Merelbeke stationsbuurt
 

Schuilstructuren voor passieve luchtbescherming op de terreinen van het station van Merelbeke.

Citadelpark Gent

Buskruitfabriek Cooppal Wetteren

Vliegvelden WO I Regio Gent

WO I Munitiepark Kwatrecht

De Dodendraad

De Hollandstellung - Duitse WO I bunkerlinie

Reichsschüle Flandern - SS-School Kwatrecht

Duitse Atlantic Wall Radarpost - Goldammer

WOI en II Munitiedepot De Ghellinck Zwijnaarde

Duitse gangen onder centrum Gent WOII

Schuilplaatsen voor havenarbeiders Gentse kanaalzone uit de koude oorlog

Het Fort van Eben Emael

KW-linie

WO I - Kwatrecht - Melle

18 daagse veldtocht gekoppeld aan TPG

Neergestorte B17 te Kwatrecht 19-09-1944

De bevrijding WO II van de regio rond TPG

Toestand Belgisch leger ten tijde van mei 1940

Gesneuveldenlijsten:

Contact en onbeantwoorde vragen

Media-aandacht

Copyright

Links

Vestingsbouw directe omgeving Gent.

Overzicht van de nog aanwezige (en ondertussen vooral gesloopte) schuilstructuren:

Algemene info bij het station van Merelbeke tijdens WOII

De ooit aanwezige (ondertussen gekende) structuren:

  • Administratieve bunker naast stationsgebouw Merelbeke.

Naast het huidige station van Merelbeke, ziet men links een fietsenstalling en een vrij lang wit gebouw. Dit witte gebouw is een eerste versterkte structuur terug te vinden aan het station te Merelbeke.

Er is vrij weinig info over deze structuur terug te vinden. Wat er van gekend is, is wat je via via wat te horen krijgt. De structuur zou ongeveer rond 1943 in opdracht van de Duitse bezetter zijn gebouwd. Je mag niet vergeten dat Merelbeke station voor de Duitse bezetter een belangrijk rangeerstation was waardoor het zeker ook voor de geallieerden een doorn in het oog was en dus een doelwit voor bombardementen.

De structuur is opgetrokken in gewapend beton en werd tijdens de oorlog gebruikt als een veilige administratieve ruimte voor het op dat moment aanwezige administratieve Belgisch en Duitse spoorwegpersoneel en bedienden.

Deze structuur omvatte 10 aparte ruimtes met onder andere aan de rechter kant van de centrale gang:

  • Het bureel van de stationschef
  • Het bureel voor betwiste zaken
  • Een kleedkamer
  • Een Belgische telefooncentrale
  • Een berghok.

Aan de linker kant had je dan nog

  • Het bureel van de kassier
  • Het bureel van het personeel
  • De Duitse telefooncentrale
  • Het bureel van de laders
  • Het bureel van de loskoer waar ook een tweede ingangsdeur was voorzien.

Aan de ramen kan je heel duidelijk zien hoe dik de wanden hier wel zijn. Deze ramen stonden origineel beschermd met grote betonnen keermuren met een totale hoogte tot aan de dakrand. Deze keerwanden waren rondom uitgemetst in holle betonnen blokken die dan onderling werden verbonden met wapeningsijzer waarna het geheel werd volgestort met beton. De betonnen blokken deden hierbij dan dienst als verloren bekisting.

Deze moesten vermijden dat schrapnel op projectielen de ramen rechtstreeks zouden kunnen bereiken. 1 dergelijke keerwand bedekte steeds 2 ramen en dan had men een smalle doorgang van 1 meter breed. Ook voor de toegang van het gebouw bevond zich een dergelijke keerwand. Al deze keerwanden zijn na de oorlog verwijderd.

Bovenstaande foto van Google Earth toont de lokatie van de structuur, gescheiden van het stationsgebouw door een fietsenstalling. Heden wordt de structuur gescheiden van de sporen door een asfaltweg behorende bij de parking. Op de oude foto hieronder (Foto: Replica) is het gebouw duidelijk te zien, vrij kort tegen de straatkant, achter het reeds vernieuwde stationsgebouw.
2 Zichten op de besproken structuur zoals zichtbaar vanaf Google Streetview.

Zowel voor- als achtergevel zijn qua opbouw vrij identiek. De hoofdstructuur is vrij rechthoekig op een merkwaardige aanbouw van de structuur na. Aan de voorgevel steekt dit uit naar voor (zichtbaar op foto links). Achteraan, naar de sporen toe, lijkt de structuur korter omdat dit gedeelte van het gebouw niet even breed is dan het totale gebouw. De structuur verving tijdens de bezetting zoals ook in de detailbeschrijving terug te vinden beperkt de taak van station. Aan de achterkant zie je een kleiner en lager uitgewerkt raampje onder het bord Merelbeke. Hier bevond zich vroeger in de bezettingsjaren een loket naar de sporen toe gericht.

Het stukje dat aan de straatkant meer naar buiten steekt en niet even breed is als de ganse structuur, is een vrij symmetrisch schuilgebouw voor allicht zowel spoorwegarbeiders als treinreizigers. Wel dateert dit zo goed als zeker niet uit WOII maar werd het later aangebouwd. Mogelijks is het dus een aanvulling uit de koude oorlog.

Ook opvallend bij deze structuur is dat hij ruim voorzien is van ramen maar niet zo ruim van deuren. Zo bevindt er zich één toegang (hier zichtbaar) vanaf de fietsenstalling (kant huidige station). Een tweede toegang tot het hoofdgebouw bevindt zich komende van de zijde van de treinsporen. Dit zou uitkomen in het bureel van de loskoer.

