Citadelpark Gent

Buskruitfabriek Cooppal Wetteren

Vliegvelden WO I Regio Gent

WO I Munitiepark Kwatrecht

De Dodendraad

De Hollandstellung - Duitse WO I bunkerlinie

Reichsschüle Flandern - SS-School Kwatrecht

Duitse Atlantic Wall Radarpost - Goldammer

WOI en II Munitiedepot De Ghellinck Zwijnaarde

Duitse gangen onder centrum Gent WOII

Schuilplaatsen voor havenarbeiders Gentse kanaalzone uit de koude oorlog

Het Fort van Eben Emael

KW-linie

WO I - Kwatrecht - Melle

18 daagse veldtocht gekoppeld aan TPG

Neergestorte B17 te Kwatrecht 19-09-1944

De bevrijding WO II van de regio rond TPG

Toestand Belgisch leger ten tijde van mei 1940

Gesneuveldenlijsten:

Contact en onbeantwoorde vragen

Media-aandacht

Copyright

Links

Beschrijving van bruggenhoofd Gent.

Een nadere blik op de technische kant van de bouw van de bunkers.

Hieronder vindt u nog een aantal details die dienden gerespecteerd te worden bij de bouw van de bunkers door de aannemers.

5. Het uitkofferen van het beton.

Indien het terrein het toeliet, mocht eventueel de fundering gegoten worden zonder extra houten bekisting. De bekisting moest zodanig aangebracht worden dat er geen doorbuigingen konden ontstaan door de betondruk. Daarom moesten zeker voldoende stutten geplaatst worden onder de ijzeren dakplaten.

6. Betonmolens.

Men moest voldoende beton kunnen produceren zodat er niet meer verliep dan drie uur tussen twee opeenvolgende lagen van het beton. Er moest op elke werf tijdens de werken zeker een reserve betonmolen voorzien zijn voor in geval van nood.

7. Uitvoering van het betonneren.

  • Eenverdiepsbunkers moesten altijd als één blok gegoten worden.
  • Alleen wanneer er een zwaardere fundering was, mocht deze appart gegoten worden tot onder het niveau van de vloerplaat.
  • De rest van de bunker moest dan wel in één geheel gegoten worden. Tweeverdiepsbunkers mochten in twee fases gegoten worden. Men moest dan wel in eerste fase het plafond meegieten.
  • Het gieten mocht, eenmaal gestart, niet meer gestopt worden. Er moest eventueel aansluitend dag en nacht verder gegoten worden.
  • Er mocht gegoten worden in lagen van 10 cm te gelijk waarna het beton moest aangedamd worden.
  • Er mocht nooit meer dan drie uur tijd verstrijken tussen twee verschillende lagen.

8. Aparte opmerkingen.

  • Men mocht gelijk welke gegoten structuur pas ontkisten, 10 dagen na het beëindigen van het gieten van het respectievelijk stuk.
  • Indien de wapening het op bepaalde plaatsen niet toeliet te gieten met beton met 20/40 mocht men ter plaatse de fractie 20/40 vervangen door evenveel 5/20.
  • Er moest ten allen tijde nauw op gelet worden dat uitsparingen in het beton, die nodig waren voor de latere camouflage, zo exact mogelijk behouden werden.
  • Tussen 15 november en 15 maart mocht gebetonneerd worden als de dagtemperatuur niet beneden de 4° en de nachttemperatuur niet onder de -4° ging . Dit zal wel maar geldig geweest zijn op het moment van het aanvatten van de werken daar in geen geval eenmaal de werken aangevat, het betonneren gestopt mocht worden.

9. Metselwerken rondom de bunker.

Deze dienen uitgevoerd te worden met het mengsel omschreven als chapebeton. Men moest dus metsen met beton met steentjes 5/20 erin!

10. Bepleisteringswerken.

De bepleisteringen aan de binnenzijde werden uitgevoerd met een speciale bepleisteringssamenstelling. De totale dikte was 12 mm en moest uitgevoerd worden in twee lagen.

Er moesten specifieke netten gebruikt worden met volgende karakteristieken:

  • de netten moeten ruitvormige kadertjes hebben om op te pleisteren.
  • de ruitvorm moet verticale diagonalen hebben van 62 mm.
  • de horizontale diagonalen moeten 20 mm zijn.
  • De draden hadden een dikte van 3 mm.

De netten mochten bevestigd worden aan de dichtstbijzijnde wapeningsnetten.