De Bouw van een Belgische commandobunker in het Citadelpark te Gent.

Citadelpark Gent

Buskruitfabriek Cooppal Wetteren

Vliegvelden WO I Regio Gent

WO I Munitiepark Kwatrecht

De Dodendraad

De Hollandstellung - Duitse WO I bunkerlinie

Reichsschüle Flandern - SS-School Kwatrecht

Duitse Atlantic Wall Radarpost - Goldammer

WOI en II Munitiedepot De Ghellinck Zwijnaarde

Duitse gangen onder centrum Gent WOII

Schuilplaatsen voor havenarbeiders Gentse kanaalzone uit de koude oorlog

Het Fort van Eben Emael

KW-linie

WO I - Kwatrecht - Melle

18 daagse veldtocht gekoppeld aan TPG

Neergestorte B17 te Kwatrecht 19-09-1944

De bevrijding WO II van de regio rond TPG

Toestand Belgisch leger ten tijde van mei 1940

Gesneuveldenlijsten:

Contact en onbeantwoorde vragen

Media-aandacht

Copyright

Links

Het militaire verleden van het Gentse Citadelpark

De Bouw van een Belgische commandobunker (1938) in het Citadelpark te Gent.

De lokatie waar de commandobunker ooit werd gebouwd is te situeren in de heuvel tussen Leopold II laan en de Charles De Kerckhovelaan, meer specifiek tussen de reeds beschreven grottenstructuren en het fameuze amfitheater. Hieronder alvast een luchtfoto waarbij de rode stip de exacte lokatie aanduid van de heden nog bestaande toegang van de bunker. (Luchtfoto: Gis Vlaanderen).

De site van het Citadelpark, toch vrij centraal in de stad, heeft toch al eeuwen lang een militair karakter gekend binnen de stad Gent waarvan u al heel wat kon terugvinden in voorgaande reportages.

Een Belgische Commando- en communicatiebunker uit de aanloop van WO II.

De bunker werd ooit gebouwd omwille van de agressieve binnen- en buitenlandse politiek van de Nationaal Socialistische regering van Duitsland in de periode voor WO II. De Belgische provinciehoofdsteden kregen namelijk de opdracht provinciale commandoposten op te richten in onderaardse bunkers. Dit is er zo één van.

In 1938 werd door het Algemeen commissariaat voor de Passieve luchtbescherming deze bunker gebouwd voor de toenmalige prijs van 1.500.000 Bef (oude Belgische Franken). De bekostiging van de bouw was voor rekening van de Dienst Militaire gebouwen van Oost-Vlaanderen. De aanbesteding gebeurde pas 1938 en de bouw ervan pas in 1939. (Vrij kort voor de Duitse inval dus). De bouw werd gedaan door het bouwbedrijf L.L.&N De Meyer uit Zelzate (heden beter gekend als CEI De Meyer uit Drongen).

De originele structuur was voorzien voor een bezetting van een vijftigtal personen. Alhoewel er heden wel sanitaire voorzieningen aanwezig zijn, waren deze merkwaardig genoeg bij de originele bouw niet voorzien. Er werd achteraf op eind 1939 wel nog bijkomend bovengronds een fietsenstalling en sanitair voorzien. Wel verbazend dat men in een project van 1.500.000 Bef zelfs vergeet standaard sanitaire voorzieningen te voorzien. Wat als men daar eens dagen had opgesloten gezeten tijdens de meidagen '40. Misschien nog een geluk dat de veldtocht maar 18 dagen heeft geduurd.

Vrij kort voor de meidagen '40 werd de bunker in gebruik genomen door de Passieve Luchtbescherming. Vanuit de commandopost in het citadelpark, kon men bij een ramp of in oorlogstijd de bevolking waarschuwen via een netwerk van 156 sirenes. Men kon van daaruit op afstand de hulp organiseren en opdrachten doorgeven.

