Het lot van de Belgische commandobunker uit WO II tijdens de Duitse Bezetting van het Citadelpark te Gent - mei 1940 tot september 1944.

Citadelpark Gent

Buskruitfabriek Cooppal Wetteren

Vliegvelden WO I Regio Gent

WO I Munitiepark Kwatrecht

De Dodendraad

De Hollandstellung - Duitse WO I bunkerlinie

Reichsschüle Flandern - SS-School Kwatrecht

Duitse Atlantic Wall Radarpost - Goldammer

WOI en II Munitiedepot De Ghellinck Zwijnaarde

Duitse gangen onder centrum Gent WOII

Schuilplaatsen voor havenarbeiders Gentse kanaalzone uit de koude oorlog

Het Fort van Eben Emael

KW-linie

WO I - Kwatrecht - Melle

18 daagse veldtocht gekoppeld aan TPG

Neergestorte B17 te Kwatrecht 19-09-1944

De bevrijding WO II van de regio rond TPG

Toestand Belgisch leger ten tijde van mei 1940

Gesneuveldenlijsten:

Contact en onbeantwoorde vragen

Media-aandacht

Copyright

Links

Het militaire verleden van het Gentse Citadelpark

Het lot van de Belgische commandobunker tijdens de Duitse bezetting gedurende WO II - 1940 - 1944.

Het is vrij evident dat de Duitse bezetter na de bezetting van België wel geïnteresseerd was in een schuilstructuur als deze.

Vanaf het ogenblik dat Gent in handen viel van de Duitsers, werd al vrij snel de Leopoldskazerne in gebruik genomen. In eerste instantie vestigde zich hier het Duitse Pioniersbataljon 651 (Genietroepen). Deze moesten instaan voor het herstellen van de vele tijdens de veldtocht vernielde bruggen in de omgeving.

Kort na de meidagen 40 werd de bunker ingenomen door de 10e Kompanie Luftnachrichten von Belgien und Nord-Frankreich. Dit zou later vervangen worden door Fluchwachtcommando 10 - B.N. Gent.

Het gedeelte van het park dat rechtstreeks bij de bunker was betrokken, werd al snel Duits Spergebiet en kon dus tijdens de bezetting door de burgerbevolking niet meer betreden worden. Het werd ook omheind met prikkeldraad om het zo te onderscheiden van de rest van het park dat niet hetzelfde status genoot.

Merkwaardig genoeg wordt in 1940, kort na de Duitse bezetting in het gedeelte van het park juist achter de bunker, toen beter gekend als "De Schelp" of "De kleine Vallei", met medeweten van de bezetter, een Amfitheater opgericht.

De schets hieronder geeft een vrij correct beeld van park in de periode van de oorlogsjaren. (Schets: Collectie Gents Stadsarchief)

Eveneens werden in de directe omgeving van de bunker bijkomende structuren gebouwd zoals munitiemagazijnen en andere kleine militaire constructies. Het gekende Chalet Suisse verloor door zijn lokatie, praktisch bovenop de bunker, ook meteen zijn toeristisch karakter. Dit oorspronkelijke drankhuisje stond namelijk bovenop een oude kazemat van het originele Citadel. Het Chalets Suisse gebruikte zelfs deze kazemat als koele berging en opslagplaats voor zijn dranken. Deze kazemat maakte origineel deel uit van Ravelijn 5-1 van het originele Citadel. De Bezetter zijn interesse ging duidelijk uit naar deze mogelijke schuilstructuur in de directe omgeving van de bunker. De kazemat kreeg een cruciale functie als militaire schuilplaats bij mogelijke luchtaanvallen in de directe omgeving van het spergebied in het Citadelpark.

