Citadelpark Gent

Buskruitfabriek Cooppal Wetteren

Vliegvelden WO I Regio Gent

WO I Munitiepark Kwatrecht

De Dodendraad

De Hollandstellung - Duitse WO I bunkerlinie

Reichsschüle Flandern - SS-School Kwatrecht

Duitse Atlantic Wall Radarpost - Goldammer

WOI en II Munitiedepot De Ghellinck Zwijnaarde

Duitse gangen onder centrum Gent WOII

Schuilplaatsen voor havenarbeiders Gentse kanaalzone uit de koude oorlog

Het Fort van Eben Emael

KW-linie

WO I - Kwatrecht - Melle

18 daagse veldtocht gekoppeld aan TPG

Neergestorte B17 te Kwatrecht 19-09-1944

De bevrijding WO II van de regio rond TPG

Toestand Belgisch leger ten tijde van mei 1940

Gesneuveldenlijsten:

Contact en onbeantwoorde vragen

Media-aandacht

Copyright

Links

De Camouflage van de bunkers van bruggenhoofd Gent.

Als er iets is, waar de bunkerlinie "Bruggenhoofd Gent" zich onderscheid van de meeste andere bunkerlinies, is het zeker wel de camouflage van de bunkertjes. Ten opzichte van de buitenwereld bleken de bunkers in het algemeen meer dan goed gecamoufleerd. In de verslagen opgesteld door Duitse officieren die het bruggenhoofd mee hielpen aanvallen staat meer dan één keer vermeld dat het verdomd moeilijk was de bunkers te onderscheiden van de gewone gebouwen en stalletjes. Er zijn om deze reden ook meermaals gebouwen beschoten en aangevallen waarvan men verkeerdelijk dacht dat het bunkers waren. Hieronder een overzicht van de gebruikte methodes.

Testcamouflages

Men kan vrij goed zien dat de eerste bunkers in de streek gebouwd werden in de buurt van Kwatrecht en Melle. Hier vindt men namelijk een aantal types van bunkers en vooral camouflagevormen terug, die we nergens anders meer tegenkomen op de linie. Zie onder andere de bunker AV14 (links). Deze bunker was als camouflage geverfd met verschillende kleurenbanden, passend bij het omliggende landschap. Dit zullen dus allicht groene en bruine banden geweest zijn.

Bunker D20 was een buitenbeentje en een testgevalletje op de bunkerlinie. Deze bunker werd in zijn geheel lichtgroen geverfd, citroengroen (originele Franse kleur Vert vessie). Dit is een kleur die men verkrijgt door okergeel te gaan mengen met groen. Op deze groene ondergrond werden daarna kleurvlekken aangebracht in okerrood, okergeel, pruisisch blauw en smaragd groen. Mogelijks werd het geheel tijdens de strijdperiode dan nog eens verborgen onder camouflagenetten. Wel merkwaardig is dat men hiervoor van de eerste keer tegen de dakrand geen haken heeft voor voorzien om deze eenvoudig te kunnen bevestigen.

bunker AV14 bunker D20
testcamouflage op zijkant bunker
Het bunkertje AV14 draagt trouwens op de zijkant van het sas (juist achter het hoekje waar men de toegangsdeur vindt), de sporen van een testcamouflage. Dit is een vlak van ongeveer een halve meter op een halve meter met een soort gebobbelde camouflage. Men vindt deze achteraf nergens toegepast op de rest van de linie. Allicht is het enkel bij dit testvlakje gebleven.

 

Camouflage als een gemetst huisje of stalletje

In de landelijkste gebieden werden veel bunkers gecamoufleerd als kleine gemetste huisjes of stalletjes. Men ging rond de betonnen kernstructuur een volledige baksteenwand plaatsen zodat het geheel het uitzicht kreeg van een gemetst huisje of stalletje. Kenmerkend bij dit type van camouflage, is soms de enorme zin voor detail zoals u bij enkele foto's verderop in de tekst kunt zien.

