Citadelpark Gent

Buskruitfabriek Cooppal Wetteren

Vliegvelden WO I Regio Gent

WO I Munitiepark Kwatrecht

De Dodendraad

De Hollandstellung - Duitse WO I bunkerlinie

Reichsschüle Flandern - SS-School Kwatrecht

Duitse Atlantic Wall Radarpost - Goldammer

WOI en II Munitiedepot De Ghellinck Zwijnaarde

Duitse gangen onder centrum Gent WOII

Schuilplaatsen voor havenarbeiders Gentse kanaalzone uit de koude oorlog

Het Fort van Eben Emael

KW-linie

WO I - Kwatrecht - Melle

18 daagse veldtocht gekoppeld aan TPG

Neergestorte B17 te Kwatrecht 19-09-1944

De bevrijding WO II van de regio rond TPG

Toestand Belgisch leger ten tijde van mei 1940

Gesneuveldenlijsten:

Contact en onbeantwoorde vragen

Media-aandacht

Copyright

Links


Beschrijving Bruggenhoofd Gent.

De bouw van Bruggenhoofd Gent als onderdeel van de Belgische fortificatiepolitiek.

De Bouw van Bruggenhoofd Gent is maar een klein onderdeel van de ganse fortificatiepolitiek die plaats had over het ganse Belgische grondgebied. U krijgt hier een chronologisch overzicht hoe deze fortificatie verliep voor Belgie vanaf eind jaren '20 tot de hel losbarstte in mei 1940.

Detailbeschrijving van de Infanterie-eenheden van het Belgisch leger voor mei 1940.

Opbouw van de actieve en 1e Reserve Infanterieregimenten. Van toepassing op

 

 

1e Bataljon

1e Compagnie Fuseliers

 
   

2e Compagnie Fuseliers

 
   

3e Compagnie Fuseliers

 
   

4e Compagnie Mitrailleurs

 
   

 

 
 

2e Bataljon

5e Compagnie Fuseliers

 
   

6e Compagnie Fuseliers

 
   

7e Compagnie Fuseliers

 
   

8e Compagnie Mitrailleurs

 
   

 

 
 

3e Bataljon

9e Compagnie Fuseliers

 
   

10e Compagnie Fuseliers

 
   

11e Compagnie Fuseliers

 
   

12e Compagnie Mitrailleurs

 
   

 

 
 

4e Bataljon

13e Compagnie Mitrailleurs

 
   

14e Compagnie C47 Antitankkanonnen

 
   

15e Compagnie Mortieren 76mm

 
   

 

 
 

Stafcompagnie

 

 
 

Medische Compagnie

 

 
 

Peloton Verkenners

 

 
 

 

   

Hoe moet ik mij zo een Standaard Regiment voorstellen in getallen:

Omdat ik toch al meermaals moest vaststellen dat mensen zich moeilijk een detailbeeld kunnen vormen van wat een Standaard Regiment dan inhoud, toch nog eens bijkomend deze getallen (bron www.ablhistoriyforum.be)

Bijkomend wil ik wel benadrukken dat onder officier in onderstaande tekst alles wordt beschouwd vanaf een Luitenant. Het begrip soldaat omvat alle lagere rangen tot en met soldaat.

De leiding van een Regiment was in handen van de Stafcompagnie. Deze bestond uit 10 officieren en 144 manschappen.

Het geheel van de 4 Bataljons bestond op zijn beurt uit 98 officieren en 3500 soldaten.

Elk Regiment omvatte ook een Peloton verkenners. Dit was een groep van 48 soldaten geleid door 1 officier. Dit peloton werd als gevechtseenheid toegevoegd aan de Stafcompagnie. Dit Peloton verkenners was opgedeeld in 3 gevechtsgroepen onder leiding van een adjudant, onderluitenant of luitenant. Zij beschikten over 9 motorwielrijders en de rest beschikte allen over een fiets. Daarnaast was er een camionette voor de bagage. De Pelotonscommandant beschikte over een motor met side-car om zich te verplaatsen.

Elk Bataljon omvatte 3 Fusiliercompagnies en een 4e Compagnie machinegeweren. Het 1e tot het 3e Bataljon beschikte hierbij telkens over 22 officieren en 931 soldaten.

Elke Fusilierscompagnie was op zijn beurt opgebouwd uit 4 officieren en 213 soldaten.

