Citadelpark Gent

Buskruitfabriek Cooppal Wetteren

Vliegvelden WO I Regio Gent

WO I Munitiepark Kwatrecht

De Dodendraad

De Hollandstellung - Duitse WO I bunkerlinie

Reichsschüle Flandern - SS-School Kwatrecht

Duitse Atlantic Wall Radarpost - Goldammer

WOI en II Munitiedepot De Ghellinck Zwijnaarde

Duitse gangen onder centrum Gent WOII

Schuilplaatsen voor havenarbeiders Gentse kanaalzone uit de koude oorlog

Het Fort van Eben Emael

KW-linie

WO I - Kwatrecht - Melle

18 daagse veldtocht gekoppeld aan TPG

Neergestorte B17 te Kwatrecht 19-09-1944

De bevrijding WO II van de regio rond TPG

Toestand Belgisch leger ten tijde van augustus 1914

Toestand Belgisch leger ten tijde van mei 1940

Gesneuveldenlijsten:

Contact en onbeantwoorde vragen

Media-aandacht

Copyright

Links

Beschrijving Bruggenhoofd Gent.

De bouw van Bruggenhoofd Gent als onderdeel van de Belgische fortificatiepolitiek.

De Bouw van Bruggenhoofd Gent was maar een klein onderdeel van de ganse fortificatiepolitiek die plaats had over het ganse Belgische grondgebied. U krijgt hier een chronologisch overzicht hoe deze fortificatie verliep voor België gekoppeld aan de ganse oorlogspolemiek in Gans Europa vanaf eind jaren '20 tot ook hier de hel losbarstte in mei 1940.

Van 1918 - 1929

Op 28 juni 1919 werd door middel van het verdrag van Versailles definitief de vrede uit WO I voortvloeiend, getekend door de partijen die WO I uitvochten. De verliezende partij Duitsland kreeg hierbij echter zulke zware herstellingsbetalingen opgelegd dat dit land voor jaren zou worden doodgeknepen.

Duitsland kreeg nog de toelating van het in stand houden van een Duitse Reichswehr van maximaal 100.000 man. Een zone van 50 km ten oosten van de Rijn werd voor Duitsland als gedemilitariseerd gebied ingekleurd. Hier mochten zij zelf niets militair ontplooien op oprichten. Bestaande militaire Duitse structuren in deze zone dienden te worden ontmanteld en afgebroken.

Dit verdrag was dan ook meteen de start van een sluimerende nieuwe vijandigheid tussen de verschillende machthebbers en het onderdrukte Duitsland binnen in eerste instantie Europa. Dit betekende ook meteen voor België het einde van zijn toen nog binnen Europa bestaande neutraliteit.

In September 1919 werd in Duitsland een kleine rechts radicale partij, de "Deutsche Arbeiter Ausschluss für einen guten Frieden" opgericht. De partijnaam werd afgekort als de "Arbeiter Partij". Een van de kaderleden was een zekere Adolf Hitler. Heel kort nadien zou de partij nogmaals van naam veranderen, namelijk de "National Sozialistische Deutsche Arbeiter Partij - N.S.D.A.P. Omwille van het onmenselijke regime dat de Duitsers opgelegd kregen, kreeg de partij zeer snel een groeiende groep van aanhangers.

In 1920 startte Duitsland reeds zijn eerste herbewapeningsprogramma op ondanks zijn recente nederlaag in WO I. Het betrof het oprichten van een klein maar zeer doeltreffend leger, ingericht op basis elite eenheden. Toch voldeed het voorlopig hierdoor nog altijd aan de eisen die het land in Versailles werden opgelegd op militair gebied.

Gedeeltelijk als reactie hierop sloot België in datzelfde jaar een verbond met de Franse legerstaf zodanig dat Frankrijk het Belgische leger zou bijstaan mocht het Duitse leger, niet uitgelokt door België, het land opnieuw binnenvallen.

In deze periode ontstaan ook de eerste plannen voor het uitbouwen van een verdedigingsstelsel van in totaal 235 km langsheen de Belgisch-Nederlandse en Belgisch-Duitse grens. Dit eerste verdedigingsplan kreeg de naam het "Plan Maglinse" Deze lijn zou uitgewerkt worden met betonnen versterkingen en diende in nood tussen Antwerpen en Malmédy door het Belgisch leger bezet te worden. Het Belgische leger omvatte op dat moment 18 Infanteriedivisies. Dit waren 12 actieve en 6 in nood opnieuw op te roepen en op te richten reserve Infanteriedivisies. Vanaf Malmédy tot de grens met Frankrijk, zou dan bijkomend dienen bezet te worden door 6 nog te voorziene Franse legerdivisies. Of die door de Fransen te bezetten zone ook bijkomend zou voorzien worden van versterkingen, is onduidelijk.

