Citadelpark Gent

Buskruitfabriek Cooppal Wetteren

Vliegvelden WO I Regio Gent

WO I Munitiepark Kwatrecht

De Dodendraad

De Hollandstellung - Duitse WO I bunkerlinie

Reichsschüle Flandern - SS-School Kwatrecht

Duitse Atlantic Wall Radarpost - Goldammer

WOI en II Munitiedepot De Ghellinck Zwijnaarde

Duitse gangen onder centrum Gent WOII

Schuilplaatsen voor havenarbeiders Gentse kanaalzone uit de koude oorlog

Het Fort van Eben Emael

KW-linie

WO I - Kwatrecht - Melle

18 daagse veldtocht gekoppeld aan TPG

Neergestorte B17 te Kwatrecht 19-09-1944

De bevrijding WO II van de regio rond TPG

Toestand Belgisch leger ten tijde van mei 1940

Gesneuveldenlijsten:

Contact en onbeantwoorde vragen

Media-aandacht

Copyright

Links

Beschrijving Bruggenhoofd Gent.

De bouw van Bruggenhoofd Gent als onderdeel van de Belgische fortificatiepolitiek.

De Bouw van Bruggenhoofd Gent was maar een klein onderdeel van de ganse fortificatiepolitiek die plaats had over het ganse Belgische grondgebied. U krijgt hier een chronologisch overzicht hoe deze fortificatie verliep voor België vanaf eind jaren '20 tot de hel losbarstte in mei 1940.

In 1920 sloot België een verbond met de Franse legerstaf zodanig dat Frankrijk het Belgische leger zou bijstaan mocht het Duitse leger, niet uitgelokt door België, het land binnenvallen.

Tijdens de verdragen van Locarno, waar naast België ook nog Engeland, Frankrijk, Duitsland en Italië deelnamen, had België met zijn beperkte legermacht aangeboden Frankrijk bij te staan mocht het aangevallen worden door Duitsland en omgekeerd aan Duitsland mocht het aangevallen worden door Frankrijk. In deze periode dienen ook de eerste plannen voor renovatiewerken en moderniseringen te worden gesitueerd aan de reeds bestaande Belgische fortificatiewerken.

Militaire commissies beslisten tussen 1926 en 1927 om de bestaande forten rond Luik, Namen en Antwerpen te moderniseren en te herstellen. Dit hield in:

  • Herstellen van zware beschadigingen afkomstig uit de gevechten van WO I.
  • De forten werden vooral bijkomend aangepast om er de leefomstandigheden te verbeteren.
  • Ook waren ze totaal niet bestand tegen oorlogsgassen (iets waarvoor men bij een nieuwe oorlog nog altijd zeer bang voor was dat ze aan beide zijden opnieuw gebruikt zouden kunnen worden).
  • Daarnaast waren de vast opgestelde artillerie en communicatiesystemen sterk verouderd.
  • De onderlinge verbindingen tussen de forten dienden zoveel mogelijk afgesloten worden door middel van bijkomende bunkerlijnen (courtines).
Situatie van de Luikse forten voor WO I (Schets: Denkschrift über die Belgischen Landesbefestigung - 1941)
Situatie van de Naamse forten voor WO I (Schets: Denkschrift über die Belgischen Landesbefestigung - 1941)

Situatie van de Antwerpse forten voor WO I (Schets: Denkschrift über die Belgischen Landesbefestigung - 1941). De Antwerpse forten stonden in een dubbele gordel. De binnenste fortengordel was eigenlijk al achterhaald voor zijn bouw en was volledig opgetrokken in baksteen. De gordel bleek veel te dicht bij het Antwerpse centrum te staan en was wegens volledig opgetrokken in baksteen niet bestand tegen de dan zwaarste gekende kalibers van projectielen. De buitengordel was opgetrokken in beton (geen gewapend beton) en was voor die tijd wel op een veilige afstand van Antwerpen gebouwd.

Kort nadien bleek gans Europa ten prooi te vallen van een zware crisis. Er was veel werkloosheid en nood aan grote bouwprojecten. Daarom werd er onder andere ook in deze periode begonnen met het graven van het Albertkanaal tussen Luik en Antwerpen.

(Het Albertkanaal aangeduid vanaf Herstal tot in Antwerpen op een kaart van Google Earth)

In 1928 werd voor de eerste keer het idee opgeworpen voor de bouw van Bruggenhoofd Gent als nieuw Reduit National. In deze plannen was nog geen sprake van een bunkerlinie maar een reeks van grote forten met daarbij een aantal overstromingsgebieden.