Besluit: Toen de Duitsers in mei 1940 België binnenvielen, was de bunker nauwelijks afgewerkt, nauwelijks effectief in gebruik. Hij werd dan ook de Duitse bezetter dankbaar in bezit genomen en gebruikt tijdens de periode 1940 - 1944.

Beschrijving van de originele Belgische commandobunker aan de hand van originele plannen uit die tijd.

Alle originele plannen hieronder afgebeeld zijn afkomstig uit de Moskou-archieven, tenzij anders vermeld.

Liggingsplan commandobunker in Citadelpark

Bovenstaande schets toont u de ligging van de originele gebouwde bunker in de heuvel langs de Leopold II-laan. Links van de bunker ziet u het wegeltje tussen het huidige witte chalet en de Leopold II-laan.

Het plannetje toont wel nog een aantal dingen die allicht niet effectief gebouwd zijn. Zo is er een originele toegang (galerie d'acces) te zien van 50 meter naar de Leopold II-laan toe. Deze toegang is zo goed als zeker nooit gebouwd. De toegang van de bunker zou van bij de aanvang verstoken gezeten hebben in een gebouwtje bovenop de bunker (heden het witte chalet).

Hetgene zeer leuk is om te vermelden en op deze schets ook duidelijk zichtbaar is het feit dat men toen al van bij de bouw van de bunker wist dat er nog kazematten van het oude Citadel van Gent in de ondergrond staken. De respectievelijke kazematten zijn binnen deze reportagereeks reeds vermeld geweest als de nog aanwezige restanten van 2 kazematten behorende bij de Demi-lune van van de Ravelijn 5-1 van het originele Citadel. Hieronder ziet u beide gedeeltes in detail. Links een detail van het situatieplan van de bunker, rechts een detail van het originele metselwerkplan van de (grotendeels) verdwenen Citadel.

Men ziet op het plan uit 1938 duidelijk in stippelijnen de 2 betreffende kazematten duidelijk getekend die om op het originele plan duidelijk kan zien staan volledig achteraan de ravelijn. Dit toont dus letterlijk aan dat men al vanaf de bouw van de bunker rekening hield met deze in de ondergrond nog aanwezige structuren.

Wat betreft het gebruik van deze twee ruimtes, kan men zo goed als zeker zeggen dat de meest zuidelijke kazemat, van in de beginperiode van de bouw van de bunker, aangesloten is geweest bij de structuur. De ruimte zal echter vanuit de trappengallerij bereikbaar geweest zijn maar maakte toen zeker nog geen deel uit van de eigenlijke bunker, daar de eigenlijke zware toegangsdeur van de bunker verderop de gang lag. Deze ruimte heeft toen allicht dienst gedaan als bergruimte voor niet zo heel belangrijk materiaal.

De tweede kazemat (noordelijk op de schets), was in de tijd van de bouw van de bunker zeker ook al gekend. Ze werd trouwens toen reeds gebruikt door de uitbaters van het fameuze "Chalet Suisse" die deze kazemat gebruikte voor het koel houden en opbergen van de stock van de drank. Het Chalet Suisse moet namelijk volledig op het uiteinde van de bunker gestaan hebben (er net niet bovenop). Deze kazemat was op dat moment wel gekend en aanwezig maar zo goed als 100% zeker totaal niet verbonden met de bunker. Wanneer de respectievelijke kazematten effectief bij de bunker betrokken zijn geweest, blijft in het geval van deze bunker altijd een moeilijk discussiepunt.