Deze Fusilierscompagnies waren dan nog eens opgebouwd uit 4 dubbele Secties of 4 gevechtsgroepen en een ploeg DBT mortieren.

Elke Compagnie machinegeweren bestond uit 4 officieren en 168 soldaten. Dit werd intern nog eens opgedeeld in telkens 3 Pelotons van 21 man, elk bestaande uit 2 secties. Elk van deze Secties stond op die manier onder leiding van een sergeant met boven zich nog eens een onderofficier. Deze onderofficier heeft ook de beschikking over een soldaat-klaroen en een soldaat-ordonnans.

Elke Compagnie bevatte ook nog eens een peloton buiten gelid. Dit omvat een gedeelte verbindings- en bevoorradingspersoneel.

Het 4e Bataljon Zware wapens bestond uit 17 officieren en 517 soldaten.

Dit 4e Bataljon was nog eens opgedeeld in een Compagnie mitrailleurs, een compagnie C47 antitankkanonnen en een Compagnie zware mortieren van 76 mm.

De Compagnies mitrailleurs en C47 kanonnen waren telkens opgedeeld in 3 Pelotons van telkens 2 Secties van 2 stukken (mitrailleurs of C47 kanonnen). Elke Sectie werd geleid door een sergeant en beschikte over een paardenkar voor vervoer van de nodige munitie. Elk peloton stond onder leiding van een adjudant, onderluitenant of luitenant. Ook de pelotonscommandanten beschikten over een soldaat-klaroen en een soldaat-ordonnans.

Elke compagnie mitrailleurs had bijkomend de beschikking over 6 paardenwagens voor munitie, een paardenwagen voor ander materiaal, een veldkeuken en een paardenkar voor levensmiddelen. Daarnaast was er nog een camion voor de persoonlijke bagage die niet standaard in de rugzakken werd voorzien.

Elke compagnie C47 kanonnen beschikte over 12 C47-kanonnen en 15 bijhorende trekkers (inclusief 3 reserve trekkers), twee motorrijders, 4 camions, een camion voor levensmiddelen en veldkeuken, een camion voor bagage. Hier was dus alles gemotoriseerd.

De Compagnies mortieren 76 mm waren telkens opgedeeld in 2 Pelotons van telkens 2 Secties van 2 stukken (mortieren). De mortieren zelf werden vervoerd met paardenkarren. Voor de rest beschikten zij ook nog over een camion voor bagage, twee paardenkarren voor materiaal allerhande, een veldkeuken en een paardenkar voor levensmiddelen.

Daarnaast beschikte elk Regiment ook nog over een medische Compagnie. Een medische Compagnie bestond uit 6 officieren, 14 onderofficieren en 95 soldaten. Deze waren ingedeeld in 4 pelotons van twee secties. Elke Compagnie beschikte over 2 ambulances. Elk peloton beschikte over een paardenwagen.

Beschrijving van de wapens, standaard horende bij deze Actieve en 1e Reserve Regimenten (1e tot 12e Infanteriedivisie):

Kort voor de oorlog begon het Belgische leger te moderniseren. De nieuwe aangeworven standaardwapens staan hieronder.

Deze wapens waren bij het aanbreken van de oorlog nog niet ten volle geleverd zodat er toch ook nog heel wat verouderde wapens gebruikt moesten worden.

  • Standaard geweer: Mauser 1935. Dit was de verbeterde versie van de Mauser 1924, geproduceerd bij FN in Herstal. Het wapen woog 4.025 kg en mat 1.10 meter. Het was een enorm goed wapen en schoot heel precies. Wel moest het goed onderhouden worden en was het gevoelig voor vervuiling waardoor het kon gaan blokkeren.

(Foto: Replica)

Mauser 1935
  • Browning Hi Power revolver: Ook dit type revolver was binnen het Belgische leger sinds 1935 in gebruik. Van dit type wapen (natuurlijk varianten erop inbegrepen), zijn er wereldwijd meer dan 1 miljoen geproduceerd.
  • Het wapen is officieel nog altijd niet buiten dienst gezet binnen het Belgische leger. Het weegt ongeveer 1 kg en is trefzeker tot op ongeveer 50 meter.

(Foto: wikipedia.org)

 

  • Standaard mitrailleur (FM = Fusil mitrailleur, geladen met laders): Browning FM30. (foto: Replica) Dit was een heel degelijk wapen dat weinig klachten gaf om het te gebruiken. Omdat dit ook als een reserve wapen werd beschouwd om te gebruiken binnen de bunkers van TPG, kan je meer detailinfo vinden op deze link.