Zeer opvallend is de dikte van de wanden. De muren (op het eerste zicht volledig uitgevoerd in gewapend beton en hierdoor allicht tot op de dag van vandaag onaangeroerd gebleven) zijn zeker 1 meter dik. Men ziet de werkelijke diktes duidelijk aan de diepte van het deurgat en de ramen. Al deze ramen hadden dus nooit luiken maar werden beschermd door een grote scherfmuur die heden totaal verdwenen is. Ook heeft men duidelijk de ramen uitgewerkt met schuine randen zoals een schietgat van een bunker. Dit moest maken dat projectielen die deze toch zouden weten te bereiken, terug zouden ketsen naar buiten en zeker niet naar binnen.

Opvallend is ook dit ene raam nog eens speciaal was voorzien van een extra beveiligingsrooster. De uitleg hierachter is de volgende:

Dit raam is gekoppeld aan het bureel van de kassier. Alles gebeurde in die periode namelijk nog zo goed als cash, ook de lonen en de pensioenen. Dat geld werd dan de 1e dag van de maand vanuit Gent Sint Pieters met een reizigerstrein naar Merelbeke gebracht. Dit werd dan door de Onderstationschef van dienst, vergezeld van een gewapende politie-inspecteur van de spoorwegen (tijdens de oorlog iemand van de Gestapo, anders iemand van de vliegende brigade van de spoorwegpolitie), binnengebracht bij de kassier. Daar werd dit dan door 2 bedienden van de dienst personeel geteld en in de brandkast van de kassier gestopt vanwaar de verdere verdeling gebeurde.

Heden wordt de structuur nog altijd gebruikt door het spoorwegpersoneel. De hoofdstructuur kon ik tot op heden aan de binnenkant nog niet gefotografeerd worden.

Achteraan deze bunker, kan men wel nog vlot een soort van schuilstructuur terugvinden. Deze zou echter niet dateren uit de oorlog maar nog later bijgebouwd zijn in opdracht van de spoorwegen. Het is dan ook alles behalve duidelijk of dit als een schuilstructuur te beschouwen valt, alhoewel hij qua opbouw hier volledig voor strookt. Mogelijks betreft dit dus zelfs een aanvulling van deze structuur te koppelen aan "koude oorlog" toen heel wat van de bestaande schuilstructuren opnieuw klaargezet werden voor hergebruik.
Dit specifieke schuilplaatsgedeelte was symmetrisch opgebouwd en bestond uit 2 gespiegelde ruimtes. Deze waren origineel van elkaar gescheiden maar in nood wel met elkaar verbonden door 2 smalle verbindindingsstukken met amper een halve doorgangshoogte. Beide kamers hadden aan de kant van de treinsporen een toegangsdeur. Het is niet direct duidelijk of aan de straatkant ook origineel deuren zijn geweest of kleinere openingen ter grootte van een raam. Vanaf de binnenkant gezien lijken deze originele openingen wel degelijk kleiner geweest te zijn dan een effectief deurgat. Mogelijks waren het enkel kleinere nooduitgangen. Mogelijks zelfs vanaf de buitenkant niet zichtbaar maar bijvoorbeeld toen ook al dichtgemaakt met een halfsteens muurtje met de bedoeling dit in nood weg te stampen zoals ook wel toegepast in andere bunkerstructuren.
Achter het deurtje merk je meteen dat de ganse ruimte heden gebruikt wordt als een stapelhok. Je ziet een chicane gevormd door een gewapend betonnen scheidingswand. (foto rechts). Via deze chicane kom je uit in de eerste kamer. Het plafond was gesteund door een soort metalen golfplaten. Gezien het plafond amper iets hoger is dan het deurgat moet de ganse dakconstructie +/- 1 meter dik zijn. De 2 gespiegelde compartimenten zijn onderling verbonden met 2 smalle gaten waarvan u er een ziet achteraan de eerste kamer.
De foto's hieronder tonen de smalle doorgang van het ene grotere compartiment naar het andere. Het blijken uiteindelijk 2 totaal gescheiden compartimenten waar men toch 2 smalle verbindingen heeft tussen gemaakt. Deze zijn zo smal dat het zeker niet de bedoeling kan geweest zijn deze courant te gebruiken. Allicht was hun functie beperkt als een soort van nooduitgangen van het ene compartiment naar het andere. De foto rechts is gewoon door het gat gefotografeerd naar de andere kamer.
Waar we aan de ene kant de kamer zijn binnengekomen, is aan de andere kant een gelijkaardige chicane. Heden staat daar wat rommel en palen gestapeld. Er blijkt ook een soort doorgang geweest te zijn maar deze is in elk geval dichtgemetst (en ook aan de buitenkant totaal niet meer zichtbaar). Hoogst waarschijnlijk was dit ook een soort nooduitgang vanuit deze structuur. De grootte is slechts deze van een raam.

Binnenzicht in tweede afgescheiden kamer. De structuur is volledig identiek met de eerse kamer maar gespiegeld.

Hieronder links opnieuw een kleinere uitgang (mogelijks nooduitgang naar de straatkant toe). Hier ziet men nog veel beter dat het dichtgemetste gedeelte maximum de grootte had van een raam. Opnieuw is hier aan de buitenkant niets van te zien. Rechts het deurgat dat men vanaf de buitenkant kan zien, naast de deur waar we de reportage in deze ruimte begonnen.

Alle bijkomende info over deze toch merkwaardige structuur blijft meer dan welkom. Ook blijft het interessant mocht u weten hoe ik ook de binnenkant van de rest van het gebouw eens zou kunnen fotograferen.

Bron technische info: Mr. Julien Fabel die zelf tijdens de oorlog onder andere in de gewapend betonnen administratieve bunker tewerkgesteld was als Belgische telefonist.