Plan Maglinse

Schets Plan Maglinse (De Belgische Fortificatie-inspanning tijdens het Interbellum - Simon Stevin Stichting)

Duitsland keurde in augustus 1922 een wet uit ter bescherming van de na de oorlog opgerichte Republiek. Hiermee samenlopend belandde Adolf Hitler een eerste keer in de gevangenis.

Toen Duitsland vanaf 1923 zijn in Versailles opgelegde financiële verplichtingen niet meer nakwam naar onder andere Frankrijk toe, bezette dit het Duitse industriële centrum, het Ruhrgebied. Ook België zou vrij snel dezelfde tactiek beginnen toepassen om voldoende vergoeding voor de geleden oorlogsschade te kunnen eisen van het reeds financieel doodgeknepen Duitsland. Belgisch Franse steunpunten in deze Rijnlandbezetting situeren zich onder andere te Köln, Koblenz en Mainz.

Vrij kort nadien kwam onder ander Adolf Hitler vrij uit de cel. Hij lag direct mee aan de grondslag van Duitse protestacties tegen de Franse en Belgische bezetting van het Ruhrgebied.

Omwille van besparingsmaatregelen wordt het Belgische legerstelsel ook hervormd en worden de standaard voorziene 12 Invanteriedivisies afgebouwd tot 8 waardoor nogmaals het uitvoeren van het eerdere plan Maglinse onmogelijk wordt.

Op 8 November 1923 deed Hitler een eerste poging om aan de macht te komen in Duitsland maar dit zou er toe leiden dat het N.S.D.A.P. verplicht werd zich te ontbinden. Omwille van een verboden optocht in Beieren waarbij 16 doden vielen, zou Hitler wegens hoogverraad veroordeeld worden tot 5 jaar gevangenisstraf. Hij zou hier slechts een 9 tal maanden (1 april - 20 december 1924) van uitzitten in de gevangenis van Landsberg waar hij behandeld werd als een prins en het grootste gedeelte van zijn ideologie "Mein Kampf" zou schrijven. Bij dit schrijven zou hij sterk geholpen zijn door een groot aanbidder van hem, namelijk Rudolph Hess.

Na zijn vrijlating nam Hitler in februari 1925 opnieuw de leiding van de ondertussen niet meer verboden N.S.D.A.P. partij op zich.

Tijdens de verdragen van Locarno die plaatsvonden van 5 tot 16 Oktober 1925 werd door de deelnemers België, Frankrijk, Duitsland, Engeland en Italië het onderstaande vastgelegd:

  • De Belgisch-Duitse en de Frans-Duitse grenzen werden eenduidig vastgelegd.
  • Het grensgebied gevormd door de Rijn werd een gedemilitariseerde zone van 50 km breed. Dit is wat men het Rijnland zou gaan noemen. Het verdrag ging dus eigenlijk de eerder al lopende Rijnbezetting gaan officialiseren.
  • De geallieerden zouden het Rijnland dat door hen werd bezet sowieso vanaf 1930 opnieuw dienen vrij te geven. Dit laatste, op voorwaarde dat die zone op dat moment niet militair opnieuw zou worden bezet door Duitsland. Doordat op die manier dit grensgebied bezet werd door geallieerde troepen (Fransen en Belgen) en dit bijkomend gedemilitariseerd diende te worden van Duitse kant, was een nieuwe onverwachte Duitse inval in zowel België als Frankrijk op dat moment uitgesloten. Ook zouden bij nieuwe militaire confrontaties, deze zich afspelen op het Duits grondgebied.
  • België bood met zijn beperkte legermacht Frankrijk aan dit bij te staan mocht Frankrijk aangevallen worden door Duitsland en omgekeerd aan Duitsland mocht het aangevallen worden door Frankrijk.

Als gevolg van dit verdrag krimpt België nogmaals zijn aantal actieve Infanteriedivisies in van 8 naar 6. Ook Frankrijk doet een gelijkaardige inkrimping. Deze bezetting zorgde er op die manier voor dat het eerder vermelde Plan Maglinse in praktijk nooit zoals origineel voorzien, zou uitgewerkt hoeven (en zelfs kunnen) worden.

Kort na dit verdrag dienen ook de eerste plannen voor renovatiewerken en moderniseringen te worden gesitueerd aan de reeds bestaande Belgische fortificatiewerken. Militaire Belgische commissies beslisten tussen 1926 en 1927 om de bestaande forten rond Luik, Namen en Antwerpen te moderniseren en te herstellen. Dit hield in:

  • Herstellen van zware beschadigingen afkomstig uit de gevechten van WO I.
  • De forten werden vooral bijkomend aangepast om er de leefomstandigheden te verbeteren.
  • Ook waren ze totaal niet bestand tegen oorlogsgassen. Dit was iets waarvoor men bij een nieuwe oorlog nog altijd zeer bang voor was, vooral aan Duitse kant, ondanks dat het door geen enkele van de partijen in WO II ooit opnieuw gebruikt zou worden. Kijk naar Duitse troepen te Normandië bij de bevrijding die dan nog altijd gasmaskers droegen als onderdeel van hun vaste uitrusting.
  • Daarnaast waren de vast opgestelde artillerie en communicatiesystemen sterk verouderd.
  • De onderlinge verbindingen tussen de forten dienden zoveel mogelijk afgesloten worden door middel van bijkomende bunkerlijnen (courtines).