(Schets Bruggenhoofd Gent als fortengordel: KLM Brussel)

Zoals in zovele economische crisissen, bloeide ook in deze periode her en der in Europa het Nationalisme op. Duitsland weigerde geleidelijk aan te voldoen aan zijn verplicht opgelegde beloftes, voortvloeiend uit zijn nederlaag tijdens WO I.

In 1929 startte de modernisering van de Luikse forten en nog twee forten op de linker oever. Bij de Luikse forten waren dit wel nog enkel de oostelijke en zuidelijke forten. De forten zoals dit van Loncin dat via een explosie van de kruitkamer in 1914 letterlijk volledig de lucht in vloog, werden nooit hersteld.

Herwerkte schets uit het Duitse Denkschrift met nog enkel de forten die opnieuw hersteld werden. Niet meer opnieuw hersteld zijn zoals hier in het groen te zien, de forten van Hollogne, Loncin, Lantin en Liers.

In december 1929 besloot de Franse regering tot de bouw van de Maginotlinie, dit met het oog op de ontruiming van het Duitse Rijnland het jaar nadien.

Zoals zichtbaar op de eenvoudige schets van de Maginotlinie (Replica) bestond de lijn uit 2 zones. De rechtstreekse grens met Duitsland was voorzien van zware fortificiatie-bunkers. Vaak waren dit bunkercomplexen met honderden meters ondergrondse gangen en complexen met elkaar verbonden. De foto's daaronder zijn voorbeelden daarvan (Foto's: Replica). De grens van België met Frankrijk was minder zwaar beschermd en daar vond men bunkers terug zoals men ook bij ons bouwde. Meestal bunkers met 1, 2 of 3 kamers, bedoeld voor mitrailleurs of lichter pantserafweergeschut. Hiervan 2 voorbeeldfoto's daaronder.

In 1930 volgde de modernisering van de Naamse forten. Deze werden wel allen opnieuw gerestaureerd behalve de originele Citadel.

Herwerkte schets uit het Duitse Denkschrift met de heringebruik gestelde forten van Namen.

Bijkomend werd er aanbevolen nog 4 nieuwe forten te bouwen zo een 5 a 8 kilometer meer oostwaarts van Luik. Dit zouden de forten van Neufchâteau, Battice, Tancrémont (Pepinster) en Sougné-Remouchamps worden.

Voor de Antwerpse forten zou de modernisering zich beperken tot de forten van de buitengordel en dan nog alleen de oostelijk gelegen exemplaren. De ganse binnenring werd eveneens niet meer gemoderniseerd. Voor de Antwerpse forten zou deze modernisering uitlopen tot eind jaren '30 wegens massaal protest van locale autoriteiten die wel doorhadden dat als hun forten opnieuw werden opgeknapt, men het geweld opnieuw naar hen toe zou trekken.

Herwerkte schets uit het Duitse Denkschrift met nog enkel de forten die opnieuw hersteld werden. De ganse binnengordel werd niet meer hersteld of gerenoveerd. Ook van de buitengordel worden de westelijke forten van Haasdonk, Landmolen, Lauwershoek, Steendorp, Bornem, Puurs, Liezele, Letterheide en Breendonk niet meer opnieuw in gebruik genomen.

Er werden bijkomende verdedigingslijnen voorzien langs het kanaal Maastricht - 's Hertogenbosch, het verbindingskanaal Maas - Schelde en het Albertkanaal. Ook aan de oostgrens van België werden de nodige veiligheidsmaatregelen getroffen. Deze bestonden die hoofdzaak uit voorbereidende werken om ten tijde van een aanval zeer snel zware vernielingswerken te kunnen aanrichten langs noodzakelijke doorgangswegen. Dit zou dan een opmars van vijandelijke troepen sterk moeten vertragen. Al deze werken waren afgewerkt tegen eind 1935 maar zelfs toen al besefte men dat al deze werken grotendeels achterhaald en ontoereikend zouden zijn in het uur van de waarheid.

Schets uit het Duitse Denkschrift met een duidelijk beeld op de vele gebouwde bunkers langs de verschillende kanalen die België van Duitsland en Nederland afscheiden. De bunkertjes die hier werden gebouwd waren allen nogal identiek en weinig uniek qua uitzicht zoals beide fotootjes aantonen maar wel noodzakelijk om deze kanalenstellingen vlot te kunnen verdedigen. (Foto links: Replica - Rechts: Duitse Denkschrift)

Eind 1931 bestonden er reeds vergezette plannen over de bouw van de eerder voorgestelde forten van Bruggenhoofd Gent.

