c17
 
Bunkernummer
C17
Oud Bunkernummer
DM2
Lokatie
Melle
Toegankelijkheid

Volledig vrij

Aantal kamers

2 achteraan verbonden kamers en een sas

Aantal schietgaten
2
Type geschut
2 x MI
Bijhorende vuurrichting
Oosten

Korte beschrijving van de bunker

  • Uitwendige kenmerken.
  • De bunker heeft onderaan een funderingslaag in baksteen en was voor de rest volledig gecamoufleerd als een houten stal, bekleed met schorsplanken.
  • Opvallend is wel dat de luiken die zijn toegepast voor de schietgaten, zeer groot waren voor een dergelijk type van bunker. Dit is nog duidelijk te zien aan het gecementeerde gedeelte boven en rond de schietgaten. De rest van de bunker is heden herleidd tot een ruw niet gecementeerd blok beton.
  • Als dak had hij het specifieke gelaagde dak van een schaapstalbunkertje.
  • Het globale uitzicht was dit van een boshutje op de rand van een bosje.
  • Structuur.
  • De bunker bevat twee mitrailleurkamers en achteraan een sas.
  • Opmerkingen.
  • Het is een commandobunker tussen Betsberg en de spoorweg Brussel-Oostende tussen D18 (440 m) en D19 (565 m). Hij was in hoek opgesteld met D18 zodat ze samen een groter gezichtsveld en schietbereik hadden.
  • Op 700 meter voor deze bunker lag de voorlijn met de bunker A39.
  • De bunker was standaard voorzien voor de opstelling van Maximmitrailleurs. Daarnaast was hij eveneens voorzien om Hotchkiss- of Coltmitrailleurs te kunnen opstellen.
  • Ook nog leuk om op te merken bij dit bunkertje is dat het schietgat van de rechter mitrailleurkamer, aan de binnenkant bijgewerkt is omdat zijn schietsector in zuidoostelijke richting allicht te beperkt was. Onderaan het schietgat links, is het beton achteraf duidelijk bijgekapt en gecementeerd geweest. Dit kan allicht nog een aanvulling zijn op het feit dat zijn schietsector al beperkt was gewijzigd van Oost-Noordoostelijk naar Oostelijk (ten opzichte van originele plannen). Allicht was deze reeds toegepaste correctie toch nog te beperkt met wat men had beoogd te hebben als schietsector vanuit deze mitrailleurkamer. Daarom zal achteraf dus het schietgat nog beperkt bijgewerkt zijn. Eenzelfde werkwijze is trouwens ook nog terug te vinden bij de bunker Be3 te Oosterzele.
  • Het terrein horende bij de onteigening voor de bunker zelf was gelegen op 2 verschillende percelen, namelijk Melle, sectie D, kadastrale percelen 595 en 596a.
  • Omdat het terrein waarop de bunker werd gebouwd, net zoals bij bunker B41 ten tijde van de onteigeningen, reeds eigendom van de Belgische staat was (heden Landbouwuniversiteit Gent - Proefhoeve te Melle), zijn er voor de bouw van deze bunker geen onteigeningsaktes terug te vinden. Het onteigende terrein was rechthoekig en mat 12,36 meter x 10.80 meter wat neerkomt op een gebruikt terrein ter grootte van 1 are 33 ca.
  • De permanente erfdienstbaarheid over een strook van 2 meter breed, moest het mogelijk maken voor de militaire overheid de bunker te bereiken.
  • Heel merkwaardig is dat er heden ten dage een openbare weg (kadastraal bestaat deze strook nog altijd maar ze heeft geen kadastraal nummer) verdwenen blijkt te zijn. Deze liep letterlijk vanaf de weg Langemunt, vermoedelijk tussen de huisnummers 9 en 10, tot langs het perceel waar de bunker C17 werd gebouwd. Er is hier ondanks dat het zeker geen privéweg was, heden niets meer van terug te vinden.
  • Ook wordt het ons heden niet gemakkelijk gemaakt om ons de situatie waarop dit bunkertje vroeger in het terrein te zien was, nog voor te stellen. Zo was dit terrein zeker niet zoals heden tussen de Langemunt en de autostrade te zien, één groot weiland, maar stonden hier nog verschillende heden verdwenen bosjes. Zo moet deze bunker juist langs een heden verdwenen wegeltje gelegen hebben, op de rand van een bosje. Dit verklaart natuurlijk al veel meer zijn camouflage als een houten boshutje. Een totaal niet meer vergelijkbare situatie met het kale bunkertje heden midden in een weiland.
  • Mag het hieruit ook blijken hoe moeilijk het heden nog is ons een goed beeld te vormen van de strijd die hier ooit woedde, wetende dat dit één van de zwaar bevochten zones van de linie is geweest.
  • Voor de tijdelijke erfdienstbaarheid werd deze zelfde strook uitgebreid tot een zone van 5 meter breed (allicht het volledige wegeltje). Deze tijdelijke erfdienstbaarheid was nodig om de bouw van de bunker mogelijk te maken en was in theorie maar 8 maanden geldig vanaf het tekenen van de akte. Gezien er in dit geval geen sprake was van een akte, zal deze tijdslimiet in dit geval iets minder streng toegepast zijn waarschijnlijk.
