be20
 
Bunkernummer
Be20
Oud Bunkernummer
DO22
Lokatie
Oosterzele
Toegankelijkheid
Volledig vrij, één schietgat is nog afgesloten
Aantal kamers

3 onderling verbonden kamers en een sas

Aantal schietgaten
2
Type geschut
2 x MI
Bijhorende vuurrichting
Zuid - Zuidwesten en Oosten - Zuidoosten

Korte beschrijving van de bunker

  • Uitwendige kenmerken.
  • Originele voorontwerpen spreken voor deze bunker over een structuur met het uitzicht van een assestenen gebouwtje. Hij zou twee schietgaten hebben gekregen met elk aan de binnenzijde een vrij groot oreillon. De schietsectoren zouden in feite beide zijkanten naast de hoeve op de rand van bos en weilanden onder schot houden.
  • De origineel voorziene type camouflage werd gewijzigd in een camouflage met het uitzicht van een grote boshut.
  • Ook de eigenlijke structuur van de bunker werd hierbij sterk gewijzigd.
  • De bunker was onderaan uitgewerkt met een fundering in gecementeerd baksteen voor het plaatsen van een draagstructuur in rode Noorse den. Hierop werden dan de wanden die op hun beurt bestonden uit populierenplanken gedrenkt in carboline, bevestigd.
  • Opvallend was ook dat de houten camouflagewand niet de randen van het huidige beton volgde maar het geheel een vrij vierkant uitzicht gaf.
  • Beide schietgaten zaten verborgen achter iets groter uitgewerkte houten luiken. Deze waren uitgewerkt als in twee richtingen openende luiken van elk 0.80m x 2.00m (BxH). De basisplaat was uit rood Noors dennenhout waarop langs de buitenzijde in creoline gedrengte populieren planken waren bevestigd. Langs de buitenzijde waren deze luiken dan ook amper te zien in de volle wanden die de bunker omhulden.
  • De toegang werd voor de bouw van de bunker nog eens aangepast. Origineel zou de houten camouflage de achterhoek van de bunker aan de toegang volledig volgen. Dit werd nog bijkomend aangepast zodanig dat de bunkertoegang nog eens bijkomend werd gevormd door een houten camouflagedeur waarachter de eigenlijke toegang tot de bunker verborgen zat.
  • De puntgevels waren opgetrokken in baksteen waartegen eveneens schutplanken waren bevestigd. Aan de zuidelijke kant ruste deze puntgevel op een grotere gewapend betonnen balk.
  • De vrij grote zadeldakstructuur was opgetrokken in rode Noorse den en de dakbedekking zelf bestond in dit geval uit blauwe Boomse pannen.
  • Enkel het sas had een beperkt klein plat dakje met een fraaie gecementeerde dakrand. Dit plat dakje had een aparte zinken waterafloop van 1.50m die eindigde met een fonten dophin van 1.50m.
  • In het toegangssas had de bunker nog een sterfput.
  • Structuur.
  • Hij bevat twee mitrailleurruimtes die elk in een andere richting kijken. Het zuid - zuidwestelijke schietgat neemt de westkant van het terrein naast de hoeve op de rand tussen bos en weilanden onder schot.
  • Het oost - zuidoostelijke schietgat is meer gericht op de overgang tussen bos en weiland aan de oostkant van deze zelfde hoeve.
  • Deze bunker bevat naast de twee mitrailleurkamers ook nog een derde kamer zonder schietgat. Deze bunker was het commandocentrum van Betsberg voor het centrale bosgedeelte en de achterlijn.
  • Deze commandokamer was afgescheiden van de rest van de bunker door middel van een volle eikenhouten deur van 5 cm dik, 0.86m breed en 1.82m hoog.
  • Deze commandokamer was van de rest van de twee mitrailleurkamers afsluitbaar via een verdwenen metalen of eikenhouten (volgens bestek) deur.
  • De bunker lag in het verlengde van de veldweg (draagt een eigen perceelnummer, namelijk perceel 116) komende van de Meerstraat die kruiste met de zuidelijke rondgang. Deze veldweg werd meer noordelijk in smallere vorm als permanente erfdienstbaarheid, via een smal pad kronkelend doorgetrokken tot aan de achterliniebunker Betsberg 17.