Op 1 april 1932 startte de bouw van het gigantische en als oninneembare geachte fort van Eben-Emael. Dit zou de opening van Lixhe afgrendelen. Dit was ook bij de Duitse opmars in Wereldoorlog I, reeds een zwak punt gebleken.

De schets linksboven (Duitse Denkschrift) geeft een totaalbeeld van het gigantische fort. Het fort was letterlijk een kluwen van onderaardse gangen tussen de verschillende bovengrondse bunkerstructuren en koepels. De onderste foto (Replica) geeft een beeld op het toegangscomplex van het fort. Dit fort had inderdaad oninneembaar geweest, had de aanval vanaf de grond dienen te gebeuren.

Nog in hetzelfde jaar startte men met de bouw van 3 van de 4 voorgestelde nieuwe forten meer oostwaarts van Luik. Er werd eveneens 20 miljoen Belgische frank uitgetrokken (heden anno 2013 zou dit overeengekomen hebben met 3,3 Miljoen Euro) voor de onteigeningen en de bouw van bunkers van Bruggenhoofd Gent. Op dit moment was dus wel definitief de beslissing genomen voor de bouw van een bunkerlinie en niet een aantal grote forten. Dit bedrag werd onttrokken uit een totaal voorzien bedrag van 759 miljoen voor de fortificaties op Belgisch grondgebied. (1250 Miljard Euro anno 2013). De Bunkergordel Bruggenhoofd Gent zou uiteindelijk als onderdeel van het Reduit National moeten dienen als een laatste zeker te houden verdedigingslinie bij een vijandelijke inval.

Een poging om het totale Reduit National te schetsen op een detailkaart van Google Earth.

De fortificatiepolitiek in Europa, en zeker ook in België kent nog een extra boost als op 30 januari 1933 Adolf Hitler Rijkskanselier wordt in Duitsland.

In 1933 werd een bijkomende bunkergordel gebouwd rond de stad Luik. Deze bunkers moesten dan de reeds bestaande grotere forten met elkaar onderling gaan verbinden. Identiek volgen kort nadien gelijkaardige bouw van courtines tussen de opnieuw in gebruik genomen forten van Namen en Antwerpen.

4 schetsen zoals terug te vinden in het Duitse Denkschrift van de forten en bijhorende courtines van bunkers te Luik, Namen en Antwerpen. De vierde schets toont ons de situatie met de bijgebouwde oostelijk forten van Luik. In plaats van de eerder 4 voorziene forten werden er slechts nog 3 bijkomend opgetrokken, namelijk Neufchateau, Battice en Tancremont. Het eerder voorziene fort van Sougné Remouchamps werd nooit gebouwd en vervangen door een combinatie van kort bij elkaar opgestelde bunkers. Deze forten zouden samen met Eben Emael de enige forten in gewapend beton zijn op Belgisch grondgebied.

Nog datzelfde jaar op 14 oktober, trekt Duitsland zich terug uit de Volkerenbond en werden eerdere ontwapeningsakkoorden opgezegd. Deels als reactie hierop werd in België het 10e Linieregiment, dat gevestigd was te Aarlen, omgevormd tot een soort elitekorps. Deze elitetroepen werden de Ardeense Jagers genoemd. Ook werden rond deze periode de eenheden Grenswielrijders gevormd te Luik en Limburg, specifiek bedoeld voor de bewaking van de grenzen met Duitsland.

Op 17 februari 1934 begon voor het Belgische koningshuis een rumoerige periode. Op deze datum overleed plotseling koning Albert I. Hij lag tevens aan de oorsprong van het bestaande Frans-Belgische bondgenootschap om elkaar militair bij te staan. Dit omvatte de mogelijkheid om troepen in elkaars grensgebieden toe te laten. Door dit onverwachte overlijden kwam vroeger dan verwacht Leopold III aan de macht.

In 1934 plant men in België de bouw van een dekkings- en weerstandsstelling die zou lopen van Antwerpen tot aan de Franse grens toe. Dit omvatte dus ook grotendeels wat later de fameuze KW-linie (Koningshooikt-Waver-linie) zou worden, van Franse kant beter gekend als de Dylestelling (Dijlestelling).

