens de oorlog ook nog dergelijke structuren te bouwen, op dat moment voor de bezetter. Dat was een gekend scenario voor firma's die zich met dergelijke bouwactiviteiten bezig hielden. Het zal ook wel een van de redenen zijn dat er van sommige van die firma's na de oorlog, nog amper iets terug te vinden is.

Na de oorlog begin de firma zijn activiteiten te verleggen naar steiger- en stellingbouw, ondersteuningen en bekistingen. Ook bestond er vanaf 1955 een specialisatie in opslagsystemen voor warenhuizen. De firma bouwde ook mee aan Expo '58.

De firma leed vrij zwaar onder de zware recessie in de jaren '80 binnen de staalindustrie. In 1987 werd Travhydro verkocht aan de groep "De Cock", zelf gespecialiseerd in Civiele Ingenieurs- en betonwerken.

De groep zit ondertussen verspreid over gans Europa en Noord-Amerika.

(Gebruikte externe bron: www.travhydro.com)

Enkele bedenkingen bij het bouwproject F.

De firma stond in voor een vrij ruim pakket van bunkers op de linie. Er zaten bunkertjes van allerlei aard van camouflage in hun pakket te bouwen bunkers. Men vindt in dit project wel ook een aantal praktisch identieke bunkertjes. Dit dan vooral in de klassieke bunker met twee schietgaten in dezelfde richting gecamoufleerd als een huisje. Opnieuw treft men vaak het systeem aan van twee ramen die de schietgaten verbergen en op de kant die het best wordt gezien vanuit de omgeving nog één extra vals raam.

Ook zijn de puntgeveltjes in veel gevallen vrij identiek. Meestal zitten er geen ramen in maar wel een tweetal spleten van een halve steen breed en een viertal bakstenen hoog. Dit vindt men zowel bij de met baksteen ommuurde als gecementeerde bunkertjes terug.

De bouwfirma leverde wel enkele pareltjes af zoals de AV8 te Scheldewindeke met zijn kapelletje in de camouflageneus van de bunker.

De onteigeningen voor dit grote bouwproject F zijn vergeleken met de andere projecten, vrij laat van start gegaan. Zo vindt men pas de eerste onteigening terug op datum van 2 maart 1935. Dit betrof de onteigening voor de bunker Mu7. De onteigeningen in die regio gebeuren dan nog maar zeer traag, vaak gekoppeld aan verkopen van terreinen gekoppeld aan andere terreinen waar ook bunkers moesten worden op gebouwd, deel uitmakend van andere bouwprojecten.

Er ontstaat een vlottere opeenvolging van de verkopen vanaf eind maart 1935 maar de verkoop van terreinen blijft in het algemeen toch maar gestaag lopen met een piek in juni 1935. Wel kan men voor dit project nooit zeggen dat men echt massaal op een bepaald moment heeft onteigend voor één bepaald gedeelte van het project zoals bij voorbeeld Muntekouter. Alles verloopt erg door elkaar voor het ganse bouwproject. De laatste onteigening dateert van 22/2/1936 met de onteigening van de gronden voor Mu25. Dit was tevens de laatste onteigening voor dit project.

Het zal dan ook opnieuw voor deze firma niet mogelijk geweest zijn, zijn ganse project binnen de 8 maanden na het tekenen van het contract (op 11 maart 1935) in orde te krijgen gezien binnen deze periode zelfs niet alle nodige gronden onteigend zijn geraakt. De uiteindelijk bouw van dit project zou gestart zijn in april 1935.

Overzicht van de gebouwde projecten met bijhorende prijzen.

Hoe deze prijzen gaan interpreteren.

Het lijkt niet zo evident een degelijke omrekening te vinden tussen de waarde van 1 BEF in 1934 en 1 BEF anno 2013 (verhouding 1€ = 40.3399 BEF). Dank aan enkele professoren van de Unief Gent die hielpen aan een vlotte omrekening te komen, met name Mr Eric Vanhaute en Mr Wouter Ronsijn. Hierdoor kan ik u toch een gefundeerde omrekening geven om een vlotte beoordeling en interpretatie mogelijk te maken.

Als we zuiver op basis van de consumptieprijsindexcijfers 1934 met 2013 gaan vergelijken moet men vaststellen dat door de inflatie van de Belgische Frank in de periode tussen 1934 en 2013, deze ene BEF in 1934 reeds moet aanzien worden als 35 BEF in 2013. Om deze reden zou men dus alle prijzen die u in de volgende tekst vindt, moeten vermenigvuldigen met een "factor 35" om in 2013 over dezelfde som geld te spreken.

Daarnaast zit men nog met de parameter dat heden de lonen wel gekoppeld zitten aan de consumptieprijsindex maar dat dit zeker vroeger niet altijd het geval is geweest. Zo diende in 1934 een ongeschoolde arbeider (loon +/- 4.10 BEF/uur) ongeveer dubbel zo lang te werken om die ene BEF te verdienen vergeleken met deze zelfde ongeschoolde arbeider in 2013 (loon +/- 305 BEF/uur of 7.56 €/uur) diende te werken voor deze eerder gemelde 35 BEF te verdienen. De werkelijke verhouding is ongeveer 0.47.