  • Het onteigende perceel voor de bunker dat werd afgesneden van het grotere percelen, kreeg na de onteigening geen aparte index toegemeten.
  • Op actuele kadasterplannen wordt het perceel van de bunker ook niet meer gescheiden getoond van het perceel waar de bunker origineel bijhoorde. Beide percelen die origineel gedeeltelijk beschikbaar dienden gesteld te worden voor de bouw van de bunker, blijken beiden nog altijd onder hetzelfde kadasternummer te bestaan. Van de bunker zelf is op het kadaster niets te zien. Hij is zelfs op een actueel kadasterplan uit 2013 niet getekend.
  • Het maakt natuurlijk weinig uit gezien de terreinen van de bunker na de bouw ook effectief staatseigendom was. Allicht is de bunker met bijhorende grond dan ook stilzwijgend opnieuw weer opgenomen bij het staatsdomein van de proefhoeve.
  • De bunker is heden volledig vrij maar ligt dan wel op het terrein horende bij de landbouwuniversiteit. Hierdoor zou de de bunker heden ten dage door de koeien kunnen gebruikt worden als stal maar de dieren zijn uit zichzelf wel wijs genoeg de constructie niet te betreden. De beperkte hoeveelheid puin en rommel in de toegang, maakt reeds dat ze hem niet betreden en enkel maar wat gebruiken om eens een stukje schaduw op te zoeken bij hevige zon.
  • In de jaren '80 kreeg het bunkertje al eens protestopschriften te verwerken in verband met het mogelijke doortrekken van de N41 in de buurt van Zottegem.
  • Rond 2010 kreeg het bunkertje nog eens een onnozel opschrift van "Lepra" te verwerken op zijn achterzijde. Dit werd reeds enkele weken later opnieuw overschilderd met grijs maar komt af en toe als blekere letters op het grijs beton, wel eens weer in het zicht te staan.
  • Op het ogenblik dat er geen koeien op de weide lopen, heeft men weinig problemen met een bezoekje aan de bunker, die wel altijd beperkt wat water heeft aan de binnenkant.
  • De bunker zelf toont beperkt wat sporen van de strijd uit mei 1940. Heel duidelijk en meteen koppelbaar is een opvallende projectielinslag boven het rechtse schietgat, in de bepleisterde zone erboven. Dit duidt er dus wel op dat het luik wel degelijk moet geopend geweest zijn om hem hier te kunnen treffen. Daarnaast heeft hij nog een beschadigde dakrand op de linker zijkant. Of deze schade gelinkt moet worden aan de meidagen 40 is onduidelijk. Mogelijks komt ze van het rooien van bomen die in de directe nabijheid van de bunker moeten hebben gestaan.
  • Aan de binnenzijde is de bunker gedeeltelijk ontmanteld. Heel merkwaardig is dat een aantal etageres letterlijk zijn weggebrand tot op de onderliggende hoofdwapening. Hierdoor zijn er letterlijk putten in de muur van zeker 5 cm diep. Wie dit ooit uitvoerde op deze wijze is totaal onduidelijk.
  • Velen zijn waarschijnlijk honderden malen deze bunker reeds voorbijgereden zonder te beseffen dat het om een bunker gaat omdat hij heden als kaal blok beton wat het uitzicht heeft van een lemen stal voor de koeien op de bijhorende weide.
  • Heel merkwaardig is dat zowel deze bunker C17 (DM2) als B40 (DM3) origineel niet behoorden bij het bouwproject D. Dit originele bouwproject spreekt namelijk over de bouw van 43 bunkers en daar hoorden de bouwprojecten van deze 2 bunkers merkwaardig genoeg niet bij. Ze zitten dan ook merkwaardig genoeg niet inbegrepen in de te vinden afrekeningen van de bunkerlinie voor wat bouwproject D betreft. Waarom deze 2 bunkers binnen een aparte afrekening (zo goed als zeker wel toegevoegd bij project D gezien hun oude nummergeving) zijn uitgewerkt is ook tot op de dag van vandaag nog een raadsel.
  • Om ons een idee te kunnen vormen van de kostprijs van deze bunker, werd de prijs voorlopig bepaald aan de hand van de laatst toegepaste prijzen, toegepast binnen bouwproject D. Op basis van de gemiddelde prijzen die terug te vinden zijn op de originele bestekken van bouwproject D en de gemiddelde hoeveelheden zoals teruggevonden bij gelijkaardige bunkers bij de bouwprojecten A en B, zijn er schattingen gemaakt van de prijs van de verschillende bunkers.
  • Op basis van het herziene goedgekeurde bestek van bouwproject D daterend van 3 februari 1935 (waar dit bunkertje dus wel degelijk niet bijbehoorde) moet deze bunker ongeveer 62.444,29 Bef gekost hebben.
  • Als men hier ook nog een aantal zaken bijtelt die reeds rechtstreeks door de militaire overheid werden bekostigd zoals chardomes, koepels,... zou de totaalprijs van deze bunker ongeveer 62.944,29 Bef moeten geweest zijn.
  • Ter info: 1 BEF in 1934 komt ongeveer overeenkomt met een bedrag van 74 BEF (1.84€) in 2013, een "factor 74" dus.

