De Duitse bunkerlinie - De Hollandstelling - Wereldoorlog I.

Citadelpark Gent

Buskruitfabriek Cooppal Wetteren

Vliegvelden WO I Regio Gent

WO I Munitiepark Kwatrecht

De Dodendraad

De Hollandstellung - Duitse WO I bunkerlinie

Reichsschüle Flandern - SS-School Kwatrecht

Duitse Atlantic Wall Radarpost - Goldammer

WOI en II Munitiedepot De Ghellinck Zwijnaarde

Duitse gangen onder centrum Gent WOII

Schuilplaatsen voor havenarbeiders Gentse kanaalzone uit de koude oorlog

Het Fort van Eben Emael

KW-linie

WO I - Kwatrecht - Melle

18 daagse veldtocht gekoppeld aan TPG

Neergestorte B17 te Kwatrecht 19-09-1944

De bevrijding WO II van de regio rond TPG

Toestand Belgisch leger ten tijde van mei 1940

Gesneuveldenlijsten:

Contact en onbeantwoorde vragen

Media-aandacht

Copyright

Links

De Hollandstellung

Waarom werd de Hollandstellung opgericht als onderdeel van een groter geheel van Duitse stellingbouw in België tijdens WO I - Het ontstaan van de Hollandstellung.

  • Vanaf het begin van de Duitse bezetting van het grootste gedeelte van België in oktober 1914, werd reeds van Duitse hogerhand beslist de vesting Antwerpen opnieuw militair in te richten. Van de 33 originele forten en schansen van de Antwerpse buitenring, waren er 13 onbeschadigd in Duitse handen gevallen. De andere forten werden op korte tijd door Duitse firma's en arbeiders hersteld.
  • Het geheel werd echter niet meer hersteld als een kring rondom Antwerpen. Men ging enkel de forten herstellen die functioneel waren in de op dat moment voorziene mogelijks bedreigde kanten voor de Duitse bezetter. Deze zones werden ook versterkt met extra te bouwen bunkers tussen de reeds bestaande forten en schansen.
  • Een eerste verdediging van het Belgische grondgebied ontstond door de aanleg van de fameuze "dodendraad". Deze hindernis is eigenlijk meer een civiele hindernis dan een militaire. Het was een grensbeveiliging onder hoogspanning die diende te verhinderen dat er nog vlot ongecontroleerd transport van personen of goederen kon plaats vinden tussen het bezette België en Nederland. In de beginfaze betrof dit een afspanning met prikkeldraad die weinig of geen rekening hield met bestaande dorpen, sociale en economische gevolgen. Deze afspanning was volledig uitgewerkt tussen Knokke en Aken vanaf de zomer van 1915.
  • In een tweede faze werd deze draadhindernis aangepast naar een driedelige draadversperring. De binnenste en buitenste draad waren een klassieke prikkerdraad. De centrale draadversperring stond sommige momenten onder hoogspanning. Deze afspanning was volledig operationeel vanaf de tweede helft van 1916. Deze vorm van grensafsluiting zou in de volksmond bekend worden als "De Dodendraad". Meer details over deze dodendraad op deze link.
  • Vanaf de lente van 1916 zaten de Duitsers verveeld met een te groot aantal fronten. Zo was er het vastzittende front in de westhoek dat doorliep doorheen gans Noord Frankrijk. Daarnaast was er de oorlog in het Oosten met Rusland. Deze laatste koste hen massa's aan soldaten waardoor ze al geruime tijd problemen hadden alle frontzones nog vlot van troepen alsook de nodige versterkingen en vervangingen te voorzien. Vooral aan het Westfront werd dit voelbaar. De Duitsers waren er zich dan ook ten volle van bewust dat ze zo snel mogelijk een einde moesten zien te maken aan deze eindeloze strijd met Rusland wilden ze hun terrein in het westen weten te behouden. Hierbij kwam dat me al geruime tijd wist dat er van geallieerde kant plannen waren het vastgelopen Westfront open te proberen breken via het Neutrale Nederland, de Scheldemonding en de haven van Antwerpen. Een dergelijk bijkomend front zou de Duitse luchtmachtbasissen en vooral het Duitse Westfront langs de achterkant bedreigen. Als afschrikkingseffect hiertegen begon de bouw van bunkerstellingen tussen de Belgisch-Nederlandse grens om zo de geallieerde troepen te doen afzien van deze plannen en vooral om tijd te winnen om de strijd met Rusland, liefst op diplomatieke basis afgehandeld te krijgen.