(Foto boven: een beeld zoals het wapen heden nog altijd kan worden gezien in het legermuseum te Brussel - Foto onder: Replica)

Browning FM30 mitrailleur
Browning Mitrailleur
  • Het Duitse Machinenpistole 34 (MP34 Bergmann) - Dit wapen zou merkwaardig genoeg, zij het in zeer kleine hoeveelheden, bij aanvang van de meidagen '40 toch ook beperkt in gebruik geweest zijn bij het Belgische leger.
  • Het was een wapen dat bij aanvang van de oorlog ook nog in gebruik was bij bepaalde Duitse SS-eenheden maar daar werd het geleidelijk aan vervangen door de MP38 en MP40.
MP34 Bergmann, een lichte Duitse handmitrailleur met een lader die zijdelings werd ingebracht. (Foto: Wikipedia)
Voorlopig de enige 2 foto's van dit type wapen in gebruik bij het Belgisch leger voor de meidagen die ik al heb kunnen terugvinden. Het zijn 2 maal foto's van soldaten van de 2e Linie. (Foto links: Replica - Foto rechts: www.abbl1940.be )
  • Zware mitrailleur (MI = meestal geladen met kogelbanden) : Maxim Lourde. Een zeer goed wapen, enige nadeel zijn gewicht, om het telkens mee te zeulen bij verplaatsingen. Binnen het Belgisch leger vindt men het op oudere foto's terug als gebruikt op een driepoot. De types die nog gebruikt werden tijdens de meidagen waren deze die waren geplaatst op een slede. Omdat de versie met de slede als het basiswapen voor de mitrailleurbunkers op TPG werd beschouwd, kan u meer info vinden op deze link. Op de foto's ziet u het wapen zoals te zien in het militair museum te Brussel. Daaronder twee oudere foto's van het wapen op de eerder gemelde driepoot. De onderste foto's zijn hetzelfde type wapen op zijn slede zoals het nog volop gebruikt werd tijdens de meidagen '40. (Foto's: Replica)
zware maxim mitrailleur
  • Granaatlanceerders type DBT. Dit was een 50 mm mortier. Een wapen dat weinig klachten gaf over zijn werking. (Foto's: Replica)
  • Mortieren: 76 mm FRC. Dit was een WO I loopgraafmortier. Het wapen kon in theorie door 1 man bediend worden als men het niet diende te verplaatsen. Het had een vuurbereik tussen de 300 en 1300 meter. De afgevuurde mortieren konden lichte schuilplaatsen en zelfs tot op 600 meter tanks (met beperkte bepantsering) uitschakelen. De afgevuurde projectielen wogen 4.6 kg.
76 mm mortier
  • Daarnaast had het wapen ook een vrij grote scherfwerking (rondvliegende scherven bij het exploderen) waardoor het uitstekend gebruikt kon worden tegen vijandelijke infanterie . Grootste nadeel aan dit wapen was natuurlijk zijn gewicht. De ganse opstelling woog namelijk 147 kg. (Alle foto's hieronder: Replica)
76mm mortieren
7.6 cm mortieren
  • Antitankkanonnen: 4.7cm kanonnen. Het wapen was veruit de meerdere van zijn Duitse tegenganger, de 37 mm PAK en de Franse 25mm. Het was echter vrij zwaar om het telkens vlot te kunnen verplaatsen tijdens de strijd. Omdat dit ook een standaardwapen was om te gebruiken op de bunkerlinie TPG, meer info op deze link.
mobiele 47mm kanonnen opgesteld in het veld
mobiele 47mm kanonnen op paradefoto
FRC-kanon van 47mm op luchtbanden. Foto Collectie Tankmuseum.
Groepsfoto met op de voorgrond 2 FRC 4.7 cm kanonnen. Foto MRA-KML
Dat dit antitankgeschut doeltreffend was mag ook blijken uit wat met dit geschut is gebeurd na de Duitse aanval van België. De nog bruikbare exemplaren werden namelijk zeer vlot opgenomen binnen het Duitse wapenarsenaal. Hierboven alvast Duitse troepen die tijdens de veldtocht een dergelijk veroverd artilleriestuk nakijken op herbruikbaarheid. (Foto: Replica)

Opbouw van een 2e Reserve Infanterieregiment. Van toepassing op

De Opbouw van deze 2e Reserve Infanterieregimenten zat hem in het feit dat zij niet beschikten over een 4e Bataljon.