Routebeschrijving om deze bunker te vinden

  • De bunker staat langs de autostrade E40 komende uit de richting van Gent naar Brussel toe op de rechter kant in het weiland.
  • Hij is het gemakkelijkst te bereiken via de parallelweg met de autostrade of via de Proefhoeve waarbij de koeienweide hoort waar hij opstaat..
  • Houdt er wel rekening mee dat de bunker zelf op priveterrein staat behorende bij de Proefhoeve. Op de weide staan dikwijls koeien behorende tot de projecten van de Proefhoeve te Melle. Vraag toestemming om de weide te betreden als er dieren op de weide lopen AUB.
Bijhorende foto's
Om u een goed beeld te kunnen vormen van hoe het terrein hier is gewijzigd, is het leuk eens omgekeerd te werken en de lokatie van de bunker zoals zichtbaar op deze luchtfoto van Google Earth anno 2013 uit te zetten op een oude stafkaart van 1913. Als referenties werd enerzijds de boerderij van de proefhoeve genomen en de lokatie waar de oude hoofdwegel komende van de terreinen van Mariagaard, de spoorlijn Brussel Oostende ontmoet. Het globale uitzicht rondom de bunker is dit van weilanden.

Je merkt al meteen enkele grote verschillen. Zo is er nog geen sprake van de E40. Naast de weilanden, was ook nog heel wat terrein bebost.

Zetten we de lokatie van de bunker nu omgekeerd ten opzichte van de twee referentiepunten uit op deze stafkaart uit 1913, krijgt men iets merkwaardigs te zien. Zo blijkt er naast de bunker een wegeltje te lopen, komende van de Langemunte te Gijzenzele. Dit wegelte bestaat ondanks dat dit een officiële openbare weg is, heden niet meer.

Ook bleek de bunker toen naast een bosje te liggen waar hij bij zal hebben gestaan als een soort van boshut.

Ook deze terreinschets horende bij de bouwplannen, toont met de realiteit wel een klein verschil. Hier wordt de bunker getekend met een vuurrichting Oost - Noordoosten. In praktijk is dit heden zuiver Oostelijk.
Grondplan van deze bunker met het uitzicht van een boshut.
Deze doorsnede AB bij bovenstaand grondplan geeft een zeer mooi beeld van hoe een dergelijk bunkertje er moet hebben uitgezien. We kijken hier op de achterkant van de bunker met een doorsnede van het eigenlijke toegangssas.

Langsdoorsende CD doorheen het toegangssas en de linker mitrailleurkamer.

Omdat de bunkers van de steunlinie uitkijken op een oplopend terrein valt ook meteen op dat het schietgat niet zo laag tegen het maaiveld zit.

Dit is een zeer mooi detail van hoe de schorsplanken werden bevestigd aan de betonnen basisstructuur.

Onderaan zie je een betonnen of bakstenen fundering waarop een houten skelet steunde.

Tegen dit houten skelet werden de schorsplanken bevestigd.

Dakplan van dit typische schaapstalbunkertje.