Ten zuiden van Gent startte de bouw van een verdedigingslinie van Gent, "Bruggenhoofd Gent". Het was in die tijd nog beter bekend onder zijn Franse naam "Tête de Pont de Gand". De originele plannen voor de bouw van de forten waren intern op zoveel tegenstand gestoten omdat deze een grote waardevermindering op de gronden met zich zouden meebrengen. Dit nog merkelijk meer dan bij het onteigenen omwille van de bouw van kleinere bunkers. Daarom viel de uiteindelijke keuze op een bunkergordel. Het doel van Bruggenhoofd Gent was naast Reduit National in eerste instantie de verdediging van Gent en zo onrechtstreeks, maar veel belangrijker, de bescherming van Antwerpen. De eerste onteigening voor de bouw vonden plaats in oktober 1934 en zouden doorlopen tot half 1936 met een uitschieter tot in februari 1937. De bouw van de bunkers zou in het algemeen plaatsvinden binnen de 8 maanden volgend op het onteigenen van de gronden, alhoewel op verschillende plaatsen deze deadline niet gehaald zou worden. De bouw van de bunkerlinie werd in eerste instantie uitbesteed aan zes verschillende bouwfirma’s.

schets van plan zoals eerste bouwproject eruit zag (firma's A tot F)

(Herwerkte kaart Bruggenhoofd Gent met alle bouwprojecten van de bouwfirma's A tot F)

In een tweede fase vond men dat hier en daar de verdedigingslinie iets te zwak was. Nog tijdens het uitbesteden van de eerste 6 bouwprojecten, werden nog een aantal nieuwe bijkomende projecten toegevoegd, vooral op de achterlinie van het bruggenhoofd. Ook werd te Moortsele de zware bunker A30 gebouwd langs de spoorlijn Gent-Geraardsbergen. Dit project werd uitbesteed als bouwproject G. Dit project werd op zijn beurt nog eens opgesplitst in 3 kleinere deelprojecten. Dit was noodzakelijk omdat het in die periode door de massaal te bouwen bunkers en forten, niet meer evident was nog de nodige bouwfirma's te vinden om deze projecten nog in de voorziene tijdsplanning gebouwd te krijgen.

volledig bruggenhoofd Gent, inclusief bouwfirma G

(Het volledige Bruggenhoofd Gent, inclusief bouwproject G)

De bunkergordel ter verdediging van Gent lag uiteindelijk verspreid over het grondgebieden van twintig verschillende gemeentes, namelijk Kwatrecht, Melle, Gijzenzele, Gontrode, Oosterzele, Scheldewindeke, Landskouter, Moortsele, Lemberge, Bottelare, Munte, Baaigem, Vurste, Schelderode, Melsen, Gavere, Semmerzake, Eke, Nazareth en Astene. De gordel verbond de Schelde te Kwatrecht met de Schelde te Semmerzake, om dan verder te lopen van de Schelde te Eke tot aan de Leie te Astene. De volledige bouw moet afgewerkt geweest zijn eind 1936, begin 1937.

Op 16 maart 1935 verwerpt Duitsland de militaire land-, zee- en luchtbeschikkingen die het na WO I was opgelegd via het verdrag van Versailles. Duitsland voert ook opnieuw de verplichte legerdienst in van 1 jaar en richt een militaire luchtmacht op. Hierdoor kreeg Duitsland op slag weer een leger van 500.000 soldaten. Dit betekende dus een herbewapening van Duitsland wat dan ook een regelrechte aanfluiting was van de maatregelen die Duitsland opgelegd had gekregen meteen na de nederlaag van de Eerste Wereldoorlog.

Op 7 maart 1936 gaf Hitler de opdracht de veiligheidszone tussen Duitsland en zijn directe buurlanden, het Rijnland, opnieuw militair te gaan bezetten met een indrukwekkende Wehrmacht van 300.000 man. Ze verwerpen hiermee volledig de overeenkomst van Locarno. Indien Frankrijk wilde overgaan tot een herbezetting van het Rijnland, zou het verplicht zijn eveneens over te gaan tot een algemene mobilisatie. Dit achtte Frankrijk onmogelijk, amper zes weken voor de verkiezingen. Frankrijk besloot met de middelen die het had zijn eigen grenzen te versterken en keek uit naar een reactie van Engeland. De Engelsen zagen de Duitse troepenbewegingen aan als een ver-van-hun-bedshow en lieten uiteindelijk Duitsland oogluikend begaan.