Situatie van de Luikse Forten voor WO I

(Schets: Denkschrift über die Belgischen Landesbefestigung - 1941)

Situatie van de Naamse Forten voor WO I

(Schets: Denkschrift über die Belgischen Landesbefestigung - 1941)

Situatie van de Antwerpse Forten voor WO I

De Antwerpse forten stonden in een dubbele gordel. De binnenste fortengordel was eigenlijk al achterhaald voor zijn bouw en was volledig opgetrokken in baksteen. De gordel bleek veel te dicht bij het Antwerpse centrum te staan en was, wegens volledig opgetrokken in baksteen, niet bestand tegen de dan zwaarste gekende kalibers van projectielen. De buitengordel was opgetrokken in beton (geen gewapend beton) en was voor die tijd wel op een veilige afstand van Antwerpen gebouwd.

(Schets: Denkschrift über die Belgischen Landesbefestigung - 1941).

Ondanks de vrees voor de Duitse partij N.S.D.A.P. deed deze partij het bij nieuwe verkiezingen in Duitsland in 1928 niet zo goed. Zij zouden maar de stem krijgen van 810.000 kiezers. Niet zo een denderende uitslag als je weet dat er 31.000.000 kiezers te verdelen waren.

Kort nadien bleek gans Europa ten prooi te vallen van een zware crisis. Er was veel werkloosheid en nood aan grote bouwprojecten. Dergelijke situaties hebben altijd al succes van extreme partijen uitgelokt en dat was toen ook niet anders. De extreem rechtse partij N.S.D.A.P. begon aan een bloeiperiode in Duitsland. In 1932 zou hun stemmenaantal reeds groeien tot 14.000.000 stemmen.

Om ook in België iets te kunnen doen aan de grote werkloosheid, werd hier aanvang genomen met een zeer groot bouwproject, namelijk het graven van het Albertkanaal tussen Luik en Antwerpen. Dit was van belang voor de scheepvaart maar zeker ook om militaire redenen. Dit was eenmaal het bestond en indien ontdaan van zijn bruggen, een zeer sterk verdedigingsstelsel tegen een mogelijke invaller uit het (noord) oosten..

(Het Albertkanaal aangeduid vanaf Herstal tot in Antwerpen op een kaart van Google Earth)

in 1928 werd voor de eerste keer het idee opgeworpen over de bouw van Bruggenhoofd Gent als onderdeel van het nieuw Reduit National. In deze plannen was nog geen sprake van een bunkerlinie maar een reeks van grote forten met daarbij een aantal overstromingsgebieden.

(Schets Bruggenhoofd Gent als fortengordel: KLM Brussel)

In 1929 startte de modernisering van de Luikse forten en nog twee forten op de noordelijke oever van de Maas te Luik . Bij de Luikse forten waren dit wel nog enkel de oostelijke en zuidelijke forten. Onder andere het fort van Loncin dat via een explosie van de kruitkamer in 1914 letterlijk volledig de lucht in vloog, werd nooit hersteld.

Herwerkte schets uit het Duitse Denkschrift met nog enkel de forten die opnieuw hersteld werden. Niet meer opnieuw hersteld zijn zoals hier in het groen te zien, de forten van Hollogne, Loncin, Lantin en Liers.

In december 1929 besloot de Franse regering tot de bouw van de Maginotlinie, dit met het oog op de ontruiming van het Duitse Rijnland het jaar nadien.

Zoals zichtbaar op de eenvoudige schets van de Maginotlinie (Replica) bestond de lijn uit 2 zones. De rechtstreekse grens met Duitsland was voorzien van zware fortificiatie-bunkers. Vaak waren dit bunkercomplexen met honderden meters ondergrondse gangen en complexen met elkaar verbonden. De foto's daaronder zijn voorbeelden daarvan (Foto's: Replica). De grens van België met Frankrijk was minder zwaar beschermd en daar vond men bunkers terug zoals men ook bij ons bouwde. Meestal bunkers met 1, 2 of 3 kamers, bedoeld voor mitrailleurs of lichter pantserafweergeschut. Hiervan 2 voorbeeldfoto's daaronder.

Het vervolg van de Fortificatiepolitiek in Belgie vindt u op deze link die ons het verdere verhaal vertelt van 1930 tot 1935.

Specifieke extern gebruikte bronnen:

  • Notre Systeme de Fortification vue d'ensemble (Ongedateerde tekst, allicht van rond 1935 - auteur niet gekend) - Centrum voor Historische Documentatie van de Krijgsmacht te Evere - Dossier 512.