De schietgaten ging men in dit geval verstoppen achter nepramen of deuren. Om de klassieke vorm van de bunker te verstoppen werden vaak nog meerdere volledige nepramen op de zij- en achterkanten van de bunkers voorzien. Soms werden deze rechtstreeks op gecementeerd beton geverfd of werden er zelfs volledig houten nepramen, met zelfs luiken eraan, voorzien. In sommige gevallen ging men zo ver dat men gordijntjes ging schilderen op de raampjes of de luiken. Om het nepraam te bevestigen op de gevel in de voorziene raamopening, ging men houten blokken ingieten in het beton. Deze gaten kan men meestal nog goed zien op de gevelzijdes. Waar ooit valse ramen hebben gestoken vindt men heden drie of vier gaten in de wand van de bunker. Soms zitten er nog restanten van de originele houten blokken, meestal in sterk vergane vorm, in de gaten. Ook zijn de plaatsen waar vroeger een raam of een nepdeur heeft gezeten, goed te herkennen. Indien het metselwerk met de jaren reeds is verdwenen, ziet men op de ruwe betonwand glad gecementeerde vlakken, lokaal waar de achterkant van het raam gezeten heeft.

Ook vindt men hier en daar kleine details zoals in de bunker AV8 waar in het oreillon (in de teksten ook vaak een neus genoemd), een in detail uitgewerkt kapelletje te vinden is. Dit is uniek op gans de linie.

De huisjes werden in de meeste gevallen voorzien van een vals dak met puntgevels en dakbedekking in boomse pannen, leien of golfplaten.

achterliniebunker B26 Muntekouterbunker Mu15
Foto links: Voorkant bunkertje B26 te Munte - Foto rechts: Zijkant Mu15 te Munte
bunker AV8 Scheldewindeke schets van bunker in origineel uitzicht 1938
Foto links: voor- en rechter zijkant bunker AV8 te Scheldewindeke - Rechts dezelfde bunker zoals hij er uitzag in 1938.
kapelletje in oreillon bunker raam met onderaan dichtgemetst schietgat
Foto links: nepkapelletje in het oreillon van de bunker AV8 te Scheldewindeke - Foto rechts: Het valse raam en tevens het enige schietgat van de bunker Mu15 te Munte. Men ziet nog duidelijk restanten van de originele geverfde nepramen. (Collectie: De Muntenaar)
Zware bunker S8 te Kwatrecht kort na mei 1940 Zware bunker Se9 te Semmerzake
Foto links: Zware bunker S8 te Kwatrecht, gefotografeerd kort na mei 1940 (Replica) - Foto rechts: De eveneens zware bunker tegen directe doorbraak Se9 te Semmerzake (Collectie J. De Vos)
Foto links: De nog altijd fraaie C13 te Moortsele met een mooi groot vals raam op de zijkant. Op de achterkant van het sas zat nog een kleiner vals raampje - Foto rechts: A19 te Gavere. Hier ziet men wel nog duidelijk de gaten waar de houten blokken inzaten voor de bevestiging van de eigenlijke valse houten ramen.
zware kanon-mitrailleurbunker A32 te Oosterzele mitrailleurbunker B31 te Bottelare
Foto links: Zware kanon-mitrailleurbunker A32 te Oosterzele, juist naast de toenmalige tramlijn. Foto rechts: kleine eenkamers mitrailleurbunker B31 te Bottelare. (beide foto's uit de collectie J. De Vos)

 

Camouflage als spoorweggebouwtje of transformatorhuisje.

Dicht aansluitend bij de vorige vorm van camoufleren zijn de bunkers die gecamoufleerd werden als spoorweggebouwtjes of transformatorgebouwtjes.

Foto links: Foto van de zwaar toegetakelde bunker A6 te Astene. Rechts ziet u een schets van deze bunker zoals hij er origineel uitzag in 1938 (Foto: Taschenbuch Belgisches Heer). Zeer fraai is ook hoe men er in slaagde de koepel aan het oog te onttrekken.
spoorwegbunker D19 afgebroken bunkers S5 en S6
Foto links: Bunker D19 naast spoorlijn Oostende-Brussel te Kwatrecht - Foto rechts: de twee in 2006 afgebroken bunkertjes S5 en S6 onder de brug langs dezelfde spoorlijn te Kwatrecht. (Foto Collectie De Vlaeminck)
bunkertje S5 te Kwatrecht bunker S6 te Kwatrecht
Foto links: Bunkertje S5. - Foto rechts: Het bunkertje S6 dat aan de overkant van dezelfde brug stond. (Foto's: Collectie De Vlaeminck)

 

Camouflage als een huisje met een gecementeerd uiterlijk.