Bovenstaande schets is een doorsnede "CC" bij het originele situatieplan. Je ziet hier opnieuw de lange toegangsschacht getekend vanaf de Leopold II-laan die er in deze vorm zo goed als zeker nooit geweest is. Het mag ook duidelijk zijn dat het niveau van de bunker ongeveer gelijk is met het niveau van de Leopold II-laan. Ook zal het terrein bij het aanleggen van de bunker reeds een heuvel geweest zijn (mogelijks wel kleiner). Het is niet dat de heuvel pas ontstaan is na het ontwerpen van de bunker. Enkele bewijzen hiervan zijn het reeds aanwezige "Chalet Suisse" en de nog aanwezige kazematten in de ondergrond. Mogelijks heeft de heuvel ook te maken met een wijze om de nog aanwezige kazematten uit de ondergrond aan het zicht te onttrekken. Vergeet ook niet dat er in het amfitheater achteraan, ook nog baksteenrestanten te zien zijn van mogelijks nog aanwezige kazematten. Het is niet gezegd dat daar niet nog meer resterende kazematten in de ondergrond achtergebleven zijn.

Bovenstaande doorsnede "BB" toont ons ook nog enkele interessante zaken. Het is een doorsnede ter hoogte van de originele nooduitgang van de bunker. Deze bevindt zich aan de kant van de heuvel (weg van de Leopold II-laan). Het lijkt onwaarschijnlijk voor velen, maar op deze kant steekt het beton van de bunker werkelijk buiten aan het oppervlak. Men moet goed kijken maar als men komende uit de richting van de kiosk gaat in de richting van de grottenstructuur, kan men inderderdaad een betonnen gedeelte van de bunker aan het oppervlak zien op de rechter kant, halverwege de hoogte van de heuvel.
Voorontwerp bunker Citadel

Bovenstaande schets is een eerste voorontwerp van deze bunker. Hij bevat wel nog wat afwijkingen met wat ooit werd gebouwd. Ik wil het u echter niet onthouden omdat het plannetje wel heel wat informatie bevat over de originele functie van bepaalde ruimtes. Hierbij kort wat uitleg bij wat op het plannetje reeds terugvindbaar is:

  • De ruimtes I tot V zijn hier reeds getekend zoals origineel uitgevoerd, enkel de toegang tot de bunker is zeker niet getekend zoals hij origineel werd uitgevoerd.
  • Vanaf ruimte VI zijn er interessante zaken te zien. Zo is er de lange smalle gang naar een klein kamertje. Dit staat hier aangeduid als "Route de Secours", een nooduitgang. Deze was in praktijk ook hier gesitueerd maar niet zo ver achteruit de bunker. De nooduitgang is ongeveer het uiterste punt van de bunker en steekt uiteindelijk enkel naar de zijkant wat uit. De achterkant van de bunker vormt in realiteit één rechte lijn.
  • Vanaf sas VI komt men dan in de "Salle a Machines", de machinekamer. Hier stond een stroomgroep op benzine (Essence). Het kleine smalle kamertje, zuidelijk onder deze kamer diende als opslag voor de losse bidons benzine voor de groep "Bidons Essence". Deze ruimtes zouden in latere periodes van de bunker allen andere functies krijgen.
  • Naast de machinekamer waren nog twee kleinere ruimtes. Het centrale ingesloten kamertje, stond bekend als "Local Destiné au Filtre". Dit moet de ruimte geweest zijn waar het filteren gebeurde van de lucht. Overal in de ruimtes vindt men namelijk een open buizensysteem in de grond, afgedekt met roostervloeren. Van hieruit werd van overal uit de bunkerruimtes, lucht aangezogen naar deze ruimte. Van hieruit werd de lucht dan door een filter gestuurd waarna de lucht opnieuw kon rondverdeeld worden intern in de bunker. Een structuur als deze, was zo zodanig opgebouwd dat hij zolang mogelijk met de interne lucht kon functioneren. Dit om bijvoorbeeld geen last te hebben van vuile lucht of gas buiten de bunker. Er zal wel een mogelijkheid geweest zijn om af en toe verse lucht binnen te trekken maar dat systeem is mij zeker op dit moment nog niet volledig duidelijk.
  • Het tweede kamertje staat hier origineel aangeduid als "Reservoir d'eau de refroidissement de moteur". De bunker had zoals hier te zien origineel, ook geen apart verwarmingssysteem. Het verwarmingssysteem bestond eruit dat het koelwater van de stroomgroep als een "vroege versie van centrale verwarming" werd gebruikt. Het opgewarmde water van het koelsysteem kon namelijk via een buizensysteem in de bunker rondgeleid worden en kon zo de verschillende ruimtes van de bunker verwarmen. Zolang er dus voldoende warmte kon worden afgegeven via het verwarmingssysteem van de verschillende kamers, kon het koelwater op een eenvoudige en nuttige wijze afgekoeld worden. Kon men de overtollige warmte (bv in de zomer) op deze manier niet voldoende afvoeren, beschikte het systeem net zoals in een auto over een waterreservoir van koelwater zodat het te warme koelwater kon worden vervangen door koeler water uit het reservoir. Dit alles was geregeld met een thermostaat.
Bovenstaand grondplan is dan uiteindelijk het grondplan zoals de bunker zo goed als origineel werd uitgevoerd. Merk op dat alle eerder genoemde verschillen hier zijn gewijzigd. Om beide plannen te vergelijken moet u het eerste plan ook wel volledig op zijn kop leggen. Merk wel op dat zelfs op dit plan, de kleine ruimte rechts (pompkamer en nooduitgang) wel nog afwijkend zijn getekend van wat in realiteit zou worden uitgevoerd. De achtermuur (rechts van het plan) is in realiteit een rechte lijn.
Bovenstaande schets toont nog eens hetzelfde grondplan met intekenen van het originele verwarmingssysteem. Onderaan werd ook nog de kazemat getekend die via het toegangsas van de bunker bij de structuur was betrokken maar in praktijk dus geen deel uitmaakte van de originele gasdichte structuur die de bunker was. (Schets: collectie G. Mineur)