Schets van de in België voorziene verdedigingsstelsels. Er is duidelijk enerzijds links het vastgelopen loopgravenfront op te zien doorheen Noord-Frankrijk tot aan de Belgische kust tot aan de IJzer nabij Nieuwpoort. Tussen Nieuwpoort en Knokke kreeg men dan een aaneensluiting van kustverdedigingen. In Knokke ging dit dan over in een grensverdediging, hier duidelijk bestempeld als de Hollandstellung. Deze schets is terug te vinden in de studie uit 1937 van de Duitse kolonel Biermann. (Schets: Boek "De Hollandstellung - Hans Sakkers)

  • Vanaf de herfst van hetzelfde jaar werd daarom gestart met de bouw van een versterkte linie gericht op Nederland. Deze versterkte linie liep van het Zwin in Knokke tot de overstromingsgebieden te Vrasene waar deze stelling zou aansluiten bij een op dat moment ook nog op te trekken bunkerlijn Steendorp-Vrasene (Die Westabschnitt). De linie was op die manier ongeveer 65.5 kilometer lang. Deze specifieke verdedigingslinie werd de Hollandstelling genaamd.
  • Daarnaast werden er rondom Antwerpen 3 zones versterkt uitgewerkt in de jaren 1917 en 1918. Verschillende Antwerpse Brialmontforten werden hier gewoon mee in geïntegreerd. Op dit stuk werden in totaal een 13 tal steeds terugkerende types van bunkers gebouwd:
    • Aan de noordelijke kant van Antwerpen vanaf de Schelde, meer specifiek de zuidwestkant van Fort Stabroek tot aan het fort van Schoten aan het Turnhoutkanaal stonden ongeveer 60% van alle tussen de Antwerpse forten gebouwde Duitse bunkers. Hier stonden in totaal 497 bunkers over een strook van ongeveer 20 km, wat neerkwam op een 25 tal bunkers per km. (Die Nordabschnitt).
    • Deze Nordabschnitt kende nog een uitbreiding langs het verdere verloop van het kanaal van Turnhout waar in het totaal nog eens 132 bunkers werden gebouwd. De bunkers langs dit kanaal stonden meestal gegroepeerd rond de bruggen en de sluizen aan dit kanaal. Ook valt het op dat de bunkers langs het kanaal in feite aan de vijandelijke zijde van het kanaal waren gebouwd. Men wou dus verhinderen dat de vijand (de geallieerden) zich zouden kunnen ingraven achter het kanaal zelf. De bunkers langs het kanaal eindigen in een noordelijke boog rondom de stad Turnhout.
    • Westelijk was er de zone tussen het fort van Steendorp en het overstromingsgebied ten noorden van Vrasene (Die Westabschnitt). Deze zone was ongeveer 12 km lang en hier werden origineel 216 bunkers gebouwd wat neerkwam op ongeveer 18 bunkers per km.
    • Meer zuidelijk in de zone tussen Schelde en Zenne, had men nog een iets beperktere bunkerzone voorzien. Deze startte in praktijk vanaf de noordwestkant van het fort van Bornem en liep tot voorbij het kanaal van Willebroek tot in de wijk Blaasveld. (De weinig bekende Südabschnitt). Hier stonden in totaal nog eens 116 bunkers over een strook van 16 km wat neerkwam op een 7 tal bunkers per km.
  • In het totaal richt de Duitse bezetter over al deze zones dus heel wat bunkers op:
    • Tussen het Zwin in Knokke en het overstromingsgebied in Vrasene (De Hollandstellung) werden in totaal 411 bunkers gebouwd.
    • Tussen de verschillende Brialmontforten van Antwerpen werden nog eens 830 bunkers gebouwd (Nord-, West- en Südabschnitt).
    • Langs het Turnhoutkanaal stonden er nog eens 132 bunkers.
  • Op die manier werden er in het grensgebied van België en Nederland vanaf de kust in Knokke tot in Turnhout aan het kanaal in totaal 1373 Duitse bunkers gebouwd om een geallieerde aanval via het Neutrale Nederland te verhinderen.
Situatieschets Duitse herinrichting Antwerpen in 1917