Deze camouflagetechniek is vrij identiek aan de voorgaande. Alleen gaat men niet gans de structuur gaan ommuren met baksteen. Men ging enkel de hoeken afwerken met baksteen. De hoeken van de betonstructuur zijn namelijk altijd afgerond. Dit is omdat inslagen van een projectiel op een hoek altijd enorme drukken creëren op de achterliggende structuur. Men probeert daarom altijd te maken dat alle projectielinslagen zoveel mogelijk loodrecht op de betonstructuur moeten afgevuurd worden. De hoeken ging men afgerond afwerken. Daarna werden de afgeronde hoeken dan gecamoufleerd door ze met een bakstenen hoek af te werken. Trof een granaat of projectiel deze hoeken dan sprong het getroffen metselwerk in het rond maar de betonstructuur erachter bleef meestal onbeschadigd.

Bij deze vorm van camouflage werd daarna de ganse structuur bedekt met een cementeerlaag, ook de bijgemetste hoeken en puntgevels. Hierdoor kreeg het geheel een glad uiterlijk. In dit gladde uiterlijk werd daarna eventueel een motief van bakstenen of assestenen aangebracht hetwelke dan opnieuw geschilderd kon worden. Op die wijze verkreeg men opnieuw gebouwtjes met het uitzicht van kleine huizen of stalletjes. Vaak heel gelijkend op gebouwen in de directe omgeving zodat ze totaal niet opvielen bij de rest van de bestaande bebouwing. Daarna werd de structuur nog voorzien van ramen, deuren en luiken. Deze waren in veel gevallen opnieuw vals met als achtergrond de zware wand van het beton.

bunker AV4 bunker A27
achterliniebunker B38 bunker D14
bunker D15 bunker C8

Hierboven ziet men een aantal bunkers die allen een glad gecementeerd uitzicht hadden. Bovenaan links: de vooruitgeschoven AV4 te Munte - Bovenaan rechts: A27 te Moortsele. Beide hoeken rond het sas waren volledig dichtgemaakt met baksteen waardoor het geheel, op de uitstekende neus naast het schietgat na, een vierkant uitzicht had - Links midden: Het kleine bunkertje B38 te Landskouter, op het dak ligt nog de originele prikkeldraad uit mei 1940 - Rechts midden: De enorm goed bewaarde D14 te Munte, dit bunkertje heeft nog twee van zijn originele drie puntgeveltjes - Links onderaan: Het bunkertje D15 dat sommige periodes van het jaar een nogal roze schijn heeft - Rechts onderaan: het neptoegangssas van het bunkertje C8 te Vurste.

Hetgene men ook duidelijk kan zien bij dit laatste fotootje is dat de eigenlijke toegang tot het bunkertje nog eens een half deurgat lager zat dan de camouflage houten deur die in zichtbare deurgat zal gezeten hebben. Het vloerniveau van de mitrailleurkamers zat dan ook bij vele bunkers bijna een meter onder het maaiveld aan de buitenkant. Vandaar ook de naam "onderstand" voor een bunker.

Hieronder ziet u dan al een nog iets verdergaande vorm van dezelfde soort camouflage.

huis met zelfde steenmotief als vele bunkers
Zo ging men zelfs steenmotieven aanbrengen in de cementeerlagen op het beton en de bijgemetste hoeken. Een van de veel voorkomende steenmotieven in de cementeerlaag is deze van assestenen of zenderstenen. Hiernaast ziet u trouwens een foto van een nog bestaande woning op de Brusselsesteenweg te Wetteren. Men ziet er nog duidelijk hetzelfde steenmotief zoals het teruggevonden kan worden bij meerdere bunkertjes.
a46 bunker B36
bunker A42 bunker B5
b14 Weerstandsnest Betsberg bunker Be21