  • De commandokamer komt in feite in de betonnen structuur te zitten als massief blok tussen de beide schietgaten. Ze vormt hierdoor uiteindelijk een zeer groot oreillon voor beide schietgaten.
  • Daarnaast bevat de bunker nog een toegangssas. Dit is nog eens omgeven door een betonnen balkenstructuur. Dit zou origineel moeten voorzien geweest zijn van een plat dakje.
  • Opmerkingen.
  • Het is een bunker in de steunlinie op Betsberg, gelegen tussen Be19 (320 m) en Be21 (125 m). Doordat zijn schietgaten beiden in een andere richting zijn opgesteld, staat deze bunker enerzijds in hoek opgesteld met Be19 en anderzijds met Be21. Hierdoor vergroten deze drie bunkers onderling hun gezichtsveld en schietbereik.
  • De bunker was standaard voorzien voor de opstelling van Maximmitrailleurs. Daarnaast was hij eveneens voorzien om Browning FM30's te kunnen opstellen.
  • Deze bunker maakte eveneens deel uit van de grote onteigeningsakte die heeft plaatsgevonden voor een groot gedeelte van de bunkers deeluitmakend van Betsbergebos. Deze grote akte omvatte onteigeningen en erfdienstbaarheden voor al de volgende bunkers: Be3, Be4, Be5, Be6, Be7, Be8, Be9, Be10, Be11, Be14 en Be15 (enkel erfdienstbaarheden), Be16, Be17 (deels), Be18 (enige bunker uit deze akte gelegen op grondgebied Moortsele en niet Oosterzele), Be19 (enkel beperkte permanente erfdienstbaarheid), Be20 en Be21. De akte werd opgemaakt aan de familie Hye-Hoys, woonachtig te Gent en getekend op 23 juli 1935 voor de totale prijs van 75.000 Bef.
  • In deze akte werd een bijkomende clausule opgenomen zodat deze familie jaarlijks nog een intrest ontving op dit totale bedrag ter grootte van 4.5% (3.375 Bef).
  • Voor het gedeelte Be20 werd een onteigening gedaan in het perceel bos gekend als Oosterzele, sectie C, kadastraal perceel 88 ter grootte van 1 are 96 ca.. Dit onteigende gedeelte maakte deel uit van een groter vernoemd perceel, maar kreeg na onteigening geen apart perceelnummer of index toegekend.
  • Voor de tijdelijke erfdienstbaarheid voor de bouw van de bunker werd vanaf het kruispunt op de zuidelijke rondgang (zuidelijk van de hoeve op rand van bos en weiland) de noordelijke wegel langs de hoeve gebruikt tot aan de bunker. Hiervoor maakte men dan gebruik van de percelen 116 (wegel komende van de Meerstraat die uitkomt op dit kruispuntje). Dit loopt op de rand naast perceel 42. Daarna gaat deze tijdelijke erfdienstbaarheid over op de rand van perceel 88 waar de bunker zelf werd op gebouwd.
  • Deze strook had een breedte van 5 meter (de tijdelijke erfdienstbaarheid) en diende 8 maanden te worden voorzien om de bouw van de bunker mogelijk te maken.
  • Voor de permanente erfdienstbaarheden werd er bijkomend over een strook van 2 meter breed, een permanente toegang voorzien om de bunker te kunnen bereiken (de permanente erfdienstbaarheid). Deze verliep uit zuidelijke richting over dezelfde wegel dan deze gebruikt voor de tijdelijke erfdienstbaarheid. Deze liep echter in meer noordelijke richting nog door in de richting van Be17 waarmee deze bunker verbonden was. Hiervoor liep komende vanaf de bunker Be20 bijkomend een pad in noordelijke richting over de percelen 88 en 90. Dit wegeltje liep op de vrij stijle helling in de richting van de aan voet gebouwde Be17.