(Schets van de Duitse schuilplaatsen rond Antwerpen in 1917 - De Duitse bunkerlinie van Steendorp Vrasene 1917 - Raymond Van Meirvenne)

Ondanks de de bunkerlinies zoals de Hollandstellung nooit effectief gebruikt zijn, hebben ze hun doel wel bereikt. De gevreesde geallieerde aanval via het Neutrale Nederland, de Scheldemonding en de haven van Antwerpen, is er uiteindelijk nooit gekomen. In 1917 kon de strijd met Rusland beëindigd worden door onder andere Duitse steun bij de Oktoberresolutie waardoor het Russische Keizerrijk kwam te vallen. Hierdoor stopte ook meteen de strijd tussen Rusland en Duitsland. Hierdoor kon Duitsland zijn klemtoon opnieuw op het Westfront leggen.

Wel blijven de Duitsers de grenslijn van België met Nederland ook na het staken van de strijd met Rusland, verder uitbouwen wat er toch op wijst dat ze niet echt zin hadden om nog een nieuw front vanuit het Noorden er bij te krijgen. Het gedeelte van de Hollandstellung tussen het kanaal Gent-Terneuzen en Vrasene zou zelfs nooit afgewerkt geraken zoals origineel voorzien.

Hoeveel bunkers bevatte de Hollandstellung op zich.