Hierboven ziet u een aantal foto's van op die wijze gecamoufleerde gebouwtjes. Links boven: Het schietgat van A46 te Wetteren - Rechts boven: bunker A36 te Landskouter - Links midden: A42 te Kwatrecht, sinds enige jaren gekocht door de gemeente Wetteren, jammer genoeg tot op heden nog niets mee gedaan. - Rechts midden: B5 te Nazareth, dit bunkertje is voorzien van heel veel valse ramen. - Links onder: B14 te Eke met een aangebouwde stal voor de dieren - Rechts onder: Be21 juist achter het kasteel te Betsberg in de Betsbergse bossen te Oosterzele.

Naast het grove assestenenmotief, is men bunkertjes ook beginnen cementeren met het uitzicht van gewone bakstenen. De bunkertjes werden dan daarna meestal geverfd in een bijpassende kleur. Dit kon roze rood zijn of een andere passende kleur die ook vaak ontleend werd aan omliggende gebouwen. Indien het bunkertje bijvoorbeeld gecamoufleerd werd als een stalletje bij een boerderij, kreeg het ook dezelfde uitwendige kleur als de rest van de boerderij.

Een zeer speciaal gevalletje is trouwens de bunker A3 op het grondgebied Astene. Deze bunker heeft namelijk twee verschillende cementeerpatronen op één bunkertje. De linker zijmuur heeft het uitzicht van grove assestenen daar deze muur moet doorgaan als een gemeenschappelijke muur voor een zogezegd nog aan te bouwen woning. De rest is afgewerkt in een kleiner baksteenmotief.

Voorliniebunker A3
goed gecamoufleerde bunker As4 te Astene
schets van soldaten voor bunker met geopend schietgat
Hierboven ziet u enerzijds rechtsboven een foto (Collectie J. De Vos) en daaronder een schets naar een bestaande foto van hetzelfde bunkertje As4 te Astene. De foto linksboven is een gespiegelde foto van As5. Deze is vrij identiek van uitzicht met As4 maar gespiegeld. As4 zit heden echter volledig verborgen onder een berg grond. Daarom de gespiegelde foto van As5 om een idee te hebben van de huidige toestand van een dergelijk bunkertje.
vooraanzicht bunker C1 te Astene schets bunker C1 te Astene in zijn toestand van 1938
Foto links: Zicht op de bunker C1 te Astene. Rechts ziet u een schets naar een bestaande foto van deze bunker van voor mei 1940. Let ook op de ramen en gordijnen die geverfd waren op de stalen luiken.
Achterliniebunker B46 Commandobunker C1
Steunliniebunker D4 Steunliniebunker D2

Links boven: Tweeverdiepsbunker B46 te Kwatrecht, aan de dijk van de Schelde - Rechts boven: achterkant van bunker C1 te Astene - Links onder: Zijkant en sas van de bunker D4 te Eke. Deze bunker heeft nog veel restanten van zijn originele verftinten, een lichtroze baksteenkleur - Rechts onder: Nog intakte puntgevel met nepschouw van bunkertje D2 te Astene.

Een laatste mooie variant van dit soort camouflage vinden we terug langs de boorden van de Leie te Astene. Het bunkertje B1 is gecementeerd geweest met het uitzicht van planken. Dit bunkertje had het uitzicht van een houten berghok naast de Leie. Het ganse bunkertje zal een bruinzwarte kleur gehad hebben, de kleur van met creoline ingesmeerd hout. De originele kleur vindt men nog terug aan de achterkant van het sas.

Achterliniebunker B1 b1
Een andere, iets gelijkaardige camouflage was het uitzicht van een lemen stalletje. De muren werden dan gecementeerd maar de hoeken werden niet uitgemetst. Men liet de ronde kanten en men cementeerde het beton glad en verfde het daarna met kleuren alsof het om een soort lemen stal ging. Er zij op de linie maar enkele dergelijke bunkertjes. Voorlopig houden we het alleen op D23 te Kwatrecht en Se4 te Semmerzake.
bunkertje met uitzicht lemen stalletje originele kleuren dakrand bunker D23

Links: de voorkant van het bunkertje Se4, deels verborgen achter een beukenhaagje. Rechts: de bovenkant achteraan het toegangssas, van het bunkertje D23, langs de boord van de Schelde te Kwatrecht. Dit bunkertje draagt nog de originele rode verfkleur van een lemen stalletje. De dakrand in beton is afgewerkt alsof was hij van hout.