  • De reden dat dit wegeltje een kronkel dient te maken, is omdat er zich juist achter de bunker Be17 een zone bevindt waar in vroegere tijden nog zandsteen werd ontgonnen. Zo zou de Gentse Sint Baafsabdij ooit zijn opgetrokken in Betsbergse steen en niet in Balegemse steen zoals vaak wordt verteld. De steen voor deze bouw (en mogelijks nog wel wat andere bouwwerken uit die tijd) zouden ooit in deze kleine, overgroeide groeve juist achter deze bunker, zijn ontgonnen.
  • Deze bunker heeft wel degelijk sporen van strijd. Zo zijn er zware projectielinslagen, vooral rondom het schietgat gericht op de boerderij (dat heden nog zeer ruim is dichtgemetst). Het metselwerk geeft de indruk een deurgat te verstoppen maar is allicht zo ruim dienen uitgevoerd te worden omdat de bunker op deze zijde wel vrij zwaar is toegetakeld. Hier zijn ook de eerder besproken betonnen balken zwaar beschadigd. De randen van het schietgat zelf zijn ook zwaar beschadigd zodat het wapeningsijzer zwaar komt bloot te liggen.
  • Ook deze bunker onderging de gevolgen van de zware Duitse artilleriebeschieting van de ochtend van 23 mei 1940. Deze ochtend zou normaal een zware aanval plaatsvinden tussen Betsberg en Moortsele station. Deze aanval is echter nooit effectief moeten doorgaan doordat in de ochtend bleek dat het Belgisch leger bruggenhoofd Gent had verlaten. De origineel geplande zware artilleriebeschieting op onder andere Betsberg is wel doorgegaan met de schade die u nu nog duidelijk kan zien aan bunkers zoals Be5, Be7, Be8, Be17, Be18 en Be20 tot gevolg. De beschadigingen zijn zeker niet het gevolg van geallieerde demonstraties op de bunkertjes bij de bevrijding zoals door sommigen wordt beweerd. Een bewijs hiervan kan ook eenvoudig via deze bunker geleverd worden.
  • Bij deze bunker is de schade ook niet beperkt gebleven tot de buitenzijde. Men heeft de bunker via de schietgaten weten te treffen aan de binnenzijde. De bunker is echt zwaar beschadigd aan de binnenzijde. Zo is heel wat wapeningsijzer komen bloot te liggen door zware explosies. Ook zijn aan de binnenzijde in de verschillende kamers (vooral deze na het ingangssas), heel wat kogelinslagen te zien. Deze zijn allicht afkomstig van Duitse mitrailleurs. Allicht hebben de eerste Duitse troepen in de ochtend van 23 mei 1940 het toch niet zo sterk vertrouwd en veiligheidshalve bij het naderen van de bunker, enkele mitrailleursalvo's gelost door schietgaten en de bunkertoegang. Hiervan zijn de sporen hier en daar nog meer als duidelijk zichtbaar.
  • Het betreft hier zeker een uniek bunker op de linie, al is hij heden praktisch vergaan tot een kale blok beton midden in het bos.
  • Op basis van de gemiddelde prijzen die terug te vinden zijn op de originele bestekken van bouwproject D en de gemiddelde hoeveelheden zoals teruggevonden bij gelijkaardige bunkers bij de bouwprojecten A en B, zijn er schattingen gemaakt van de prijs van de verschillende bunkers.
  • Merkwaardig is dat er voor deze firma 2 offertes bestaan, namelijk een eerste op datum van 11 januari 1935. Dit zou zeker aan de hand van de hierin toegepaste eenheidsprijzen het duurste project op de linie geworden zijn. Op basis van dat bestek zou deze bunker ongeveer 85.382,48 Bef gekost hebben. Allicht is het daarom dat er van dit project een tweede herzien en goedgekeurd bestek bestaat daterend van 3 februari 1935. Volgens dit herziene bestek zou deze bunker nog ongeveer 70.585,58 Bef gekost hebben.
  • Als men hier ook nog een aantal zaken bijtelt die reeds rechtstreeks door de militaire overheid werden bekostigd zoals chardomes, koepels,... zou de totaalprijs van deze bunker ongeveer 71.085,58 Bef moeten geweest zijn.
  • Ter info: 1 BEF in 1934 komt ongeveer overeenkomt met een bedrag van 74 BEF (1.84€) in 2013, een "factor 74" dus.