1e Bataljon 1e Compagnie Fuseliers  
    2e Compagnie Fuseliers  
    3e Compagnie Fuseliers  
    4e Compagnie Mitrailleurs  
       
  2e Bataljon 5e Compagnie Fuseliers  
    6e Compagnie Fuseliers  
    7e Compagnie Fuseliers  
    8e Compagnie Mitrailleurs  
       
  3e Bataljon 9e Compagnie Fuseliers  
    10e Compagnie Fuseliers  
    11e Compagnie Fuseliers  
    12e Compagnie Mitrailleurs  
       
  Stafcompagnie    
  Medische Compagnie    
  Peloton Verkenners    
       

Beschrijving van de wapens, standaard horende bij deze 2e Reserve Regimenten (13e tot 18e Infanteriedivisie):

  • De Mauser 1889. Dit wapen was de eerste echte succes geproduceerd in de FN fabrieken te Herstal. Het was gebaseerd op het originele Mauserontwerp dat in Duitsland zelf iets te laat afgewerkt geraakte en daardoor ginds werd verdrongen door een eigen Duitse ontwerp. FN optimaliseerde het naar Belgische legereisen. het wapen diende gans WO I binnen het Belgische leger. Reserve divisies waren nog steeds bewapend met deze oudere wapens die allen letterlijk al WO I hadden meegemaakt. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de toestand van sommige geweren wel al te wensen zal overgelaten hebben.
Mauser 1895
  • De Belgische handmitrailleurs (FM) waren in dit geval wapens van het type 1917-1927 die waren aangepast om dezelfde munitie te kunnen gebruiken dan de recentere mitrailleurs. Dit waren vaak de reeds oudere mitrailleurs van het Franse type Chauchat. Het meest positieve aan dit wapen was zijn lichte gewicht. Daarnaast was het van opbouw zeer eenvoudig en daardoor zeer eenvoudig te produceren. De Franse producent voorzag dit wapen om standaard bediend te worden door 2 personen wat in praktijk bijna nooit gebeurde. Het had zo een zware terugslag dat het heel snel ging stijgeren en daardoor nauwelijks degelijk te richtgen viel. Toen het wapen in een latere fase werd omgebouwd om voor het in WO I betrokken Amerikaanse leger te dienen, viel het zelfs letterlijk door de nog krachtigere Amerikaanse patronen, uit elkaar. Het wapen was ondanks bovenstaande geschiedenis bij het Belgische leger nog courant in gebruik.

( foto's hieronder, bovenaan: Chauchat mitrailleur zoals nog zichtbaar in het militair museum te Brussel. 2e, 3e en volledig onderaan: Belgische soldaten met chauchatmitrailleurs (Foto's Replica), 4e rij: Franse soldaten met Chauchat mitrailleurs, (Foto's: Replica))

Chauchat mitrailleur
Belgische soldaten met chauchatmitrailleur
mitrailleur Chauchat
mitrailleur chauchat
Belgische vuurploeg met chauchat mitrailleur

De zware mitrailleurs. Dezen waren allen nog daterend uit WO I. Er waren nog 2 courant gebruikte oudere types in gebruik bij de reserve-eenheden.

  • Hotchkissmitrailleurs.

Dit type mitrailleur werd reeds binnen het Belgisch leger gebruikt voor WO I en was bij het uitbreken van WO II nog altijd courant in gebruik. Het was een van de reservewapens die kon opgesteld worden in de bunkers van TPG. Zie daarom ook deze link.

Hotchkissmitrailleur (voor WO I) Hotchkiss (tijdens WO I)
Hotchkissmitrailleur rond WO I Hotchkissmitrailleur

De bovenste twee foto's dateren van voor WO I, de foto's eronder dateren van de periode tussen de twee Wereldoorlogen. De foto rechtsonder is een Hotchkissmitrailleur opgesteld bij een stelling, klaar voor gebruik. Binnen het Belgische leger werd dit type van wapen gebruikt niet met kogelbanden maar met strips zoals duidelijk zichtbaar op deze foto (Foto's: Replica)

  • Zware Mitrailleur type Colt 1917-1918.