  • De totale lengte van de bunkerlijn vanaf Knokke tot Vrasene zou ongeveer 65.5 km bedragen.
  • De Marine richtte zijn te verdedigen gebied tussen Knokke (het Zwin) en Maldegem in een aantal aparte steunpunten. Bijkomend probleem bij het koppelen van dergelijke steunpunten aan de Hollandstellung is dat de Hollandstellung aansluit bij de kuststellingen. Wat men op de duur dan nog gaat tellen bij de kuststellingen en wat bij de Hollandstellung is al een eerste discussiepunt. Zo werd in de eigen interpretatie van de Hollandstellung het Stützpunkt Paul al bij de kuststellingen gerekend terwijl het door sommigen allicht nog wordt geteld als een achteruitgeschoven "rust"-stelling van de Hollandstellung. Wel bemoeilijken dergelijke zaken een correct proberen terugvinden van wat nu nog bestaat van deze Hollandstellung en wat ondertussen reeds is gesloopt en verdwenen. In bestaande oude tellingen blijft men namelijk jammerlijk genoeg altijd zeer vaag over wat wel werd meegeteld en wat niet. Ook zijn er soms wel structuren gebouwd om gaten op te vullen tussen bestaande steunpunten. Bij wat ga je ze dan tellen en bij wat werden ze voorheen dan eventueel geteld?
  • Nog een bijkomend probleem is dat sommige structuren zijn opgetrokken uit meerdere kleinere deelstructuren. Dit dilemma doet zich vooral voor in het Marinegedeelte. Het is gezien de weinig gedetailleerde tellingen op dat gebied ook zeer moeilijk nu nog te achterhalen of men deze deelstructuren dan telkens individueel telde of alles samen als 1 geheel.
  • Mag het duidelijk zijn dat dit hokjesdenken allicht de Duitse bezetter niet echt zal geboeid hebben binnen zijn eigen verdedigingssysteem. Ik wil er bij deze dan ook alleen maar op wijzen dat het niet evident is verder door te redeneren op tellingen uit een verleden indien deze niet echt met bv detailtellingen per gemeente zijn gestaafd. Dit dilemma zit dus ook inbegrepen in de getallen die hogerop deze pagina al werden vermeld waardoor ik toch zeker voor het aantal bunkers gebouwd op het Marinegedeelte van de Hollandstellung, zou aanraden dit met een korreltje zout te nemen.
  • Zuiver door de Duitse Marine ingerichte steunpunten tussen Knokke Heist en de noordkant van het Leopoldkanaal ter hoogte van Leestjesbrug zijn op die wijze:
    • Stützpunkt Bayernschanze - ter hoogte van het Zwin, aansluitend bij de kuststellingen. Zeer moeilijk te begrenzen om hogerop vermelde redenen.
    • Stützpunkt Wilhelm - langs de Nieuwe Hazegraspolderdijk.
    • Stützpunkt Heinrich - ter hoogte van het oude Fort Hazegras
    • Stützpunkt Hauptstrasse - langs de Cantelmolinie en de weg Sluis - Westkapelle.
    • Stützpunkt Dora - ter hoogte van het oude Fort Sint Donaas.
    • Stützpunkt Gustave - langs de Spermaliepolder te Lapscheure.
    • Stützpunkt Karl - ter hoogte van de Nonnendijk te Lapscheure.
    • Stützpunkt Friedrich - ter hoogte van de Damweg te Middelburg en Moerkerke centrum.
    • Stützpunkt Mauritz - noordelijk van Leestjesbrug te Middelburg.
  • Belgische militaire inventarisaties van kort na WO I maken melding van in totaal 133 Duitse structuren in een strook van 18 km lengte tussen Knokke het Zwin en het dubbelkanaal Leopold - Schipdonkkanaal. Op die manier zouden er ongeveer 7 à 8 bunkers van groot tot klein gestaan hebben per kilometer. Er bestaat maar een zeer beperkte detailtelling van wat er ooit zou hebben gestaan in deze zone. Zo zouden er 102 structuren gelegen hebben tussen Leestjesbrug te Middelburg en het Zwin te Knokke. Alleen al langs het dubbelkanaal (zowel dus noordkant Leopoldkanaal als zuidkant Schipdonkkanaal) moeten dan tussen Leestjesbrug en Rolkalseide te Maldegem in totaal 31 structuren hebben gestaan, wat allicht vrij goed zal kloppen met wat aan locaties uiteindelijk kon teruggevonden worden. Van deze 31 zou dan ongeveer 1/3 op grondgebied Middelburg hebben gelegen en de rest op Maldegem. Sommige teksten spreken over deze 31 structuren als allen gebouwd aan de noordkant van het Leopoldkanaal, een hypothese die ikzelfs vrij ongeloofwaardig vind en totaal niet kan staven op basis van wat nog terug te vinden is en eventueel aangeduid is op oudere inventarissen en kaarten.