Dit maakt dat als men wil de prijzen gaan vergelijken met prijzen die evenveel doorwegen op het loon van een arbeider heden in 2013, we de eerder gevonden 35 BEF nog eens dienen te delen door 0.47. Op die wijze komt men dus rekening houdend met de levensduurte uit dat:

1 BEF in 1934 ongeveer overeenkomt met een bedrag van 74 BEF (1.84€) in 2013, een "factor 74" dus.

Bouwproject F: de bouw van 43 bunkers.

         
Telling Nr Oud nr Totaal Prijzen aangevuld
      Prijs met niet
      herrekend naar meegerekende 
      bestek zaken
      (BEF) (BEF)
1 Mu13 FB1    
62128,10 92378,10
2 Mu17 FB2    
39109,89 39359,89
3 B29 FBO1    
72151,19 102651,19
4 B31 FBO2    
41442,55 41692,55
5 Mu7 FM1    
40237,45 40487,45
6 Mu8 FM2    
42835,69 43085,69
7 Mu9 FM3    
77736,08 109986,08
8 Mu10 FM4    
64498,86 64998,86
9 Mu11 FM5    
60786,58 61286,58
10 Mu12 FM6    
79386,81 109636,81
11 Mu15 FM7    
64633,59 64883,59
12 Mu16 FM8    
41292,08 41542,08
13 Mu18 FM9    
39057,62 39307,62
14 Mu20 FM10    
61133,81 61633,81
15 Mu21 FM11    
61324,25 61824,25
16 Mu22 FM12    
37941,55 38191,55
17 Mu24 FM13    
41473,01 41723,01
18 Mu25 FM14    
70703,22 71203,22
19 A23 FM15    
64290,79 64790,79
20 AV4 FM16    
69212,00 99712,00
21 A24 FM17    
65087,44 65587,44
22 D12 FM18    
41723,50 41973,50
23 D13 FM19    
41820,17 42070,17
24 C12 FM20    
60280,31 60780,31
25 D14 FM21    
65420,63 65920,63
26 B25 FM22    
40265,04 40515,04
27 B26 FM23    
42022,57 42272,57
28 B27 FM24    
81645,24 111895,24
29 B28 FM25    
40461,12 40711,12
30 AV5 FMO1    
70532,26 100782,26
31 A25 FMO2    
63103,66 63603,66
32 A26 FMO3    
60700,90 61200,90
33 A27 FMO4    
66426,27 66926,27
34 AV6 FMO5    
40997,59 41247,59
35 A28 FMO6    
39575,55 39825,55
36 A29 FMO7    
64652,92 65152,92
37 D15 FMO8    
65530,83 66030,83
38 D16 FMO9    
64671,10 65171,10
39 C13 FMO10    
64292,44 64542,44
40 B23 FSR1    
38752,39 39002,39
41 AV7 FSW1    
63942,32 94442,32
42 AV8 FSW2    
64952,91 65452,91
43 AV9 FSW3    
65900,26 96400,26
Totaal bestek Totaal aang.
2.444.132,56 2.731.882,56

Officieel werd dit bouwproject toegekend voor de totaalprijs van 2.444.132,56 Bef. Probleem is dat het bestek geen detailberekening geeft voor elk van de bunkertjes apart maar hoeveelheden van alle bestanddelen in detail (telkens voor alle 43 bunkertjes samen).

De individuele prijzen werden op basis van geschatte hoeveelheden gebaseerd op toegepaste hoeveelheden terug te vinden op de detailbestekken van bouwproject A en B (die wel per bunkertje zijn opgesteld), met de basisprijzen zoals op het bestek van bouwproject F terug te vinden zijn, berekend. Het verschil in de totaalprijs van het project zoals op die manier berekent, en de werkelijke projectprijs, werd daarna verrekend op de individuele prijzen van de bunkertjes via het regeltje van 3.

In de laatste kolom met prijzen werden nog eens een aantal zaken mee in rekening gebracht die ook niet in de originele aanbesteding terug te vinden zijn. Telkenmale toegevoegd zijn de aankopen van de koepels, chardomes voor opstelling van de mitrailleurs, ... Dit zijn de zaken aangekocht voor de bouw van de bunkers, door de militaire overheid zelf.

Zaken die in de bovenstaande kostprijzen niet begrepen zitten zijn:

  1. Het eigenlijke onteigenen van de gronden.
  2. Vast opgestelde wapens zoals de vast opgestelde 47mm kanonnen. (eigenlijke aankoop ervan.)
  3. Bijkomende kosten om nog andere types van wapens te kunnen opstellen dan de standaard voorziene Maximmitrailleur. (aanpassingen om Hotchkiss- en Coltmitrailleur, als mogelijks ook de Browning FM30)