Dit type mitrailleur was nog ouder dan de Hotchkismitrailleur maar nog vrij courant in gebruik bij het Belgisch leger. Dit was zeker nog een mitrailleur daterend uit de periode voor WO I. Ook dit type mitrailleur was voorzien op TPG om als reservemitrailleur gebruikt te kunnen worden. Kijk dan ook voor nog meer detailinfo op deze link. (Foto midden links: Jean Rijlant, rest: Replica)

Colt Mitrailleur Jean Rijlant
  • Mortieren van Deuren

Dit was nog een WO I loopgravenmortier, letterlijk ontworpen voor een vastgelopen stellingenoorlog. Dit Belgische ontwerp van een mortier dateert uit 1916 en was bij gebrek aan voldoende 76mm mortieren nog vrij courant in gebruik, ondanks zijn grote gewicht. Een mortier Van Deuren had een kaliber 90 mm met een vergrootte loop.

De mortier kon 2 versies van raketten afvuren. Het kon bommen afvuren van 80 kg die hierbij inbegrepen een explosieve kop hadden van 25 kg. Dit soort projectielen kon afgevuurd worden tot 2000 meter ver. De bommenvariant van 120 kg met inbegrip van 50 kg explosieve lading kon tot 1500 meter ver worden afgevuurd.

(Foto bovenaan rechts: collectie legermuseum - de rest: Replica)

Naast bovenstaande wapens moet men toch af en toe nog vaststellen dat er nog alternatieve en vaak nog oudere wapens blijken op te duiken. Ondanks dat deze wapens misschien al officieel buiten gebruik waren, bestaat nog altijd de kans dat ze hier of daar toch nog opduiken op oude foto's van rond mei 1940.

  • Vickers M.18 mitrailleur

De Vickers M18 mitrailleur werd door het Belgische leger in beperkte hoeveelheden in gebruik genomen als een lichtere versie van de zware Maximmitrailleur voor WO I. Nochtans is dit wapen nooit echt doorgebroken binnen het Belgisch leger.

Er volgde nog een beperkte bijbestelling in 1918. Deze mitrailleur woog nog geen 15 kg. Hij werd vooral gebruikt bij het Britse en het Nederlandse leger. Of er van deze mitrailleurs nog WO I hebben overleefd en mogelijks nog verder zijn doorgebruikt tot mei 1940, blijft voorlopig ook voor mij een raadsel.

 

Vickers M18 mitrailleur
  • Tromblon Vivien-Bessières

Ook dit was een specifiek wapen ontstaan uit de vastlopende loopgravenoorlog. Het moest de mogelijkheid bieden objecten, ter grootte van de standaard handgranaten verder te werpen dan men dit manueel kon. Het systeem bestond er in dat men op de kop van het geweer een speciale granaathouder en granaat kon bevestigen die door het afvuren van een kogel dit projectiel kon laten wegschieten.

Het bereik dat de projectielen op deze wijze konden bereiken was afhankelijk van de hoek waarmee het projectiel werd afgevuurd. Onder een hoek van 45° was dit bereik voor de standaard kop ongeveer 190 meter. Onder een hoek van 85° was dit nog 80 meter.

De klassieke manier om het wapen te gebruiken was het geknield afvuren met de kolf van het geweer op de grond.

Of dit wapen effectief is gebruikt binnen het Belgisch leger of enkel bij het Franse, is ook tot op de dag van vandaag mij niet duidelijk.

(Alle foto's: Replica)

soldaten met Lebel granaatwerpgeweren

Kort aansluitend bij de klassieke Infanterie-eenheden waren de eenheden die al iets beter waren uitgerust om zichzelf te verplaatsen. Dit waren de Cyclisten.

Deze Regimenten hadden opnieuw een afwijkende indeling vergeleken met de klassieke infanterie-eenheden.

Het mag duidelijk zijn dat de Wielrijderseenheden een tussenstap vormen tussen Infanterie en Cavalerie. De indeling die men er gaat bij gebruiken hangt namelijk af van welke eenheden ze origineel zijn afgesplitst. Zo heeft men de basiseenheden van de Cyclisten. Deze zijn origineel ontstaan uit de Karabiniers (een infanterie-eenheid). Bij deze eenheden Cyclisten gaat men eveneens, net zoals bij de Karabiniers, opdelen in Bataljons, Compagnies en Pelotons. Dezelfde redenering wordt ook gevolgd voor de Grenswielrijders en zelfs de Ardeense Jagers die ook wielrijderseenheden bezaten.