  • Ter hoogte van het dubbelkanaal Leopoldkanaal - Schipdonkkanaal ontstaat een volgend zwaar discussiepunt. Voorlopig verklaren alle officiële bronnen die ik terugvind over deze Hollandstelling dat de Duitse Marine bunkers bouwde tot de noordkant van het Leopoldkanaal met als enige uitzondering de 2 grote manschappenbunkers op het Schiereilandje Strobrugge. Alles wat zuidelijk werd gebouwd van het Schipdonkkanaal rekent men bij de structuren gebouwd door het Duitse 4e Leger. Toch ben ik er ondertussen zelf meer dan van overtuigd dat alles wat langs dit dubbelkanaal werd gebouwd tot Strobrugge, effectief is gebouwd door de Marine en niet door de Duitse landmacht. Wat op dat gebied tegenstrijdig is, zijn een aantal gebouwde en nog bestaande bunkers in op dat moment Marinegedeelte met kenmerken van deze van de landmacht en omgekeerd. Zo vindt men langs de zuidkant van het Schipdonkkanaal alvast nog vlot 3 manschappenbunkers ingewerkt in het talud met vooral kenmerken van de landmacht. Omgekeerd vind je langs de noordkant van het Leopoldkanaal ook de zware MG-bunkers (origineel 3 stuks) eveneens opgetrokken volgens bouwwijzes van de landmacht en toch ook aan de Marine toegewezen. Ook het omgekeerde kan worden teruggevonden. Ten zuiden van het Schipdonkkanaal vindt men 1 intacte en 1 gedynamiteerde kleine berging voor munitie, een structuurtje zuiver toegewezen aan de Duitse Marine. Ook stonden er 100% zeker in de velden tussen Schipdonkkanaal en Vakebuurtstraatje 2 in volle beton opgetrokken bunkers van de Marine, 1 van deze bunkers was van het type voor het plaatsen van een signaallamp. Beide bewijzen zijn jammer genoeg zeer lang geleden reeds gesloopt. De eigenlijke grens tussen Marine en Landmacht is dan ook allicht te zoeken als volgt. De Landmacht nam het over vanaf de zuidkant van het Schipdonkkanaal ter hoogte van Strobrugge. De 2 laatste Marinebunkers zijn daar de 2 grote manschappenbunkers op het huidige schiereiland van Strobrugge zelf. Deze lagen trouwens origineel elk aan 1 kant van de weg die naar de toenmalige bruggen over het Schipdonk- en Leopoldkanaal liep. Aan de noordkant van het Leopoldkanaal stoppen de laatste bunkers gebouwd door de Marine ter hoogte van de trekweg oostelijk van strobrugge bij de zware MG-bunker. Dit is ook meteen de laatste terug te vinden structuur langs het Leopoldkanaal (al is hier nog altijd 1 bijhorende manschappenbunker vermist). In hieropvolgende teksten zal altijd verder gesproken worden als Oostelijk van Strobrugge voor wat het landmachtgedeelte betreft, weet dat deze kleine afwijking hierin mee inbegrepen zit.
  • Vanaf die oostkant van Strobrugge tot het kanaal van Gent-Terneuzen stonden op een zone van amper 24 km maar liefst 221 bunkers. Op die manier kwam je al snel aan 9 à 10 bunkers per km. Dit was de sterktst bebunkerde zone van de Hollandstellung. Op basis van een telling uitgevoerd rond 14 september 1921 werd tot deze aantallen gekomen:
    • Maldegem - 8 bunkers (klopt ook als je vanaf Strobrugge begint te tellen)
    • Sint Laureins - 9 bunkers
    • Adegem - 5 bunkers
    • Eeklo - 65 bunkers
    • Lembeke - 41 bunkers
    • Oosteeklo - 24 bunkers
    • Ertvelde - 45 bunkers
    • Kluizen - 16 bunkers
    • Evergem - 6 bunkers
    • Assenede - 2 bunkers
  • Vanaf de overzijde van het kanaal Gent-Terneuzen liep de linie veel minder zwaar uitgebouwd door met nog eens 57 bunkers over nog eens 28 km wat ongeveer neerkwam op 2 bunkers per kilometer. Op basis van dezelfde telling kwam men toen tot dit detail:
    • Mendonk - 6 bunkers
    • Sint Kruis Winkel - 2 bunkers
    • Zaffelare - 11 bunkers
    • Moerbeke - 3 bunkers
    • Lokeren - 1 bunker
    • Eksaarde - 13 bunkers
    • Sinaai - 4 bunkers
    • Stekene - 3 bunkers
    • Kemzeke - 3 bunkers
    • Sint Gillis Waas - 5 bunkers
    • Vrasene - 6 bunkers
  • Deze laatste zone geeft echter een totaal verkeerd beeld van wat de linie hier diende te worden. Het was origineel zeker niet de bedoeling deze zone minder te bebunkeren. Het probleem dat zich hier voordeed is dat de bouw van de Hollandstellung pas op volle toeren liep in 1917. Men heeft eerst de meest belangrijkste zones uitgewerkt. Het gedeelte tussen kanaal Gent-Terneuzen en Vrasene werd op dat gebied door de aanwezigheid van overstromingsbieden als minder risicovol beschouwd en het laatst in detail uitgewerkt. Daarom dat in die zone nog heel wat bunkers wel waren voorzien om te bouwen maar nooit effectief gebouwd zijn. Had de oorlog nog langer geduurd, was deze zone zeker even zwaar uitgewerkt geweest. De locaties die hiervoor gebruikt gingen worden zijn grotendeels wel degelijk gekend.
  • Op basis van bovenstaande "oude" tellingen zou de volledig Hollandstellung ongeveer 411 bunkers moeten geteld hebben.