Camouflage als een deels bakstenen, deels houten stal. (type schaapstalbunkers).

Bij dit type bunkers gaat men de onderkant de bunkertjes deels met baksteen opmetsen. Dit gebeurd dan meestal tot onder het schietgat of tot op de hoogte van de bovenkant van het raam of luik dat het schietgat verbergt. De schaapstalbunkertjes hebben daarnaast een typische dakvorm. zoals u op de onderstaande foto's kunt zien. Men vindt ze in het algemeen terug in weilanden of op de rand van bossen.

schaapstalbunker A26
bunkertje B39 te Gontrode
commandobunker C12 te Munte bunker C17 in weiland

Men vindt zowel grotere als kleinere bunkertjes van dit type. Links boven: de typische dakstructuur van de schaapstalbunkertjes. Hier kijkt u op de bovenkant van A26 te Moortsele. - Rechts boven: Hetzelfde bunkertje van de voorkant bekeken. - Links midden: De achterkant van een identiek bunkertje, opnieuw op de rand van een bos, namelijk AV3 te Baaigem. - Rechts midden: Achterkant van het kleine mitrailleurbunkertje B39 te Gontrode, van hetzelfde type. - Links onder: Commandobunker C12, op de rand van het bos op de Zink te Munte. - Rechts onder: De onopvallende bunker C17 in een weiland, van heinde en verre zichtbaar, vanop de E40-autosnelweg. Dit is allicht een van de bunkertjes die door de mensen vanop de autosnelweg het meest waargenomen wordt, zonder te beseffen dat men op een bunker aan het kijken is.

Camouflage als een houten stal.

De bunkers gecamoufleerd als houten stal, sluiten deels aan bij het vorige type van bunkertjes. Er zijn echter vrij veel verschillende varianten van deze vorm van camoufleren. We zullen hieronder de meest voorkomende types eens naast elkaar plaatsen.

Het bunkertje B6 dat u hierboven twee maal ziet was sterk gelijkend op de bunkers van het type schaapstal. In dit geval begon de houten structuur van het bunkertje praktisch volledig tegen het maaiveld. Er waren bij dit bunkertje geen rijen bakstenen onderaan te bespeuren. Het dakje is wel specifiek voor de schaapstalbunkertjes.

Een tweede, vrij veel voorkomend type van houten stalletjes, zijn de bunkertjes met onderaan een aantal rijen baksteen. De rest van de wanden werd dan uitgevoerd in vaak ruwe houten planken of schorsplanken. In het eerste geval heeft men altijd het idee dat het bunkertjes waren waarvan het merendeel van de baksteentjes verdwenen waren. Vaak ziet u wel aan de zijkanten de specifieke ijzeren haken om het houtwerk vast te maken aan het betonskelet. Het dak kon bij deze bunkertjes alle kanten op. Het kon een zo goed als plat dak zijn of een dak met dakpannen of golfplaten.

Muntekouter bunker Mu7 Achterliniebunker B28

Hierboven ziet u links het bunkertje Mu7 op Muntekouter en rechts B28 op de rand van het grondgebied van Munte en Bottelare.

De bunkertjes als houten stal afgewerkt tot op de grond konden ook sterk varieren in grootte. U ziet hieronder achter elkaar enkele voorbeelden van klein naar groot.