Bovenstaande doorsnedes horende bij het originele grondplan, geven ons een degelijk idee van welk soort structuur hier onder de grond steekt. De buitenmuren waren 1.30 meter dik. Het plafond op zich is een drie meter dikke laag beton. Deze werd zoals op de doorsnede van de situatieschets te zien nog eens bijkomend bedekt met een laag grond van 2 meter dik. Onderaan ziet u ook nog doorsnedes van de grote buizen voor het afzuigen van de lucht uit de verschillende ruimtes van de bunker. De ventillatiebuizen waarlangs de gefilterde lucht opnieuw werd ingeblazen zijn tegen het plafond terug te vinden. Deze zijn ook kleiner van diameter. De smallere buizen tegen het vloeroppervlak zijn de buizen van het koelsysteem van de stroomgroep, tevens verwarmingssysteem van de bunker.

Van de Nederlande bunkerliefhebber Wim van der Velden mocht ik trouwens ooit deze 3D-tekeningen van de originele bunker ontvangen, opgesteld op basis van de originele plannen uit 1938, waarvoor dank.

Hoe het de bunker verging na de meidagen '40 verneemt u in de volgende reportage.

Graag had ik bij deze onderstaande diensten willen danken voor het mogelijk maken van deze reportage:

  • De diensten Stadsarcheologie en Stadsarchief, beiden gevestigd in "De Zwarte Doos", Dulle Grietlaan 12, 9050 Gentbrugge voor het ter beschikking stellen van de originele kaarten, schetsen en afbeeldingen.
  • Bron voor de geschiedkundige uitleg: Buskruit en Sauerkraut - Oorlogsbronnen in de Zwarte Doos (20e eeuw) - Materiële oorlogsbronnen in Gent p110-111 : G. Antheunis, M.C. Laleman)
  • De Gentse Groendienst voor hun vlotte medewerking.
  • Mr. Ghislain Mineur voor zijn meer dan deskundige uitleg over het originele Citadel en zijn zeer vlotte samenwerking als het gaat over het beschikbaar stellen van documentatie.