Het ontstaan van de Hollandstellung - chronologisch.

  • Eenmaal België was bezet door het Duitse leger in oktober 1914, kreeg het Duitse leger voor het eerst vlot toegang tot de Noordzee via een strook kuststrook tussen Knokke (het Zwin) en de IJzer te Nieuwpoort. Hierbij zaten inbegrepen de havens van Oostende en Zeebrugge alsook de stad Brugge die via kanalen was verbonden met vorige havensteden.
  • Al vrij snel werd de kustlijn voorzien van heel wat batterijen zwaar geschut om eventueel zwaar geschut vanop de Noordzee op Britse slagschepen te kunnen counteren. De kustlijn werd ook vrij ruim voorzien van luchtafweer om mogelijks Britse vliegtuigen uit de lucht te kunnen halen. Duitse vliegvelden kort achter de kust moesten het ook mogelijk maken van daaruit bombardementsvluchten uit te voeren op Groot-Brittannië. Vroeger gebeurde dit vaak onder andere met Zeppelins en Gotha's vanaf vliegvelden in de Gentse regio.
  • De Duitse Marine bezette dit frontgebied lang de Belgische kust alsook de grenszone met Nederland vanaf Knokke tot in Maldegem Strobrugge.
  • De eerste werken die gekoppeld kunnen worden aan de bouw van de Hollandstellung vonden plaats in het stuk uitgebouwd door de Duitse Marine in april 1916. Ze waren terug te vinden in de zone Knokke tot de Damse vaart. In eerste instantie betroffen het aangelegde taluds die bescherming moesten bieden met zeer beperkt wat uitgebouwde structuurtjes. Het is totaal onduidelijk of er hiervan nog structuurtjes zijn overgenomen in wat later de effectieve Hollandstellung werd.
  • De eerste effectieve bunkers van de Hollandstellung werden gebouw vanaf juni 1916 in dezelfde zone. De bunkers die in die zone werden gebouwd door de Duitse Marine waren in hoofdzaak allen schuilplaatsen voor soldaten (MEBU = Mannschafts EisenBeton Unterstand).
  • Al vrij snel na de bouw van de eerste stellingen werden ook observatieposten voor de artillerie opgesteld.
  • Vanaf 12 september 1916 kwam de opdracht de linie verder uit te werken vanaf Fort Sint Donaas tot de fortengordels van Antwerpen die grotendeels opnieuw hersteld waren en opnieuw door de Duitsers in gebruik gesteld.
  • Het Duitse Marinekorps zou zich opnieuw bekommeren over de bijkomende structuren vanaf de Damse Vaart tot en met het dubbelkanaal te Maldegem Strobrugge. Vanaf Strobrugge tot in Vrasene zou dan dienen gebouwd te worden door het Duitse 4e Leger.
  • Origineel werd voorzien in de zone tussen Fort Sint Donaas en deze noordkant van het Leopoldkanaal (tot Moerhuize) 21 elkaar flankerende mitrailleurbunkers op te trekken die dan de zone tussen de bunkers en de Nederlandse grens onder vuur dienden te kunnen nemen via kruisend vuur.
  • Op een aantal belangrijke punten werden in totaal ook 8 grote manschappenonderkomens opgetrokken. Dit waren zeker niet de eerste bunkers die gebouwd werden gezien er foto's bestaan waarop deze nog gebouwd worden en er op de achtergrond reeds kleinere manschappenbunkers te zien zijn. Deze 8 grote manschappenbunkers zijn wel allen gekend van locatie:
    • 2 grote bunkers op het terrein van Fort Hazegras
    • 1 manschappenbunker op de Spermaliepolder (langs Zeedijk)
    • 1 manschappenbunker op de Nonnendijk (gesloopt)
    • 1 manschappenbunker op Den Hoorn (gesloopt)
    • 1 manschappenbunker allicht in de buurt van Leestjesbrug (gesloopt)
    • 2 manschappenbunkers op Strobrugge.