Op 25 maart 1936 werd een gemeenschappelijke Belgisch-Franse commissie opgericht die de werkelijke militaire situatie ging bekijken in geval van een mogelijk Duitse inval. Men kwam er tot onderstaande besluiten:

  • De meest waarschijnlijke aanvalskant zou komen doorheen Nederlands Limburg. Daarom drong de afwerking van het Albertkanaal zich op.
  • Er was dringend de bouw van een dekkingsstelling tussen Aarlen en de nog niet gerenoveerde Antwerpse forten nodig (= onder andere de KW-linie). Wel was er ondertussen het reeds afgewerkte stuk van het Albertkanaal met langs de oevers vele bunkers, de Maas met versterkte fortengordels rond Luik en Namen. In Vlaanderen was er een nationaal bolwerk gevormd door de lijn kanaal Gent-Terneuzen, de bunkergordel Bruggenhoofd Gent en de Bovenschelde.
  • De dienstplicht in België werd opgedreven tot 12 maanden voor de soldaten en tot 18 maanden voor de cavalerie.
In april 1936 werd een bijkomende grote som geld vrijgemaakt voor het verder uitbouwen en organiseren van het militaire systeem. Er werd geld voorzien voor:
groepje Belgische Grenswielrijders
Belgische Grenswielrijders - (foto: Replica)
  • Het installeren van de Ardeense Jagers en de Grenswielrijders nabij de Frans-Duitse grenzen.
  • Het algemeen versterken van de grenzen.
  • De oprichting van een nieuw 14e Linieregiment.
  • Het oprichten van 6 reserve infanteriedivisies.
  • Zorgen voor bijkomende artillerie-eenheden.

Schets uit het Duitse Denkschrift met daarop alle bunkers gebouwd in de provincie Luxemburg op de grootste hoofdwegen. Dit pastte in het plan om de grenzen bijkomend te beschermen tegen een mogelijks Duitse inval.

Op 14 oktober 1936 hield de toenmalige vorst Leopold III een belangrijke toespraak tijdens een zitting van de Ministerraad. Hij wees er hierbij op dat er een zware militarisering in gans Europa lopende was. Zelfs vredelievende landen als Nederland en Zwitserland bleken er aan mee te doen wat toch de onrust volgens hem duidelijk liet merken. Merkwaardig genoeg wees hij zelfs binnen deze toespraak al op het risico van nieuwe oorlogstechnieken waarbij luchtmacht een zeer belangrijke rol zou kunnen spelen. Er werd specifiek gevraagd bijkomende inspanningen te doen ter verdediging van het luchtruim en het vervolledigen van de bestaande en in uitbouw zijnde verdedigingsstelsels. Ook moest dringend het actuele systeem van dienstplicht herbekeken worden. Hij wees er ook op dat het van belang was militair te kunnen weerstaan aan al onze buurlanden om hen te laten ontzien van een poging ons land onder de voet te lopen of te gebruiken als doorsteek naar andere van onze buurlanden. Hij vroeg ook een politiek te voeren als kleiner land waarbij wij onszelf zouden onthouden van mogelijk onderlinge conflicten van grotere buurlanden. Dit is letterlijk een aanzet naar de politiek die op dat moment reeds werd gevoerd door landen zoals Nederland en Zwitserland. Een politiek van neutraliteit naar het buitenland toe. Terug naar het systeem van voor WO I dus. Hij maakte zelfs reeds een voorspelling die ondanks alle gemaakte militaire inspanningen jammer genoeg in mei 1940 is uitgekomen: "Een min of meer onverwachte aanval zou in enkele uren belangrijke punten kunnen veroveren en onvoorwaardelijk het belangrijkste gedeelte van onze strijdkrachten buiten werking stellen."

Op 30 januari 1937 verklaarde Hitler deze Belgische onafhankelijkheid te zullen respecteren.

Op 24 april 1937 komt de Frans-Britse verklaring schoorvoetend tot stand. Dit betekende meteen het volledige einde van het eerdere Locarno verdrag. Zo erkenden ze het Belgische grondgebied niet te zullen gebruiken voor eventuele aanvallen op andere buurlanden van België. Wel bevestigden ze België ter hulp te komen bij een eventuele schending van zijn neutraliteit. Ook viel de verplichting van het kleine België weg om bij een aanval van Frankrijk of Duitsland aan elkaar, het aangevallen land militair bij te staan.