Vanaf 26 juni 1941 werd de Leopoldskazerne, blok D, bezet door het 22e Fliegerausbildung Regiment. Dit was een regiment waar de Luftwaffe opleiding gaf aan nieuw personeel. In deze periode werd ook één van de torens van de kazerne onthoofd en voorzien van een onbekend type radar waarvan u hieronder een schets kunt zien zoals geschetst door het Belgisch verzet. (Schetsen: Collectie G. Mineur)

Vanaf juni 1943 werd ditzelfde kazernegedeelte bezet door de 4e Marine Kompagnie Funkmessabteillung. Dit hield in dat vanaf hier werd gepoogd signalen op te vangen van vijandelijke vliegtuigen in de regio. Aansluitend bij deze activiteiten werden als snel Grijze Muizen (vrouwelijke helpers aan deze diensten gekleed in grijze militaire kledij) in dienst genomen van de dienst FLUKO (dienst telefonie, telexen en radar) en de dienst FLUWA (de vliegwacht). Deze logeerden in eerste instantie op de Albertlaan 44 in het Sint Pietersinstituut.

In het Citadelpark werd de kazemat verbonden aan het vroegere Chalet Suisse in gebruik genomen als schuilplaats voor de in de omgeving mogelijks aanwezige Duitse bezetters. Er ontstonden extra toegangen en onderaardse gangen om zo zonder veel in het zicht te lopen tot in deze kazemat te kunnen geraken. Wel is zo goed als zeker dat deze kazemat en de in dezelfde ondergrond aanwezige bunker op dat moment onderling nog niet verbonden waren. Er werden in het park in de sperzone verschillende bijkomende toegangsgebouwtjes voorzien om van daaruit de kazemat te kunnen bereiken. Zo is er sprake van een dubbele toegang rechtover de Marnixstraat aan de Leopold II-laan. Waarom hier die toegang. In deze buurt waren een aantal herenhuizen die gebruikt werden door het Duitse Commando in deze zone. Deze dienden in geval van nood, vrij snel de schuilstructuur op een veilige manier te kunnen bereiken. Een andere ingang tot het ondergronds (en tot op heden zeer mysterieuze) gangenstelsel lag achteraan het amfitheater, allicht in de directe omgeving van de sokkel van het verdwenen beeld van Promotheus.

Bovenstaande schets geeft een idee van hoe het park er ooit moet hebben uitgezien tijdens de Duitse bezetting tussen het Amfitheater en de bunker. U ziet er vrij duidelijk de (vermoedelijke) locaties van de verschillende toegangen van de kazemat achter de bunker (en onder het Chalet Suisse). (1) en (2) is de dubbele toegang tot het gangenstelsel langs de Leopold II-laan. Dit moet gesitueerd worden zo goed als rechtover waar de Marnixstraat uitkomt op de Leopold II-laan. (3) moet in de rand van de heuvel van het huidige amfitheater gelegen hebben. (4) moet in de heuvel gezeten hebben naar de kant van het wegeltje tussen kiosk en grottenstructuur. (5) is allicht een uitgebouwde toegang rond een ingang die er ooit al was en gebruikt werd door het toenmalige Chalet Suisse. Dit moet praktisch ter hoogte zijn van het metalen putdeksel dat heden nog in het park aanwezig is. (6) slaat allicht op het Chalet Suisse (dunne lijntjes) of de originele nog aanwezige kazemat (zwarte rechthoek). (7) is nog een toegang die in de buurt moet hebben geweest van de huidige restanten van de sokkel in het park. De rode lijntjes zijn vermoedelijke gangen. Zoals getekend is zeker geen wet maar een vermoedelijke loop van gangenstelsels zoals de informatie werd verstrekt door Mr Gislain Mineur. Het originele kaartje is trouwens gemaakt en herwerkt op een origineel van zijn hand.

Vanaf 15 februari 1944 werden de 3 overige torens van de Leopoldskazerne ook ontmanteld en voorzien van een platform. In totaal werden 4 draaibare radars op deze torens opgesteld. Afhankelijk van de stand waarin deze ten opzichte van elkaar stonden georiënteerd stonden zij in rechtstreeks contact met andere zendposten te Oostende, Westkerke, Gistel, Wenduine en Knokke.