Routebeschrijving om deze bunker te vinden

  • Deze bunker ligt verborgen in de Betsbergse bossen, Oosterzele.
  • De bunker ligt volledig op privéterrein en kan alleen bezichtigd worden mits toestemming van de eigenaar. Respecteer de privacy aub.
Bijhorende foto's
Voorstudie bij deze unieke bunker op de linie. De bunker nam letterlijk beide zijdes rond de hoeve onder vuur.
Detail horende bij dezelfde voorstudie.
Origineel grondplan van deze bunker. Het stemt totaal niet overeen met het eindresultaat. De bestaande bunker is uitgewerkt als een houten stal. Dit voorontwerp was uitgewerkt als een bijgebouwtje bij de verderop staande boerderij. Het had het uitzicht van een gebouwtje in assestenen. De bedoeling was in elk geval ook wel om de uiterste randen niet letterlijk te volgen met de bijkomende camouflage.
be20

Herziene grondplan van deze bunker, reeds terug te vinden bij de voorstudies. De bunker blijkt al heel wat afwijkend opgebouwd. De aparte commandokamer steekt voor beide mitrailleurkamers naar voor en vervangt hierdoor de functie van de twee originele oreillons. Ook is bij deze versie slechts één gepantserde deur voorzien in plaats van twee bij het voorontwerp. Wel is er sprake van een extra deur tussen mitrailleurkamer en commandokamer.

Onteigeningsschets horende bij de grote onteigening aan de familie Hye Hoys op Betsberg. Be20 is op deze schets van het zuidelijke gedeelte niet meer afgebeeld. Wel zie je nog net noordelijk de hoeve op rand van bos en weilanden. De wegel van het centrale kruispunt noordelijk tot voorbij de hoeve diende ook als zowel tijdelijke als permanente erfdienstbaarheid voor de bunker Be20.
Tweede onteigeningsschets van toepassing voor deze bunker. Deze toont het verdere verloop vanaf de hoeve op rand van bos en weiland tot Be20. Vanaf Be20 zie je nog duidelijk de bijkomende permanente erfdienstbaarheid tot het lager gelegen bunkertje Be17. Het kronkeltje zichtbaar in dit pad is de aanwezigheid van een oude groeve op dit terrein.
Terreinschets horende bij de bouwplannen van deze bunker. Het valt wel op dat een aantal grotere bomen rondom de bunker specifiek aangeduid zijn. Deze dienden bij de bouw onaangeroerd te blijven.

Grondplan van deze unieke bunker op de bunkergordel. De houten camouflage als stal volgt uiteindelijk de randen van de bunker niet en verbergt gedeeltelijk de merkwaardige vorm van de bunker. Alleen het toegangssas zit nog wel aan de buitenkant van de camouflage.

Aan beide schietgaten is wel bijkomend een baksteengedeelte voorzien om de houten structuur tegen te bevestigen. Deze baksteen is heden allen verdwenen.

be20

Doorsnede AB bij bovenstaand grondplan. Het toont de doorsnede door het toegangssas en de daaropvolgende mitrailleurkamer. Het wordt echt al een heel stuk moeilijker als je de huidige betonnen structuur moet proberen vereenzelvigen met deze doorsnede.

Het kleine platte dakje links bevindt zich boven het toegangssas. Allicht is dit in praktijk nooit zo ontworpen.