  • In elk geval zou de bouw van 17 van de 21 mitrailleurbunkers en 6 grote manschappenbunkers gestart zijn eind oktober 1916. Op ditzelfde tijdstip zou ook de bouw van nog 2 mitrailleurbunkers begonnen moeten zijn. De bouw van de 2 nog overige bunkers was in januari 1917 nog altijd niet gestart. Een hiervan was het bunkertje met de hefkoepel in de Zeedijk te Lapscheure. Mogelijks betrof de 2e bunker een identiek bunkertje ter hoogte van Leestjesbrug waarvan totaal niet duidelijk is of het al dan niet ooit werd gebouwd (en mogelijks nog aanwezig is).
  • Al de vorige vermelde structuren werden bijkomend voorzien van loopgraven en dubbele prikkeldraadversperringen tussen de stellingen onderling. Vaak waren er bijkomend mitrailleurposten voorzien in kleinere veldstellingen.
  • Ten noorden van Strobrugge tussen Waaktdijk en Moerhuize zou een bruggenhoofd uitgewerkt geweest zijn met meerdere mitrailleurposten. Of dit allen betonnen bunkers waren, is niet duidelijk. Er zou zelfs ter hoogte van Moerhuize een verbinding gemaakt zijn tussen het Leopold- en het Schipdonkkanaal. Dit werd verdedigd door 2 mitrailleurposten. Hiervan konden voorlopig totaal geen sporen of details van teruggevonden worden (niet op het terrein, niet op papier).
  • In de winter van 1916 op 1917 werden in de noordelijke oever van het Leopoldkanaal tussen de Leestjesbrug en Moerhuize 3 grote bunkers opgetrokken voor vermoedelijk 5 cm kanonnen of zware MG's. Omdat de binnenruimte zeer beperkt is achter het schietgat, vind ik de opstelling van een zware MG meer realistisch dan deze van een een kanon. Voorlopig is ook dit moeilijk 100% uit te klaren en dus nog deels een mysterie. Voorlopig spreek ik in verdere teksten over Zware MG-bunkers. Een derde en ondertussen gesloopte identieke bunker stond rechtover het wegeltje met heden nog de naam Waaktdijk. Deze werken, en allicht ook nog de opstart van de bouw van een aantal manschappenbunkers zuidelijk van het Schipdonkkanaal, zijn tijdelijk uitgevoerd geweest door de Duitse landmacht van het 4e Leger. Daarom dat deze bunkers die normaal door de Marine werd afgewerkt, ook zijn uitgewerkt met de prefabstenen zoals gebruikt op de rest van de linie gebouwd door de Landmacht. Wel opvallend en nog terug te vinden is dat in 1 van de manschappenbunkers in de dijk van het Schipdonkkanaal (origineel dus met het uitzicht van de landmacht) nog sporen terug te vinden zijn dat de wanden aan de binnenzijde volledig afgeslagen zijn geweest met houten planken. Dit is toch een typisch kenmerk van Marinebunkers en voor de rest niet teruggevonden bij landmachtbunkers op deze linie.
  • Vanaf 1917 (zonder veel bijkomende details) start ook de bouw van het Landmachtgedeelte tussen Maldegem Strobrugge en Vrasene. Dit werd uitgevoerd door de Duitse landmacht, meer specifiek het 4e Duitse Leger.
  • Vanaf 13 september 1917 neemt de Duitse Marine de sector tussen Den Hoorn en Celiebrug opnieuw over en werkt een aantal half afgewerkte bunkers volledig af. Dit betreffen dus de Marinebunkers met heel wat kenmerken van bunkers opgetrokken door de landmacht.
  • Vanaf november 1917 is er sprake van 36 of 40 geïsoleerde mitrailleurposten in de zone uitgebouwd door de Marine. Mogelijks bedoelt men met deze mitrailleurposten ook enkel de eerder reeds gemelde muurtjes in combinatie met twee betonnen sokkels. Dit zijn dus mitrailleurposten buiten de bestaande manschappenbunkers en zeer rudimentair qua uitzicht. De mitrailleur wordt in dat geval opgesteld buiten de manschappenbunker. Dit soort opstellingen zou indein in detail uitgeteld wel eens kunnen uitkomen op ongeveer 36 a 40 (nog niet proberen natellen). Probleem blijft omtrend dit onderwerp dat er wel hier en daar teksten over te vinden zijn maar dat de technische details