Allicht rond dezelfde periode verhuisden de grijze muizen naar de opgeëiste woningen van de Charles De Kerckhovelaan. Het staat zo goed als vast dat in deze periode de kazerne rechtstreeks was verbonden met de commandobunker en zo de geallieerde vliegtuigbewegingen op "Würtzburgtafel" of een "Seeburgtafel" uitgezet en gevolgd konden worden.

Ook werd tijdens de Duitse bezetting een groot gedeelte van het centrale Floraliënpaleis een nieuwe functie aangemeten. Het werd opgeëist door de Duitsers (in eerste instantie onder het mom van een hospitaal). Allicht door de aanwezigheid van het vliegveld van Sint Denijs Westrem (ook in Duitse handen), kwamen hier ontzettend veel gewonden binnen van de mislukte slag om Engeland. In deze periode wordt ook op het dak van het Floraliënpaleis een groot rood kruis aangebracht om op die manier luchtaanvallen te proberen vermijden.

Duits Spergebied Citadelpark 1940-1944 G. Mineur
Bovenstaande schets geeft ons een idee van het Spergebied. De schets is volledig gebaseerd op herinneringen van Mr G. Mineur. Eerst was het spergebied letterlijk beperkt tot de zone direct rond de bunker. Door het in gebruik nemen van de kazemat achter de bunker, breidde dit Spergebied als snel uit tot gans de bovenkant van de heuvel, inclusief het Chalet Suisse. Nog later werd het ganse pas in '40 aangelegde amfitheater mee ingenomen. In een laatse fase werd er munitie opgeslagen in de zone tussen de kiosk en de Charles De Kerckhovelaan. Hierdoor werd de ganse hoek van het park tussen Leopold II-laan en Charles De Kerckhovelaan, spergebied. Op de schets ziet u ook nog duidelijk de lokatie van het Feestpaleis dat werd ingenomen onder het mom van een hospitaal. De lokatie van het rode kruis op het dak werd ook aangeduid. Achter het feestpaleis zie je ook nog de restanten van Bastion 4 die gebruikt werden als stapelruimte door de Duitse bezetter.

Voor het volk uit de directe omgeving worden aan de rand van het spergebied, de 3 rots-gewelven officieel ingericht als schuilplaatsen voor het publiek bij luchtaanvallen. Of ook de rest va de oude restanten van bastion 5 als schuilplaatsen zijn gebruikt is mijzelf op het moment ook niet duidelijk.

(enkele Duitse soldaten voor de grottenstructuur in het park, anno de Duitse bezetting tijdens WO II - Foto: Replica)

De duitsers gaan in dezelfde periode ook de op dat moment nog bestaande restanten van Bastion 4 (in 1949-50 gesloopt) gebruiken als stapelplaats van allerhande goederen. Dit kon gaan van autobanden tot originele Duitse serviezen. Veel spullen werden zelfs nooit uitgepakt en stonden gestapeld in kisten.

Het spergebied breidde steeds meer uit en nam zelfs op de duur gans de hoek in tussen Leopold II-laan en Charles De Kerckhovelaan (exclusief de ruimte aan de kiosk).

Hiernaast ziet u ook nog een schets van de hand van Mr Mineur die een idee moet geven

van een aantal houten chalets die origineel werden opgetrokken toen het spergebied ongeveer op zijn grootste was. Ze stonden op de rand van het park tegen de Charles De Kerckhovelaan, voorbij de kiosk. Wat de functie ervan was, is totaal onduidelijk.

De bunker onderging in deze bezettingsperiode gegarandeerd een aantal aanpassingen. Alleen is het zeer moeilijk nog te achterhalen wat er juist onder Duits toedoen werd aangepast of gewijzigd. Ook vind je van deze periode geen detailplannen terug.