 

  1e Bataljon 1e Compagnie Wielrijders  
    2e Compagnie Wielrijders  
    3e Compagnie Wielrijders  
       
  2e Bataljon 4e Compagnie Wielrijders  
    5e Compagnie Wielrijders  
    6e Compagnie Wielrijders  
       
  Compagnie C47 Antitankkanonnen    
  Stafcompagnie    
       

 

  1e Bataljon 1e Compagnie Wielrijders  
    2e Compagnie Wielrijders  
    3e Compagnie Wielrijders  
    4e Compagnie Wielrijders  
    5e Compagnie Wielrijders  
    6e Compagnie Wielrijders  
       
  Compagnie C47 Antitankkanonnen    
  Stafcompagnie    
       

Dit waren de enige eenheden die ik bij deze opdeling nog binnen de Infanterie wens te plaatsen maar uiteindelijk wel al over een beperkt aantal pantserwagens (T13 tanks beschikten). Het wordt uiteindelijk vrij moeilijk eenduidig de lijn te trekken tussen Infanterie en Cavalerie. Wielrijders vormen sowieso reeds een overgang tussen beide types legereenheden.

 

  1e Bataljon 1e Compagnie Wielrijders  
    2e Compagnie Wielrijders  
       
  2e Bataljon 3e Compagnie Wielrijders  
    4e Compagnie Wielrijders  
       
  3e Bataljon 5e Compagnie Wielrijders  
    6e Compagnie Wielrijders  
       
  7e Compagnie Mitrailleurs    
  8e Compagnie T13 tanks    
       

Allicht vormen de Ardeense Jagers, een elitegroepering opgericht uit de vroegere 10e Linie, hier het sluitstuk tussen Infanterie en Cavalerie. Voor meer info over de tanks en pantserwagens (zie Cavalerie-eenheden)

 

  1e Bataljon 1e Compagnie Wielrijders  
    2e Compagnie Wielrijders  
    3e Compagnie Wielrijders  
       
  2e Bataljon 4e Compagnie Wielrijders  
    5e Compagnie Wielrijders  
    6e Compagnie Wielrijders  
       
  3e Bataljon 7e Compagnie Wielrijders  
    8e Compagnie Wielrijders  
    9e Compagnie Wielrijders  
       
  10e Compagnie Motorrijders    
  11e Compagnie Pantserwagens    
  Medische Compagnie    
  Stafcompagnie    
       

 

  1e Bataljon 1e Compagnie Wielrijders  
    2e Compagnie Wielrijders  
    3e Compagnie Wielrijders  
       
  2e Bataljon 4e Compagnie Fuseliers  
    5e Compagnie Fuseliers  
    6e Compagnie Fuseliers  
       
  3e Bataljon 7e Compagnie Fuseliers  
    8e Compagnie Fuseliers  
    9e Compagnie Fuseliers  
       
  10e Compagnie Tuigen    
  Medische Compagnie    
  Stafcompagnie    
       

Bij elke Infanteriedivisie vindt men ook nog een verkenningseenheid, eveneens bestaande uit Wielrijders. Deze eenheden zijn allen ontstaan als afsplitsingen van de klassieke Cavalerie-eenheden (Lansiers, Jagers te Paard en Gidsen). Merkwaardig genoeg gaat men deze Wielrijderseenheden (ondanks dat het dus ook wielrijders-eenheden zijn) opdelen in Groepen, Eskadrons en Pelotons. Voor de 12 basisdivisies waren dit troepen van 1e Reserve.

 

  1e Escadron 1e Peloton Wielrijders  
    2e Peloton Wielrijders  
    3e Peloton Wielrijders  
    4e Peloton Wielrijders  
       

In dit geval waren de 6 Reserve-infanteriedivisies ruimer voorzien dan de 12 basis-infanteriedivisies. Dit waren troepen van 2e Reserve.

 

  1e Groep 1e Eskadron 1e Peloton Wielrijders
      2e Peloton Wielrijders
      3e Peloton Wielrijders
       
    2e Eskadron 4e Peloton Wielrijders
      5e Peloton Wielrijders
      6e Peloton Wielrijders
       
    3e Eskadron 7e Peloton Wielrijders
      8e Peloton Wielrijders
      9e Peloton Wielrijders
       

Basisinfo over indeling van het Belgische leger: zie website 18daagseveldtocht.wikispaces.com/

Gebruikte bronnen voor de verschillende wapens:

Home Terug naar bovenkant pagina Vorige Volgende