Muntekouter bunker Mu6 Muntekouterbunker Mu2
Commandobunker C14 Weerstandsnest Betsberg bunker Be20
Bovenaan links: Het kleine bunkertje Mu6 op Muntekouter had volledig het uitzicht van een houten berghokje voor het opbergen van klein landbouwersgereedschap. Bovenaan rechts: Het kleine bunkertje Mu2, eveneens op Muntekouter, wel op grondgebied Baaigem, ligt wat verscholen achteraan het terrein van een boerderijtje. Onderaan links: Het commandobunkertje C14 op een weiland te Moortsele, juist naast de spoorlijn geeft nog weinig kenmerken prijs van hoe hij er ooit gecamoufleerd heeft uitgezien. Onderaan rechts: De vrij grote bunker Be20, in het midden van de Betsbergse bossen, had het uitzicht van een vrij grote boshut, inclusief het bijhorende zadeldak.
zware bunker AV12 te Gijzenzele

De bunkers AV11 (links) en AV12 (rechts), beiden gebouwd te Gijzenzele, zijn toch vrij rare bunkers. Hoe ze er 100% zeker hebben uitgezien is niet zo eenvoudig te zeggen. Alleen al door het feit dat de originele plannen, beide bunkers met een koepel toont met puntgevels. Hierdoor zou de koepel onder het eigenlijke dak verscholen gezeten hebben. Het is wel 100% zeker dat deze puntgevels in deze gevallen nooit zo stijl gemaakt zijn dat de koepel er onder verstoken zat. Ze moeten een veel platter liggend dak gehad hebben. De bunker AV11 heeft rondom een gecementeerde bakstenen ommuring wat doet vermoeden dat de houten structuur allicht pas begon op een bepaalde hoogte. De rechter bunker, AV12 was zeker gedeeltelijk met baksteen opgemetst. Daarnaast had hij allicht eveneens een vrij plat dak waarop een koepel stond.

Bunkers gecamoufleerd met een ruw stenen uiterlijk, meestal mee opgenomen in het landschap en de helling van het terrein (Type Tyrolien Mamelonné)

Een veel voorkomende vorm van camoufleren. was het aanbrengen van een cementeerpatroon waarbij de bunker het uitzicht krijgt van gemetst te zijn met grote oneffen ruwe stenen. Hierop ging men dan camouflagekleuren aanbrengen in de kleuren van de omgeving.

Er bestonden voor de gebruikte camouflagekleuren een aantal mogelijke varianten. Als deze bunkers in de buurt van landbouwvelden stonden, zoals op Muntekouter, werd als grondverf meestal geelbruin/okerbruin gebruikt. Hierop werden dan eventueel groene of lichtgroene vlekken aangebracht. Deze originele grondkleur is trouwens in veel gevallen nog terug te vinden aan de binnenkant van de schietgaten.

In weilanden ging men de bunkers soms volledig lichtgroen verven. Eventueel werden dan nog geelbruine vlekken toegevoegd.

In bosrijkere omgeving ging men de kleuren dan nog specifieren naar de aard van de bebossing. Zo heeft men gevallen waar de grondkleur lichtgroen was, waar men dan kleurvlekken ging op aanbrengen met okerrood, okergeel en groen. Dit zijn de kleuren die men meestal terugvond de kanten van Melle langs spoorwegtaluds.

De kanten van Betsberg was de grondkleur in het algemeen weer lichtgroen en de vlekken dan weer matgroen en bruin.

De kanten van Semmerzake was de grondkleur opnieuw okergeel en de kleurvlekken dan weer groen en lichtgroen.

Soms gaat men zelfs zo ver dat men de uitwendige kleuren ook nog gaat aanbrengen op de achtermuur van de mitrailleurkamers aan de binnenkant. Op deze manier kan men van buitenaf door het schietgat geen bleke wit-grijze achtermuur zien.

Het ruwe gebochelde cementeerpatroon heeft in het militair jargon ook nog een specifieke naam gekregen, namelijk “Enduit Tyrolien Mamelonné".