Doorsnede CD bij hetzelfde grondplan. Deze doorsnede is ongeveer parallel met de vorige door de commandokamer en de tweede mitrailleurkamer.
De beperkte doorsnede EF bij hetzelfde grondplan toont de opbouw van de puntgevel boven het zuid-zuidwestelijke schietgat. Vanaf de bijgemetste baksteenmuur liep een gewapende betonnen balk die heden in afgebroken vorm nog zichtbaar is. Hierop was eveneens in baksteen een puntgevel opgetrokken die op zijn beurt dan eveneens met populieren schorsplanken was bezet..
Deze schets toont het toch niet zo eenvoudige dakplan. Linksonderaan is het toegangssas. Rechtsonderaan het zuid-zuidwestelijk georiënteerde schietgat. Langs deze kant stond dus een vrij grote gemetste puntgevel.
Beperkte herziening van het toegangssas. Deze schets toont aan dat men uiteindelijk toch het plan nog beperkt heeft gecorrigeerd zodanig dat het toegangsgedeelte voor de bunker mee achter de houten camouflage kwam te zitten. Ook werd de trap vervangen door een beperkte kuil met enige stijgijzers. Hierdoor zal de bunker wel nog bijkomend een houten camouflagedeur gehad hebben (VO). P1 was dan het metalen hekje. P2 de gepantserde deur.
Bunker Be20 zit vrij goed verstopt in de bossen van Betsberg. In de winter is hij dan ook beter terugvindbaar. In de zomer moet je er haast met je neus tegen staan wil je hem terugvinden. Er zijn ook heden geen permanente paden meer aanwezig die naar deze bunker lopen.
Achterzijde van de bunker. Opvallend is meteen de betonnen balken structuur die rond de toegang terug te vinden is. Ondanks dat de plannen spreken over een beperkt plat stukje dak achteraan, heb ik het zware vermoeden dat hij dit nooit heeft gehad. Allicht heeft de betonnen structuur die u ziet net als aan de voorzijde gediend als steun voor een bakstenen puntgevel waarop ook houten planken als camouflage werden bevestigd.
Blik van achteraan de bunker naar de rand van bos en weiland. Links zie je nog de hoeve liggen die in vorige teksten wel courant werd vermeld. De bunker neemt in feite beide zijden van deze hoeve onder vuur.
Zijkant van de bunker. Dit is de rechter kant ten opzichte van voorgaande foto.
Zicht op de zijde van de bunker met het schietgat in zuid-zuidwestelijke richting.
Het valt niet te betwijfelen dat deze bunker het op de ochtend van 23 mei 1940 zwaar te verduren heeft gekregen. Allicht heeft men dit schietgat echt doelbewust onder vuur genomen met zwaardere Duitse artillerie (75 of 88 mm). De gevolgen zijn aan dit schietgat (zie hoe ruim het achteraf diende dichtgemetst te worden om hem af te sluiten) zowel aan de buiten als binnenkant nog goed te zien.
Betsberg 20 - Be20
Bij deze beschieting heeft men zelfs allicht de betonnen balk die de puntgevel droeg, gewoon weggeschoten. Men ziet er bovenaan de nog afgebroken resten van. De uitstekende wand draagt ook heel wat sporen van wegspringend puin.
Zicht op deze, op de linker kant, zwaar gehavende bunker.
De commandokamer van deze bunker dient in feite voor beide schietgaten als oreillon en belet inkomend vuur op de schietgaten uit zuidoostelijke richting.
Zicht op het tweede schietgat dat oost-zuidoostelijk is gericht.
Betsbergse bossen
Detail van dit schietgat dat ook wel menige voltreffer te verwerken kreeg. De schade is wel minder dan aan het andere schietgat maar toch aanzienlijk als men vergelijkt wat maar van schade te bespeuren valt aan de meeste andere bunkers op de linie.

Een blik naar binnen door dit geopende schietgat die meteen niet de beste manier van conservering van bunkers laat vermoeden. "Heeft u nog ouwe rommel, ja wij pakken alles an..." Het valt sterk te betwijfelen of de koelkast nog origineel is...

Dat de schade aanzienlijk is mag ook blijken uit het vele ijzer dat gewoon bloot is komen te liggen op de zijkanten van het schietgat.

Detail van de toegang met de betonnen structuur.
Blik in het toegangssas (eigenlijk een terugblik). De eigenlijke toegang is rechts op de foto.

Blik op hoe de toegang tot de eigenlijke ingang (juist na het sas). U kijkt hier achteraan op het schietgat dat uitkijkt in de richting van het kasteel van Betsberg.

De toegang wordt versperd door rommel allerhande. Triestig dit te moeten vaststellen terwijl ook de bijhorende bossen beschermd natuurgebied zijn...

De toegang tot de twee andere kamers zit rechts achter de koelkast...