Als gevolg van deze nieuwe verdragen kwam België terug in zijn toestand van voor de Eerste Wereldoorlog als neutraal land. Dit had tevens ook tot gevolg dat geen enkele Franse of Britse soldaat de Belgische grens mocht overschrijden tot op het ogenblik dat Hitler's troepen België echt zouden binnentrekken. Een bijkomend risico dat het Belgische leger hierdoor zou kennen, is dat het als vrij kleine legermacht, zou moeten proberen een frontlijn van +/-200 km te verdedigen tot eventuele geallieerde hulp zou komen opdagen.

In 1937 startte ook nog de bouw van een bunkerlinie met bijhorende antitankhindernissen gericht op Frankrijk. Dit om de toestand van Belgische neutraliteit naar de buitenwereld geloofwaardiger te maken. Deze linie werd in in de loop van de winter 1938-1939 afgewerkt. Dit is de bijkomende, nooit gebruikte, linie tussen Waver en Ninove.

Gedeelte van een kaart van het Duitse Denkschrift met daarop in het oranje de linie Ninove Waver omcirkeld. Dit bestond uit een combinatie van bunkercentra (Pamel, Castre, Halle, Braine l'Alleud, Waterloo en Waver) met daartussen antitankhindernissen of overstromingsgebieden.

September 1938, neemt de oorlogsdruk in Europa met rasse schreden toe. Duitsland dreigt naar Tjechoslowakijke met een oorlog indien zij Sudetenland niet aan Duitsland krijgen toegevoegd. Dit was een grensgebied tussen Duitsland en Tjechoslowakije met een Duitse meerderheid van bevolking.

In België wordt als reactie hierop op 27 september 1938 een eerste maal een grote mobilisatie afgekondigd. Er werd gemobiliseerd in twee fasen.

Jagers te Voet bij eerste mobilisatie in 1938
(Jagers te Voet bij de eerste Mobilisatie in 1938 - Foto: Replica)
  • Eerst riep men de laatste 5 klassen op, samen met degenen die toen reeds onder de wapens waren. Met deze klassen ging men de eenheden samenstellen voor de eerste lijn. Dit wil meer in detail zeggen de 12 Infanteriedivisies en de twee divisies Ardeense Jagers, 2 divisies Cavalerie, 1 brigade Cavaliers Portés (lichte pantserwagens), de troepen die voorzien werden voor de bezetting van de verschillende forten en de bedieners voor de zware artillerie.
  • In een tweede fase werden de 6 Reserve Infanteriedivisies opgeroepen, net als de troepen met speciale opdrachten zoals bv de medische diensten.
Op 28 september hadden praktisch alle wederopgeroepenen hun rangen vervoegd. Echter na deze eerste algemene mobilisatie bleken zich heel wat problemen te stellen:
  • Er was een groot tekort aan onderofficieren. Sommige divisies hadden er maar 1/3 van het voorziene aantal.
  • Door gebrek aan leiding deden de herbergen gouden zaken.
  • Er waren ongeveer 50% paarden te kort.
  • Er ontbrak nogal wat materieel.

(Soldaten nemen afscheid bij hun mobilisatie van vrouw en kinderen - Foto: Replica)

Op 29 september rond 14 uur vertrokken de verschillende eenheden naar hun voorziene stellingen. Deze stellingen werden op 30 september allen voorzien van de nodige munitie.

Vermoedelijk dateren beide foto's hieronder ook uit deze periode. De exacte datum van het nemen van de foto's ontbreekt maar ze spreken beiden over 1938. Op beiden is te zien hoe koning Leopold III en koningin Elisabeth een bezoek brengen aan de linies van de Belgische troepen opgesteld aan Bruggenhoofd Gent.

Koninklijk bezoek aan de troepen te Semmerzake 1938 koninklijk bezoek te Bottelare aan Bruggenhoofd Gent 1938

Twee foto's van het koninklijk bezoek aan de bunkerlinie Bruggenhoofd Gent, eind 1938. Links het bezoek aan de Belgische troepen te Semmerzake (Foto: Collectie A. De Smet) - Rechts het bezoek aan de troepen te Bottelare (Foto: Collectie A. Lemmens)

Als uiteindelijk zowel Frankrijk als Groot Brittannië toestemmen met de Duitse gebiedsuitbreiding in de hoop de oorlogsdruk hiermee te verminderen en de drang naar gebiedsuitbreiding van Duitsland er mee te kunnen stillen, stopt blijkbaar even de dreiging.