vaak niet direct hieraan gekoppeld zitten en op die manier materie voor discussie achterlaten. Op het Marinegedeelte vindt men namelijk niet echt specifieke mitrailleurbunkers terug. Heel vaak worden de kleine observatiepostjes die meestal gekoppeld zitten aan manschappenbunkers als mitrailleurbunkers omschreven. Dit klopt echter totaal niet. De beschikbare ruimte aan de binnenzijde van deze structuren is te beperkt om een dergelijke mitrailleur vlot te kunnen opstellen. Dezelfde opmerking valt ook te maken over de observatiegaten die soms terugvindbaar zijn in de toegangssassen van manschappenbunkers door de Marine gebouwd. Deze nissen zijn eveneens te beperkt in hoogte om degelijk een mitrailleur opgesteld te krijgen. Doordat die observatiegaten bijkomend nog eens versmallen naar het uiteinde toe (van de buitenzijde zijn ze amper te zien), zouden deze ook levensgevaarlijk zijn voor de mitrailleurschutter mocht deze de randen van dit schietgat treffen omwille van terugspringende kogels...
  • In de week van 20 tot 26 december 1917 is er sprake van de oplevering van een Blinkunterstand. Waarschijnlijk bedoeld men hierbij een lichtsignaal bunker zoals er voorlopig 3 gekend zijn, namelijk 1 te Lapscheure op de Preekboomstraat, 1 gelijkaardige bunker in het centrum van Moerkerke en een 3e gesloopt exemplaar zuidelijk van het Schipdonkkanaal ter hoogte van de Vakebuurtstraat in de velden.
  • Vanaf augustus 1918 werd er ook een artilleriestellingen gewerkt in Adegem, Maldegem, Lapscheure en zuidelijk van het Schipdonkkanaal. Deze langs het Schipdonkkanaal zullen zich bevonden hebben waar heden nog enerzijds een intacte en anderzijds een gedynamiteerde munitienis te vinden zijn zuidelijk van het Schipdonkkanaal. Het exemplaar te Lapscheure zal in de buurt hebben gestaan van de Spermaliepolder. Ook daar is nog een identieke nis aanwezig nabij de toegang naar de velden waar nog 2 manschappenbunkers staan, zeer kortbij de Nederlandse grens. Van het exemplaar te Adegem zijn voorlopig geen gegevens teruggevonden. Dit kan ook anders uitgewerkt geweest zijn gezien Adegem wel degelijk deel uitmaakt van het Landmachtgedeelte en niet de Marine. Daarnaast is er ook nog sprake van werken ter hoogte van de Schapenbrug te Westkapelle, draadversperringen bij steunpunt Hoeke (aan Damse Vaart). Dit beiden zonder veel verdere details over wat en hoe.,
  • In de week van 12 tot 18 september 1918 is er sprake van de oplevering van een artillerie-observatiebunkertje te Knokke. Vermoedelijk betreft dit het kleine unieke observatiebunkertje op Fort Hazegras.
  • Op basis van een kaart van september 1918 waren er op het Marinegebied in totaal 9 bataljonscommandoposten, wat kan overeenkomen met de originele 9 Stützpunkten op het Marinegebied. Dit omvatte dan een commandobunker, een post voor radiotelegrafie en een lichtsignaalpost. Of men met deze 9 bataljonscommandoposten dan de onderlinge bunkers bedoeld om telkens de combinatie van deze verschillende types van bunkers te vormen is opnieuw onduidelijk. Af en toe zijn wel commandopost en radiotelegrafiepost in 1 en dezelfde bunker verwerkt.

Externe Bronnen gebruikt voor deze webpagina:

  • De Duitse bunkerlinie van Steendorp Vrasene 1917 - Raymond Van Meirvenne.
  • Buskruit en Sauerkraut - een uitgave van het Gentse stadsarchief.
  • Agentschap Onroerend Erfgoed 2017: Hollandstellung https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/127073 (geraadpleegd op 19 augustus 2017).
  • De Hollandstellung - Hans Sakkers, Johan den Hollander en Ruud Murk - 2011.

De Hollandstellung