Mochten er mensen zijn die zelf weten op welke wijze dit patroon aangebracht werd op de bunkertjes, mag u mij dat altijd laten weten. De vraag is mij namelijk al meermaals gesteld geweest en ik moest jammer genoeg het antwoord altijd al schuldig blijven. (info@bunkergordel.be)

zware bunker A30 te Moortsele type Tyrolien Mamelonné
Zicht op de zware bunker A30 te Moortsele, kort na mei 1940. Let er ook op dat de bunker aan zijn linker schietgat voor 75mm veldgeschut luiken had. Heden ten dage zit de bunker ook veel dieper in de grond doordat het talud van de oude tramlijn allicht gediend heeft om het terrein rondom de bunker mee op te hogen. (Foto: Duitse Denkschrift 1941)
Commandobunker C18 Muntekouterbunker Mu25
Achterliniebunker B42 Achterliniebunker B43

Dit type bunkers werd steeds zoveel mogelijk mee ingewerkt in het landschap. De kleuren waren dan ook gekoppeld aan het omliggende terrein. Links boven: Bunker C18 te Kwatrecht. Deze bunker zat origineel grotendeels mee verborgen in een grondheuvel. De heuvel is ondertussen verdwenen. Dit is duidelijk zichtbaar daar de bunkerwanden, waar origineel grond tegenlag, niet gebocheld gecamoufleerd zijn. Rechts boven: De unieke bunker Mu25 op de achterkant van Muntekouter. Onderaan links: Het achterliniebunkertje B43 te Melle. Hier zijn net zoals bij het fotootje ernaast van B42, eveneens te Melle, de originele kleurvlekken nog duidelijk zichtbaar.

Specifieke bunkers, eenmalig voorkomende structuren.

Enkele bunkers werden volledig weggestopt in het landschap en waren daardoor zeer moeilijk zichtbaar van buitenaf. Zo had men onder andere onderstaande bunkers die elk op hun manier verstopt waren in hun directe omgeving.

Vooruitgeschoven bunker AV10
De molenbunker AV10 te Gijzenzele is heden een van de gemakkelijkst terug te vinden bunkers op de linie. Ooit zat hij volledig verstopt in de voetheuvel van een molen. Allicht was de eigenlijke molen ook al geruime tijd verdwenen toen de bunker werd in de heuvel gestopt. Het blijft een unieke bunker op de linie.
Voorliniebunker A25
Bunker A25 lag tegen de achterkant van het bosje tussen Asselkouter en Rattepas en is omwille van zijn camouflage heden ten dage nog altijd niet zo gemakkelijk terug te vinden in het landschap omwille van het sterk oplopende terrein waar hij gelegen is. Hij is ook gebouwd met een niveauverschil tussen de beide schietgaten.
Voorliniebunker A21 Bunker A21 te Baaigem zat grotendeels ingewerkt in het talud van het hoger gelegen terrein er rondom. Deze bunker heeft ook een uiterst merkwaardige ingang langs boven de bunker met stijgbeugels. Dit heeft te maken met het feit dat de bunker net zoals de molenbunker te Gijzenzele (AV10) volledig ingewerkt zat in een heuvel.
Steunpuntbunker Semmerzake se3
Se3 ligt bijna volledig onder de grond komende van het centrum van Semmerzake. Hij heeft een geweldig zicht op de ganse vallei onder hem in de richting van de Schelde.
Kwatrecht Steunliniebunker in brug D22
D22 te Kwatrecht is ingebouwd in de spoorwegbrug te Kwatrecht op de Brusselsesteenweg. Enkel het dichtgemetste schietgat en deurgat getuigen nog van zijn vroeger bestaan.

 

Enkele interessante details over het camoufleren (te mooi om u te onthouden).

Bij een aantal bunkertjes om Muntekouter stak de witgepleisterde binnenkant allicht iets te fel af. Daarom heeft men op de plaatsen waar men van buitenaf (door het schietgat of door een openstaande toegangsdeur) de gepleisterde wand, dezelfde camouflagevlekken gegeven om niet af te steken met de rest van de buitenkant van de bunker. (Foto links: binnenzicht door schietgat bunker Mu21. Foto rechts: binnenkant ingangssas juist achter toegangsdeur, achter metalen poortje).

Ook bij het bunkertje D23 te Kwatrecht heeft men de binnenkant met geopend schietgat toch nog wat extra willen verstoppen. Aan de binnenkant van het schietgat heeft men met fraai verfwerk een minder sterke overgang gemaakt tussen het roze van de buitenwand en het wit van de bepleistering aan de binnenkant.