Op 27 augustus 1944 namen de Duitse eenheden gekoppeld aan de FLUKO en FLUWA de benen omwille van oprukkende geallieerde troepen. Bij de bevrijding van Gent in september 1944 hebben de laatste Duitse bezetters zoveel mogelijk de sporen van hun activiteiten in het park proberen verbergen door alles zoveel mogelijk te vernielen. Heel wat structuren werden bij hun vertrek in allereil in brand gestoken (niet opgeblazen zoals hier en daar teruggevonden). Dit was in elk geval het lot van de commandobunker, het bijhorende toegangschalet, het Chalet Suisse en een aantal kleinere in het park opgetrokken militaire structuren. Ook het Floraliënpaleis ging deels in de vlammen op.

Bij de bluswerken aan het Floraliënpaleis werd ontdekt dat het paleis ondertussen meer dienst deed als bergplaats van oorlogsschatten van de lokale bezetter dan als hospitaal waar het origineel moest voor doorgaan. Zo stonden er meerdere fraaie en dure auto's in verstopt alsook 3 grote Franse autobussen. Het meeste gestapelde materiaal ging echter mee op in de vlammen. Hier zouden foto's moeten van bestaan in het archief van de Gentse brandweer.

Het Chalet Suisse werd totaal vernield door de brand en is sindsdien niet meer heropgebouwd en voor goed uit het parkzicht verdwenen.

De volgepropte restanten van Bastion 4 waren in de periode na de bevrijding de place to be voor plunderaars. De goederen die er nog massaal waren gestapeld door de op de hielen gezeten Duitse bezetters, verdwenen als sneeuw voor de zon in de handen van de plunderende Gentse bevolking.

De van de brand gespaard gebleven gedeeltes van het Floraliënpaleis werden afgesloten en dagen aan een stuk arriveerden hier de ene camion na de andere voor het lossen van allerlei hulpgoederen zoals conserven, kleren, zeep,... die hier tijdelijk werden gestapeld. Voor wie het materiaal bedoeld was, is mij op het moment ook niet volledig duidelijk.

Het toegangscomplex van de schuilgangen langs de Leopold II-laan moet in elk geval voor de Duitse bezetter belangrijk genoeg geweest zijn. Zo hebben ze zelfs na de bevrijding van Gent nog meerdere pogingen ondernomen om via bombardementen uit de lucht en zelfs op afstand met artillerie, doelbewust deze toegangsstructuren te proberen opblazen. Hetgene uiteindelijk niet gelukt is. Blijkbaar was men toch bang dat de structuren materiaal zouden bevatten waarvan men liever niet had dat ze in Belgische handen zouden komen.

Na de brand zijn de bunker en het toegangschalet, totaal uitgebrand blijven staan in het park. Pas enkele jaren nadien, 1947 om juist te zijn, zijn beiden gerenoveerd en opnieuw in gebruikt genomen door de Belgische Civiele bescherming.

Graag had ik bij deze onderstaande diensten willen danken voor het mogelijk maken van deze reportage:

  • Mr Ghislain Mineur die hier heel wat info in liet verwerken van zaken die hij in het park nog zelf heeft gezien als kleine jongen (toen in 1944, 11 jaar oud) en zijn zeer vlotte samenwerking als het gaat over het beschikbaar stellen van waardevolle documentatie.
  • De diensten Stadsarcheologie en Stadsarchief, beiden gevestigd in "De Zwarte Doos", Dulle Grietlaan 12, 9050 Gentbrugge voor het ter beschikking stellen van de originele kaarten, schetsen en afbeeldingen.
  • Bijkomende bron voor de geschiedkundige uitleg: Buskruit en Sauerkraut - Oorlogsbronnen in de Zwarte Doos (20e eeuw) - Materiële oorlogsbronnen in Gent p110-111 : G. Antheunis, M.C. Laleman)
  • De Gentse Groendienst voor hun vlotte medewerking.