Zicht op ditzelfde schietgat. Zeer merkwaardig is dat deze bunker enkel zware schade vertoond aan dit schietgat zelf en niet aan zijn bijhorende achtermuur. Dit zou laten vermoeden dat er zich zware explosies moeten hebben voorgedaan aan de binnenkant van dit schietgat.
Detail van de schade aan dit schietgat.
Detail van de achterwand van deze zelfde mitrailleurkamer. De achterwand vertoont dus zoals eerder gemeld, geen sporen van projectielinslagen.
Blik vanuit de tweede mitrailleurkamer naar de vorige. Merk meteen de schade links en rechts op.
De schade die aan de binnenkant van deze bunker vast te stellen is, is uniek op de linie. U kijkt hier op de tussenmuur tussen de eerste mitrailleurkamer en de toegang naar de commandokamer. De schade is letterlijk tot op de eerste wapeningslagen.
Blik naar de binnenkant van de tweede mitrailleurkamer. Niet alle foto's dateren van dezelfde fotosessie waardoor onze frigo alweer eens verplaatst bleek te zijn. We kijken hier dus op het nog dichtgemetste maar zeer zwaar beschoten schietgat. Houdt er rekening mee dat dit dichtmetsten dateert van voor men een landing begon te vrezen en de kansen in Rusland zwaar aan het keren waren. Dit dichtmetsen dateert dus in elk geval van voor de bevrijding.
De schietgaten van deze bunker waren niet uitgerust voor Hotchkiss- of Coltmitrailleurs maar wel voor Browning FM30 mitrailleurs.
Detail van deze zelfde voorwand. Het aantal kogel- en mitrailleurinslagen is indrukwekkend. Vermoedelijk heeft men na de zware beschieting van 23 mei 1940 bij het eerste contact met deze bunker, toch wel eieren voor zijn geld gekozen en zwaar langs deuren en schietgaten naar binnen geknald alvorens de rest eens in detail te inspecteren.
Detail van dit nog dichtgemetste schietgat. Wel nog aanwezig, het houten blokje om de derde voorwaardse poot van een FM30 mitrailleur te kunnen vastklemmen.
Al even indrukwekkend is een blik op de achtermuur van deze mitrailleurkamer. Men kan zich wel voorstellen welke zware kalibers van projectielen die hier naar binnen zijn gevlogen door dit zwaar geviseerde schietgat (van buiten naar binnen...). De kans dat een aanwezige in deze bunker dergelijke inslaande projectielen aan de binnenkant zou hebben overleefd, lijken mij al vrij klein. Dit moeten dus wel degelijk inslagen zijn van mei 1940 en niet van bij de bevrijding daar het betreffende schietgat toen nog dichtgemetst was.

Ondanks de zware schade blijken de zeldzaam wordende plafondhaakjes bij deze bunker nog in alle kamers aanwezig.

De bunker is anders voor de rest wel vrij grondig ontdaan van al het vrije ijzerwerk.

Een blik naar de binnenkant van de totaal ontmantelde commandokamer van deze bunker. Hier is wel een zeer inventief plafondhaakje gebruikt.
Nog een blik in hetzelfde kale kamertje. In dit kamertje zijn wel geen projectielinslagen te vinden. Toen men deze kamer vond, zal men dus wel al beseft hebben dat de bunker volledig verlaten was.
Blik op de toegang van deze commandokamer uit deze kamer zelf gezien. Je ziet duidelijk nog de hengsels van een tussendeur die deze kamer afsluitbaar maakte van de rest van de bunker.

Blik van commandokamer naar zwaar gehavende mitrailleurkamer. Onze centrale gast, de frigo, is ook opnieuw van de partij.

Restanten van het slot van de deur dat blijkbaar achteraf in de betonnen wand blijkt uitgehakte te zijn en hersteld.
Het bunkertje blijkt met zijn lokatie midden in een beukenbos wel in trek te zijn bij vleermuisjes om hier hun winterslaap te houden. U ziet hier een langoorvleermuisje verstopt onder de dakprofielen.
Als u 20 meter achter de bunker gaat, ziet u meteen hoe hoog de heuvel in het terrein hier wel is. Hier moet ook het originele pad gelegen hebben in de richting van Be17 die beneden deze heuvel ligt.
 
Vorige (Be19)
Vorige (Be19)
Volgende (Be21)
Volgende (Be21)