Dit is een kadastraal plan uit 2013. Merkwaardig is dus dat het wegeltje vanaf de Langemunte nog altijd kadastraal bestaat (zonder kadasternummer = staatseigendom). In praktijk blijkt dit wegeltje totaal niet meer te bestaan en te zijn verdwenen tussen een woning en een hoeve.

Ook is er op een actueel kadastraal plan geen sprake meer van een apart perceeltje waar de bunker opstaat. Dit blijkt opnieuw eenvoudig opgegaan in de originele nog bestaande percelen 595 en 596a.

Vooraanzicht op dit schaapstalbunkertje anno 1990. Er zijn toen ook al totaal geen sporen meer van originele camouflage. De bunker draagt hier nog resten van geverfd protest op de voorzijde tegen het mogelijks doortrekken van de N42 naar Geraardsbergen toe over een nieuw tracé. (Foto: Collectie A. Van Geeteruyen)
vooraanzicht bunker C17 te Melle uit 1990
Wel merkwaardig is dat de bunker op deze foto nog bruine camouflagekleuren toont op het kale beton. Dit is zeer onlogisch daar dit beton totaal verstopt zat achter de houten schorsplanken wanden. Het valt dan ook te betwijfelen of deze vlekken origineel zijn. (Foto: Collectie G. De Jonge - Simon Stevin Stichting)
Zicht op de bunker in het weiland via de parallelweg met de autostrade anno 2006. Indien er geen dieren op de weide lopen kan men de bunker via deze kouter bereiken.
c17

Vooraanzicht anno 2010. De bruine vlek op het oreillon is zelfs toen nog altijd beperkt zichtbaar.

Op de linker zijkant heeft de dakrand ook wel degelijk schade opgelopen. Of dit effectief oorlogsschade is, is onduidelijk.

c17
Voorkant en rechter zijkant van de bunker. Boven het rechtste schietgat kan men nog een projectielinslag zien van een grotere kaliber. De schade is echter belachelijk gering als men weet dat de wand hier 1.30 meter dik is.
c17
Detail van de projectielinslag op het gecementeerde gedeelte boven het rechter schietgat.
Het bunkertje zoals de meesten het kennen omdat ze het zo te zien krijgen vanop de autostrade. Deze foto dateert van 2006.
c17
In 2010 kreeg het bunkertje korte tijd het opschrift "LEPRA" opgeschilderd. De originele letters werden al vrij snel opnieuw met grijs overschilderd maar ze komen toch bij droger weer af en toe opnieuw zichtbaar op het bunkertje te staan.
Achterkant van de bunker.
c17
Fraaie foto van het zeer typische dakje van een dergelijke schaapstalbunker. Deze foto sierde de cover van het tijdschrift van Monumenten en Landschappen in 2008 bij het verschijnen van een artikel over deze bunkerlijn. (Foto: Collectie Oswald Pauwels)

Detail van de schade aan de dakrand van de bunker. Of dit afkomstig is van een projectiel of eventueel door een omvallende boom (die hier dus zeker kan hebben gestaan ondanks het huidige landschap), is ook mij totaal onduidelijk.

Onder de resten van de wapening van de dakrand, een metalen beugel voor het vastmaken van de houten constructie waar de schorsplanken werden op bevestigd.

Binnenzicht in de mitrailleurkamer meteen achter het toegangssas. Bij deze foto was het bunkertje volledig droog. De kans dat u hem echter zo droog aantreft is heden vrij klein.
Wel merkwaardig is dat dit bunkertje op sommige plaatsen heel drastisch is ontdaan van ijzer. Zo zijn de étageres in de linker zijwand letterlijk tot 5 cm diep in de wand, weggebrand van de onderliggende hoofdwapening.
Zicht door het bijhorende schietgat.
Tussengang tussen beide mitrailleurkamers. Achteraan ook nog zichtbaar, de kabeldoorgangen.
Binnenzicht in de tweede mitrailleurkamer. Heel opmerkelijk is hier dus het bijgewerkte schietgat (linker zijkant onderaan). Hier is duidelijk de wand bijgewerkt geweest om het mogelijk te maken de mitrailleur op het chardome meer naar rechts te kunnen richten.

Rond 2010 verschenen op de weilanden waar het bunkertje ook staat, drie reuzachtige windmolens. Hierdoor wordt het bunkertje meteen zeer nietig in het landschap.

Voor de geïnteresseerden, de afstand tussen de voeten van de verschillende molens is praktisch exact 400 meter.

Sfeerfoto.