Op 1 oktober 1938 begint binnen België dan ook opnieuw een demobilisatie. Alle wederopgeroepenen werden opnieuw naar huis gestuurd. De wanorde was gigantisch. Overal slingert militair materieel rond.

Wel zou deze eerste mobilisatie er toe leiden dat de Belgische legerleiding er lessen zou uit trekken. Zo zou in de toekomst bij een volgende mobilisatie nog meer in fasen gemobiliseerd worden (5 om precies te zijn). Dit om het geheel ordelijker te kunnen laten verlopen.

Het was echter binnen Europa ondertussen ook te optimistisch te denken dat met de toegifte van Sudetenland de drang naar gebiedsuitbreiding van Duitsland zou gestild zijn. Nu kwam er een nieuwe eis naar Polen toe om Danzig opnieuw aan Duitsland te schenken. Daarnaast zou Polen ook een doorgang moeten geven over Pools grondgebied zodanig dat Oost-Pruisen opnieuw zou verbonden zijn met de rest van Duitsland. Polen weigerde dit.

Maart 1939 drong Duitsland Tjechoslowakije Duitse bescherming op. Tjechië werd letterlijk door Duitsland bezet en Slowakije werd onafhankelijk als een Duitse Vazalstaat. Litouwen werd eveneens gedwongen het Memelgebied af te staan aan Duitsland. De grote Europese mogendheden Frankrijk en Groot Brittannië bleven officieel achter de weigering van Polen staan.

Op 27 april 1939 maakte de Belgische militaire staf zijn voorstellen bekend in verband met de organisatie van de verdedigingslinie tussen Antwerpen en Namen, de KW-linie genaamd naar de twee uiterste punten Koningshooikt en Waver. Het betrof hier een bunkerlinie naar het model van bruggenhoofd Gent die een continue antitankhindernis tussen Lier en Waver moest kunnen onder vuur nemen. Deze antitankhindernis bestond afhankelijk van het terrein ter plaatse uit antitankmuren en grachten, overstromingsgebieden, rivieren of andere bredere waterlopen en aaneengesloten cointetelementen (ook gekend als Belgische poorten). Het leger zou naar die lijn moeten kunnen terugvallen in geval van tegenspoed aan de Albertkanaal- en de Maasstelling. Het leger werd op 29 augustus belast met het opstellen van de plannen om deze regio in de diepte te versterken. Dit zou de eigenlijke hoofdstelling worden en ze zou pas eind 1939 volledig zijn voltooid (in ruwbouwversie).

Bovenaan: Schets uit het Duitse Denkschrift met rechts in het oranje de KW linie omcirkeld. Daaronder: Enkele foto's (Replica's) van bunkerjtes van deze bunkerlinie. Zoals ik reeds hogerop vermelde, was deze linie wel degelijk afgewerkt qua betoneren maar zeker nog niet qua camouflage. Daarom werd in hoofdzaak afgezien van camouflages zoals aan bruggenhoofd Gent veelvuldig toegepast. Men is zeker 90% van de bunkers enkel gaan glad cementeren waarna men deze cementering zeer fraai is beginnen beschilderen. Hierdoor kregen ook deze bunkers eveneens het uitzicht van huisjes en zelfs bv een café zoals dit bunkertje in Duffel (foto rechtsboven). Dat men wel heeft gepoogd nog te camoufleren zoals aan TPG mag ook blijken uit de foto van een bunker rechtsonder waar de baksteen camouflagewand slechts gedeeltelijk is afgewerkt geraakt toen de strijd losbarstte.

Deze hoofdstelling zou uiteindelijk de vesting Antwerpen, die een doorgang gaf tot aan de zee via de haven en de Schelde, aansluiten op de vesting Namen en zijn fortengordel. Beiden werden verbonden met elkaar door middel van de KW-linie, een verdedigingslinie in de diepte uitgebouwd door middel van verschillende bunkerlijnen (voorlinie, tussenlinie en achterlinie).Via de verdediging van de Maas ten zuiden van Namen, kreeg men automatisch een verbinding met de bestaande Franse verdedigingsgordel, de Maginotlinie, ter hoogte van Sedan. In praktijk zou deze laatste verbinding echter nooit sluitend worden gemaakt en de zwakke schakel van het ganse systeem worden.

Op 2 augustus 1939 duikt boven onze streek het gigantische luchtschip LZ 127 "Graf Zeppelin" op . Deze was in Stuttgard opgestegen om zo over België, richting kust te vliegen. Eenmaal boven de Noordzee bleef hij ver genoeg weg van de Britse kust. Aan boord poogden 3 officieren van de Duitse Luftwaffe, signalen op te vangen van Britse radarstations. Toeval of niet, die dag was het Britse afweersysteem uitgeschakeld zodat de ganse opdracht weinig informatie zal opgeleverd hebben.

(De Graf Zeppelin boven een landelijk dorpje, allicht zoals hij ook in onze streek te zien moet geweest zijn - Foto Replica)
Graff Zeppelin boven landelijk dorpje
  • Op 26 augustus start een nieuwe Belgische mobilisatie. Er werd gestart met de actieve regimenten (1e tot 6e Infanterieregimenten), de eerste divisie Ardeense Jagers, het Cavaleriekorps en de Grenswielrijders, het vliegwezen, de luchtdoelartillerie en de vestingstroepen.
  • Op 28 augustus volgden de divisies van eerste reserve (8e en 11e Infanteriedivisie) en de 3 regimenten die de tweede divisie Ardeense Jagers gingen vormen.
belgische artilleriecollonne vergezeld van cyclisten

Op 1 September ontploft het Europese kruitvat. Duitsland valt Polen binnen. Duitsland weigert elke eis tot terugtrekking uit Polen op vraag van Frankrijk en Groot Brittannië. Beide staten kunnen op dat moment niets anders meer doen dan Duitsland de oorlog verklaren.

Als gevolg van deze vrij rampzalige wending, krijgt de Belgische mobilisatie nog een vervolg:

  • Op 3 september werden de transporteenheden en de resterende reservedivisies opgeroepen (7e, 9e, 10e en 12e Infanteriedivisies).
  • In de periode tussen de 11e september en de 13e januari werden de divisies van tweede reserve opgeroepen.

Op deze manier kwam het Belgische leger tot een totale bezetting van:

  • 4.800 officieren.
  • 16.500 reserve-officieren.
  • 30.000 beroepssoldaten.
  • 47.000 dienstplichtigen van de lichting van dat jaar.
  • 500.000 opnieuw opgeroepen soldaten uit oudere lichtingen.

Een dergelijke legermacht omvatte 8% van de totale Belgische bevolking en maar liefst 46% van alle mannelijke bevolking tussen 20 en 40 jaar oud op dat moment.

(links: mobilisatie in België in augustus 1939 - Foto: Replica)

2 oude foto's (Replica's) van de Belgische mobilisatie te Wetteren in september 1939. In de Libbrechtstraat worden Belgische opgeroepen soldaten op de fiets gespot.

Oude foto (Replica) van Belgische militairen, vermoedelijk wachtende op treinvervoer in de richting van waar ze zich dienden aan te melden. Op de achtergrond herkent men duidelijk het station van Wetteren. Ook de tramsporen zijn logisch als je kijkt hoe de situatie aan het station was in 1902 (Oude postkaart De Graeve en Zoon verstuurd in 1902)

De Belgische troepen bezetten in eerste instantie de verdedigingsgordels langs het AlbertKanaal en de Maas. Ook worden de grensgebieden met Duitsland tussen Turnhout en Arlon bewaakt.

Aan de kust begint een laatse bouwproject van militaire bouwwerken op het Belgische grondgebied. Hier werden eind 1939 nog eens dertien kazematten gebouwd met tankkoepels voor kanonnen en mitrailleurs in de zeedijk aan de Belgische kust. Deze kazematten zouden allen na de bezetting van België opgaan in de latere Atlantic Wall aan onze Belgische kust. (Ze waren dus origineel allen Belgisch)

Schets uit Duitse Denkschrift über die Belgisches Landesbefestigung van de Belgische bunkers nog gebouwd aan de Belgische kust. Rechts een voorbeeldfoto van een van die bunkertjes (Replica)

Op 4 september kondigt Leopold III af dat hij zich, gezien de situatie volgens Artikel 68 van de grondwet, aan het hoofd van het Belgische leger heeft gesteld.

Hoe bovenstaande dreiging uitmondt in een tweede Duitse bezetting van België, klik op deze link die u het verdere relaas zal geven van een achttiendaagse veldtocht van het Belgische leger. Het verhaal is wel toegespitst op alles wat zich heeft afgespeeld om en rond bruggenhoofd Gent of wat van belang zou zijn voor wat zich daar later heeft afgespeeld.